Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202029383 nr. 346

29 383 Regelgeving Ruimtelijke Ordening en Milieu

Nr. 346 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 juli 2020

Op 21 april jl. ontvingen Rijkswaterstaat, de Unie van Waterschappen en de VNG via het ambtelijk Kustpactoverleg een verzoek van Koninklijke Horeca Nederland (KHN) om deze winter met het oog op de Corona-crisis éénmalig de seizoenspaviljoens op het strand te mogen laten staan in verband met de hoge kosten voor het afbreken en opbouwen van de strandpaviljoens. Dit verkleint de kans dat ondernemers als gevolg van de Corona-maatregelen in financiële problemen komen. De gezamenlijke overheden werken hier gezien de uitzonderlijke situatie graag aan mee, binnen de randvoorwaarden van waterveiligheid, openbare orde en veiligheid en natuurbelangen.

Het verzoek van de KHN betreft alleen het laten staan van de strandbebouwing en niet de exploitatie van de strandpaviljoens gedurende het winterseizoen. De Kustpactpartners zijn over het verzoek met elkaar in gesprek gegaan, zoals ook aan uw Kamer gemeld in de Voortgangsbrief over het Kustpact op 25 juni jl. (Kamerstuk 29 383, nr. 344).

Dit heeft geresulteerd in generieke randvoorwaarden die inzichtelijk maken onder welke voorwaarden dit voor de waterbeheerders en provincies mogelijk is. Ook de gemeenten werken aan generieke en locatie specifieke voorwaarden, die op dit moment worden uitgewerkt en op een later moment gedeeld zullen worden met alle betrokkenen.

De belangrijkste generieke randvoorwaarden zijn dat de mogelijkheid van overwinteren vanwege de uitzonderlijke omstandigheden slechts éénmalig wordt gecreëerd, dat dit geen uitbreiding van de exploitatieperiode betekent, dat alleen het hoofdgebouw kan blijven staan en dat de aansprakelijkheid voor eventuele schade door storm, vandalisme of anderszins, net als in de zomerperiode, bij de ondernemer ligt.

Het verzoek betreft ook paviljoens op stranden die zijn aangemerkt als «seizoensstrand» of onderdeel uitmaken van Natuur Netwerk Nederland. Het natuur en landschapsbelang zal in het lokale maatwerk nadrukkelijk worden meegewogen, waarbij extra afspraken ter bescherming van natuurwaarden worden vastgelegd. Het is van belang om toezicht te houden op deze gestelde voorwaarden.

De kustveiligheid is niet in het geding als de seizoensbebouwing op het strand eenmalig een winter blijft staan. Wel stellen de waterbeheerders (Rijkswaterstaat en kustwaterschappen) randvoorwaarden om erosie van het duin en de duinvoet, beschadiging van de waterkering en verontreiniging van strand, duin en zee zoveel mogelijk te voorkomen. De waterbeheerders hebben in een gezamenlijk document de precieze generieke voorwaarden beschreven en de onderwerpen benoemd die – vanuit het waterbelang geredeneerd – in het lokale overleg tussen waterbeheerder (Rijkswaterstaat of waterschap), gemeente, eventueel de provincie en de ondernemer aan de orde dienen te komen. Momenteel worden de juridische varianten om de strandpaviljoens toestemming te verlenen om te overwinteren uitgewerkt. Hiervoor zijn zowel een tijdelijke of aangepaste Waterwetvergunning (waterbeheerder) nodig als een Omgevingsvergunning (gemeente). In sommige gevallen zal er tevens een ontheffing van de Provinciale Verordening nodig zijn.

KHN is via het Kustpactoverleg over de lijn van de gezamenlijke overheden op de hoogte gehouden en ontvangt op korte termijn een brief waarin de generieke voorwaarden vanuit de waterbeheerders en de provincies beschreven staan, de gemeentelijke voorwaarden zullen later worden gedeeld. KHN zal de communicatie richting de ondernemers verzorgen. Het is uiteindelijk aan de individuele ondernemers of ze van de mogelijkheden tot het overwinteren gebruik willen maken.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat K.H. Ollongren