Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201129383 nr. 154

29 383 Meerjarenprogramma herijking van de VROM-regelgeving

Nr. 154 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Ontvangen ter Griffie van de Tweede Kamer op 18 maart 2011.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 16 april 2011.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 maart 2011

Hierbij zend ik u een ontwerpbesluit tot wijziging van het besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, het besluit bodemkwaliteit, het Besluit lozen buiten inrichtingen, het besluit omgevingsrecht en het Waterbesluit met betrekking tot het installeren en in werking hebben van bodemenergiesystemen. Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerp-nota van toelichting1.

De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure (artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer) en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Raad van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.

Gelijktijdig met de voorhang bij uw Kamer wordt het ontwerpbesluit ingevolge artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer in de Staatscourant bekend gemaakt om eenieder de gelegenheid te geven om wensen en bedenkingen kenbaar te maken, binnen vier weken.

Het ontwerpbesluit strekt ertoe regels te stellen ter bevordering van de toepassing van bodemenergiesystemen, binnen de randvoorwaarde van duurzaam gebruik van de bodem. Door de toepassing van bodemenergiesystemen kan een bijdrage worden geleverd aan de vermindering van het energieverbruik voor verwarming en koeling van gebouwen en aan de verwezenlijking van de klimaatdoelstellingen door vermindering van de uitstoot van CO2. Het besluit strekt mede ter uitvoering van de motie Boelhouwer van 20 maart 2008 (Kamerstukken II 2007/08, 30 818, nr. 31) en draagt bij aan de realisatie van de doelstellingen van de de EG-Richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare energiebronnen.

Er wordt gestreefd naar inwerkingtreding van het ontwerpbesluit met ingang van 1 juli 2012.

De minister van Infrastructuur en Milieu,

M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.