Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200929383 nr. 117

29 383
Meerjarenprogramma herijking van de VROM-regelgeving

nr. 117
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER, EN VOOR WONEN, WIJKEN EN INTEGRATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 november 2008

Met deze brief bieden wij uw Kamer het werkprogramma «Slimmer Beter Minder» (SBM) aan.1 In het werkprogramma geven wij voor de domeinen wonen, ruimte, milieu en integratie invulling aan de kabinetsambitie om de regeldruk voor bedrijven en burgers merkbaar te verminderen.

Het ministerie van VROM/WWI werkt al geruime tijd hard aan de vermindering van de regeldruk. De lijn die onze ambtsvoorgangers hebben ingezet met het meerjarenprogramma Modernisering VROM regelgeving zetten wij met dit programma voort. Een lijn die, zoals verderop in deze brief zal blijken, tot substantiële effecten leidt. Van het reeds behaalde reductiepercentage verwachten wij dat deze, door lopende projecten en nieuwe voorstellen tot reductie, in de huidige kabinetsperiode verder gaat toenemen. Daarnaast gaan wij ons richten op een bredere aanpak in de vorm van fundamentele doorlichtingen en het voorkomen van regeldruk. Hiermee richt het programma zich ook op een heroverweging van de rol van de overheid bij de verschillende maatschappelijke opgaven.

In deze brief werken wij de hiervoor gegeven samenvatting van het werkprogramma uit. Achtereenvolgens komen aan de orde onze ambitie met betrekking tot regeldruk, de concrete doelen die wij ons stellen, de aanpak voor de komende jaren, de stand van zaken alsmede een selectie van de concrete acties die worden opgepakt. Het complete overzicht van projecten, die onder de paraplu van het werkprogramma vallen, is opgenomen in de bijlage «SBM-reductieprogramma 2007–2011».

Ambitie van het programma Slimmer, beter, minder

Het ministerie van VROM/WWI staat voor uitdagende en lastige opgaven. Wij streven naar een schoon, zuinig, duurzaam, gezond en veilig Nederland (prioriteiten VROM, Kamerstukken II, 2006–2007, 30 800 XI, nr. 88). Onze ambitie is deze opgaven te realiseren met zo min mogelijk regeldruk. Het gaat daarbij niet alleen om het stroomlijnen, harmoniseren en vereenvoudigen van regelgeving, en het beperken van de feitelijk administratieve lasten, bestuurlijke lasten, toezichtlasten en uitvoeringskosten. In het werkprogramma SBM stellen wij, naast het beperken van de merkbare regeldruk die bedrijven en burgers ervaren, het voorkomen van regeldruk centraal.

Wij gaan inzetten op een fundamentelere insteek. We moeten onszelf dwingen om aan de voorkant van het beleidsproces de vraag te stellen: welk instrument zetten we in om ons beleidsdoel te realiseren? Voorgenomen en huidig nationaal beleid wordt fundamenteel doorgelicht om te komen tot een efficiëntere inzet van andere beleidsinstrumenten, naast of in plaats van wet- en regelgeving, en om te komen tot een goede beleidsafweging. Hierbij wordt ook ingezet op een heroverweging van de rol van de overheid bij de verschillende maatschappelijke opgaven. Bij de aanpak van bovenstaande worden belanghebbenden uit het maatschappelijk middenveld betrokken. Hieruit volgen nieuwe voorstellen en initiatieven om de merkbare regeldruk en lasten te verminderen.

De huidige knelpunten en irritaties die burgers en bedrijven ervaren worden actief opgepakt. VROM/WWI investeert in betere dienstverlening van de overheid aan burgers en bedrijven. Daarbij wordt onder andere ICT ingezet om burgers en bedrijven het zo gemakkelijk mogelijk te maken. De kwaliteit van vergunningverlening en toezicht wordt verbeterd. De reeds ingezette lijn om regelgeving te vereenvoudigen en te harmoniseren wordt voortgezet. Er worden nog meer vergunningen vervangen door algemene regels. Daar regeldruk voor een belangrijk deel voortkomt uit Europese regelgeving, wordt nieuwe en bestaande Europese regelgeving kritisch bekeken op administratieve lasten en uitvoerbaarheid. Ook wil VROM/WWI meewerken aan de verdere invoering van vaste verandermomenten.

Met deze aanpak beogen wij het wederzijdse vertrouwen, tussen het maatschappelijk middenveld, inclusief burgers, en de (Rijks-)overheid, te versterken en de bestaande kloof tussen deze te verkleinen. Het moet bijdragen tot een breder draagvlak voor het overheidsbeleid en acceptatie van de beleidsmaatregelen waarmee burgers en bedrijven te maken hebben.

Bovenstaande laat onverlet dat wij merkendat we tegen de grenzen van de mogelijkheden aanlopen. In de voortgangsrapportage «Merkbaar Minder» van onze collega’s, de staatssecretarissen van Financiën en van Economische Zaken, aan de Tweede Kamer van 20 mei 2008 wordt hierop, in algemene zin, ingegaan (Kamerstukken II, 2007–2008, 29 515, nr. 244, blz. 2). Ingekleurd voor het ministerie van VROM/WWI zijn de volgende grenzen van belang:

Europese Unie: veel regelgeving op het VROM/WWI-domein vloeit direct of indirect voort uit Europese regelgeving, zoals bijvoorbeeld de EU-richtlijn Ecodesign en de Kaderrichtlijn Afval. Uit het door het Asser Instituut uitgevoerde onderzoek is gebleken dat Nederlandse milieuregelgeving voor ten minste 66% door Europese regelgeving is beïnvloed1.

Tweeslachtigheid: of het nou overheden, bedrijven of burgers betreft, de roep om vermindering van de regeldruk verandert nog wel eens in bezwaren tegen het daadwerkelijk schrappen of aanpassen van de regelgeving als de consequenties er van duidelijk worden.

Regelreflex: er is, en blijft, een neiging binnen de politieke arena om problemen te lijf te gaan met wet- en regelgeving, omdat regelgeving nou eenmaal, ogenschijnlijk, een vrij direct sturingsinstrument is. Voorbeelden hiervan zijn onder andere regelgeving omtrent legionella en vuurwerk. Onzekerheid over de effectiviteit van andere instrumenten (zoals voorlichting, financiële prikkels en convenanten) en het streven naar gelijke behandeling (voorkomen «freerider»-gedrag) spelen daarbij een belangrijke rol.

Concrete doelen van het programma

Om de hiervoor beschreven ambitie waar te maken, stellen wij de volgende doelen vast.

Instrumentkeuze

1. Beslissingen om tot wetgeving over te gaan worden niet genomen dan nadat alternatieve mogelijkheden tot, of in plaats van, regulering zijn onderzocht en de effecten op de regeldruk expliciet zijn afgewogen.

Slimmere regels, merkbaar minder regeldruk

2. Voor 2 thema’s vindt in 2009–2010 een fundamentele doorlichting plaats naar nut & noodzaak van regelgeving, de mogelijkheden tot andere lastenarme beleidskeuzes en de inzet van andere beleidsinstrumenten. Bij de selectie van de betreffende beleidsgebieden is de Gemengde Commissie Regeldruk VROM1 geconsulteerd.

3. De door overheden, burgers en bedrijven aangedragen knelpunten en irritaties worden beoordeeld en van een adequate reactie of actie voorzien. De Gemengde Commissie Regeldruk VROM vervult hierin een adviserende rol. De doelstelling van VROM/WWI is om 50% van de irritaties/knelpunten binnen 6 maanden, 90% binnen 12 maanden en 100% binnen 18 maanden aan te pakken, en zo mogelijk op te lossen.

Betere dienstverlening

4. ICT-projecten

a. Medio 2009 is de Basisregistratie van Adressen en Gebouwen operationeel

b. Begin 2009 vindt besluitvorming plaats over de realisatie van de ICT-Atlas Leefomgeving

c. In 2009 is de Landelijke Voorziening Omgevingsloket operationeel

5. In 2009 worden de randvoorwaarden en criteria vastgesteld en vastgelegd, waaraan organisaties die zijn belast met vergunningverlening en toezicht op het vlak van het omgevingsrecht moeten voldoen.

6. In 2011 wordt, bij vergunningverlening en toezicht, conform deze randvoorwaarden en criteria gewerkt.

Minder lasten

7. In 2011 zijn de administratieve lasten voor bedrijven minimaal 25% lager t.o.v. 1 maart 2007.

8. In 2011 zijn de administratieve lasten voor burgers met 38% in uren en 32% in euro gereduceerd t.o.v. eind 20022.

9. In 2011 is t.o.v. 2007 het aantal vergunningen voor bedrijven en burgers met 30 % (75 000 per jaar) verminderd.

10. In 2011 is t.o.v. 2007 bij 3 vergunningstelsels het systeem van Lex Silencio ingevoerd.

Europa

11. Bij nieuwe Europese richtlijnen waarvan te verwachten is dat zij tot een substantiële regeldruk zullen leiden wordt standaard een impact assessment uitgevoerd gericht op het in kaart brengen van de door de ontwerp richtlijn veroorzaakte regeldruk, en deze in de implementatie en uitvoering van de richtlijn meenemen.

12. In 2008 wordt de Europese Commissie geïnformeerd door Nederland – VROM/WWI over de Europese regels die tot de hoogste administratieve lasten leiden.

Waar staan we nu?

De bouwregelgeving is sterk vereenvoudigd. Veel vergunningen zijn vervangen door algemene regels. De regels bij toepassing van bouwstoffen zijn sterk versimpeld. Het is maar een kleine greep uit de projecten die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd. Voor een compleet overzicht van alle acties die de afgelopen jaren onder de noemer Meerjarenprogramma Modernisering VROM regelgeving zijn uitgevoerd, verwijzen wij naar de afsluitende rapportage over dit programma (Kamerstukken II, 2007–2008, 29 383, nr. 102).

Bovengenoemde projecten leiden tot een forse reductie van de administratieve lasten. Per eind september 2008 staat de teller op ongeveer 18% reductie van de administratieve lasten voor bedrijven ten opzichte van de peildatum 1 maart 2007. De effecten van de verschillende projecten zijn echter niet alleen boekhoudkundig van aard. Ook belangrijke irritaties en knelpunten zijn weggenomen. Voorbeelden zijn het wegwerken van lokale regelgeving op het gebied van milieu door de introductie van landelijk geldende regels, het terugbrengen van de keuringsfrequentie van vloeistofdichte vloeren, brandblusmiddelen en stookinstallaties, de versobering van rapportage- en onderzoeksverplichtingen en een efficiëntere besluitvorming en verkorting van de procedures voor het bestemmingsplan met de komst van de nieuwe Wro. Ontwikkelingen zoals algemene regels in plaats van milieuvergunningen in het Activiteitenbesluit en uniformering van brandveiligheidsvoorschriften in het Gebruiksbesluit vinden bij het bedrijfsleven en de mede-overheden brede steun en waardering.

Wat gaan we doen?

In dit onderdeel van het werkprogramma werken wij de eerder beschreven doelen verder uit en beschrijven wij langs welke route wij ze realiseren.

Instrumentkeuze (1)

Regelgeving is er niet voor niets. Het dient om maatschappelijke problemen op te lossen. Er zijn echter veel meer mogelijkheden en instrumenten om maatschappelijke problemen op te lossen. Het is van belang dat in het beleidsproces een goede afweging wordt gemaakt welk instrument het meest geschikt is om het probleem op te lossen. Om te borgen dat een dergelijke afweging goed wordt gemaakt, wordt binnen het ministerie van VROM/WWI geen beslissing genomen tot het inzetten van het wettelijk instrumentarium als er geen gedegen afweging van de mogelijke instrumenten heeft plaatsgevonden (door middel van het opstellen van een startnota). Interdepartementaal wordt gewerkt aan de vormgeving van het Integraal Afwegingskader (IAK), onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie. Deze zal bij het maken van de afweging een goed hulpmiddel vormen om te komen tot een weloverwogen keuze voor het in te zetten instrumentarium. In dit kader gaat VROM/WWI de mogelijkheden verkennen om zo vroeg mogelijk in het beleidsproces stappen te zetten ter voorkoming van regeldruk.

Slimmere regels, merkbaar minder regeldruk

Fundamentele doorlichting (2)

Voor 2 thema’s vindt in 2009–2010 een fundamentele doorlichting plaats naar nut en noodzaak van regelgeving, en de mogelijkheden tot andere beleidskeuzes. De selectie van de thema’s heeft plaatsgevonden op basis van het eerdergenoemde overzicht van knelpunten en irritaties (bundeling van klachten) en/of aspecten zoals bijvoorbeeld hoge administratieve lasten en complexiteit van de regelgeving. Bij de selectie van de thema’s is de Gemengde Commissie Regeldruk VROM geconsulteerd. Bij de doorlichtingen wordt gebruik gemaakt van de expertise van de leden van deze commissie. Wij hebben besloten fundamentele doorlichtingen uit te voeren naar de keurings- en naar de registratie- en rapportageverplichtingen als gevolg van VROM/WWI-regelgeving. Dit neemt niet weg dat ook andere onderwerpen onze aandacht hebben, maar zich nu (nog) niet lenen voor een fundamentele doorlichting. De in het overleg met de Gemengde Commissie genoemde wetgevingscomplexen willen we de komende tijd verder met hen bespreken.

1. Fundamentele verkenning verdergaande vereenvoudiging registratiesystematiek

Uit de nieuwe nulmeting (2008) blijkt dat VROM/WWI voor 230 miljoen euro registratie- en rapportageverplichtingen aan bedrijven oplegt (inclusief registratieverplichtingen voor alle ontdoeners van bedrijfsafval en gevaarlijk afval). Doel is het voldoen aan de informatiebehoefte van de overheid t.b.v. monitoring, handhavingdoeleinden, beleidsontwikkeling en internationale verplichtingen. Met de komst van het Activiteitenbesluit en de circulaire exploitiatievergunning is al een stap gezet de registratieverplichtingen te versoberen. Daar alsnog een behoorlijk bedrag aan registratie- en rapportageverplichtingen overblijft, zal een fundamentele verkenning naar het nut en de noodzaak van deze verplichtingen en de mogelijkheden tot vereenvoudiging worden uitgevoerd. Daarbij zijn wij voornemens inzicht te geven in de aard en omvang van de huidige registratie- en rapportageverplichtingen en de mate waarin dit tot ergernissen bij bedrijven leidt. Dan zal de verkenning de reden tot het opleggen van de verplichtingen moeten achterhalen en meer inzicht geven in het gebruik van de beschikbaar gekomen gegevens. Het eindresultaat zijn aanbevelingen voor het vereenvoudigen van registratie- en rapportageverplichtingen op basis van wet- en regelgeving en afspraken. Ons uitgangspunt hierbij is minimaal een gelijkblijvend milieubeschermingsniveau en voldoen aan internationale verplichtingen. Daar waar mogelijk zal input worden geleverd in EU-verband m.b.t. het verder stroomlijnen van meet- en registratieverplichtingen.

2. Fundamentele verkenning verdergaande vereenvoudiging keuringsystematiek

Uit de nieuwe nulmeting (2008) blijkt dat VROM/WWI voor 117 miljoen euro keuringverplichtingen aan bedrijven oplegt. Hiervan is een deel in het kader van de realisatie van het Activiteitenbesluit per 1 janauri 2008 al gesaneerd (o.a. de keuring van vloeistofdichte vloeren van 1 keer per jaar naar 1 keer per 6 jaar). Met de komst van het Gebruiksbesluit zal tevens de keuringsfrequentie van brandblussers worden verlaagd. Daar alsnog een behoorlijk bedrag aan keuringverplichtingen overblijft, zijn wij voornemens een fundamentele verkenning naar het nut en de noodzaak van keuringen en vereenvoudigingmogelijkheden uit te voeren. Ook hier is ons uitgangspunt een minimaal gelijkblijvend milieubeschermingsniveau, voldoen aan internationale verplichtingen en het adagium «uitgaan van vertrouwen» daar waar mogelijk en mogelijkheden van meer marktwerking door certificering.

Wij zijn voornemens een commissie in te stellen (onder onafhankelijk voorzitterschap) die de doorlichting uitvoert, en zelf haar methode bepaalt die bij de doorlichting wordt gehanteerd. De vragen die aan de orde kunnen komen betreffen in het algemeen:

– Probleemdefinitie: is er een probleem/wat is het probleem?

– Wat was destijds het beoogde doel om als overheid in te grijpen?

– Is de mate van overheidsingrijpen om het beoogde doel te bereiken nuttig en noodzakelijk: wat is het te beschermen risico?

– Waaruit bestaat het overheidsingrijpen (instrumentkeuze)?

– Is de bestaande mate van ingrijpen met wet- en regelgeving noodzakelijk en proportioneel?

– Wordt de regeldruk mede veroorzaakt door EU-voorschriften?

Knelpunten en irritaties (3)

Basis voor de activiteiten die onder deze noemer worden uitgevoerd, zijn de volgende overzichten van knelpunten en irritaties:

– bijlage 1 van het Kabinetsplan aanpak administratieve lasten (Kamerstukken II, 19 juli 2007, 29 515, nr. 202)

– de nulmeting administratieve lasten bedrijven (2008)

– de quickscan nalevingkosten

– de fundamentele verkenningen Commissie Dekker en Commissie Noordzij

– inventarisatie van het Meldpunt regeldruk

Voor elk van de knelpunten wordt vastgesteld of en op welke wijze het wordt opgepakt. Het resultaat van de beoordeling wordt besproken met de Gemengde Commissie Regeldruk VROM. Afhankelijk van de concreetheid en de mogelijkheid om er oplossingen voor te vinden, binnen de grenzen die in het werkprogramma worden genoemd, zullen deze knelpunten worden aangepakt. Over de voortgang wordt u nader geïnformeerd.

Wij bezien ook in hoeverre op rijksniveau belemmeringen bestaan die deregulering op gemeentelijk niveau bemoeilijken. In dit kader verwijzen wij u naar de zogenaamde «roadblocks», zoals opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Taskforce Vermindering Regeldruk Gemeenten onder voorzitterschap van de heer Wallage. De taskforce is schriftelijk op de hoogte gesteld welke oplossingsrichtingen en bijpassende acties VROM/WWI heeft geformuleerd op 11, voor VROM/WWI relevante, «roadblocks».

Binnen het werkprogramma «Schoon en Zuinig», waarin het Kabinet haar ambities voor het klimaatbeleid heeft neergelegd, gaat VROM/WWI belemmeringen inventariseren en vervolgens met medeoverheden aanpakken. Over de voortgang van deze actie wordt u seperaat geïnformeerd via de jaarlijkse voortgangsrapportage van het werkprogramma «Schoon en Zuinig», waarvan de eerste voor oktober 2008 gepland staat. Concrete voorbeelden van activiteiten op het terrein van «Schoon en Zuinig» waar regelgeving belemmerend werkt zijn: benutting van aardwarmte, warmte/koudeopslag, co-vergisting van mest en biomassa ten behoeve van duurzame electriciteitsopwekking, de bouw van windmolens op land of zee en het bevorderen van energiebesparende maatregelen in de woningbouw.

Betere dienstverlening

ICT-projecten (4)

Het ministerie van VROM/WWI gebruikt de mogelijkheden van ICT om de dienstverlening aan burgers en ondernemers te verbeteren. Verschillende ICT-projecten, zoals Basisregistraties van Adressen en Gebouwen en Landelijke Voorziening Omgevingsloket worden het komende jaar geïmplementeerd.

Randvoorwaarden en criteria (5 en 6)

De versnipperde organisatie van de vergunningverlening en het toezicht op het gebied van het omgevingsrecht, met als gevolg kwaliteitstekort, is een belangrijke bron van «ervaren regeldruk». Dit blijkt onder meer uit de regelmatig gehoorde klacht van het bedrijfsleven over een ongelijk speelveld, doordat de milieuregelgeving in verschillende delen van het land soms op verschillende wijze wordt toegepast. De oplossing ligt in een professionelere overheidsorganisatie die in staat is sneller over te gaan tot instrumenten die de ervaren regeldruk verminderen, zoals minder gedetailleerde voorschriften en het differentiëren in de toezichtstrategie tussen koplopers en achterblijvers.

In het kader van het Transitieprogramma werk in uitvoering (onderdeel van het programma SBM, maar met een eigen traject) wordt momenteel gewerkt aan een kabinetsreactie op het advies van de commissie Mans. Ook de adviezen van een aantal andere commissies (Oosting, Lodders, d’Hondt, Dekker) worden in dit programma betrokken. Ambitie hierbij is uw Kamer een eindbeeld te presenteren dat onder meer duidelijkheid geeft over de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende overheden, de organisatie van de uitvoering, de borging van de kwaliteit en de uitwisseling van informatie (Kamerstukken II, 2007–2008, 29 383, nr. 107). Het eindbeeld moet recht doen aan de ambities van het kabinet ten aanzien van de vermindering van de bestuurlijke drukte en decentralisatie, en moet het een oplossing bieden voor de knelpunten, zoals de Commissie Mans die heeft gesignaleerd. Hieronder valt ook de ontwikkeling van het interbestuurlijk toezicht en de daarmee gepaarde toezichtslasten. De planning is er op gericht het eindbeeld in november 2008 naar de Tweede Kamer te sturen.

Minder lasten (7 t/m 10)

In de bijlage bij deze brief treft u een compleet overzicht aan van projecten en maatregelen die bijdragen aan het realiseren van onze ambities Slimmer, Beter, Minder. Een aantal belangrijke daarvan worden in de volgende paragraaf toegelicht. De in de bijlage opgenomen maatregelen ter vermindering van de regeldruk leveren, voor zover nu kan worden ingeschat, het onderstaande beeld voor bedrijven op. De gerealiseerde reductie tot eind september 2008 bedraagt 18,3%, en de verwachting is dat deze, met de afronding van lopende projecten, stijgt tot 29,1% in 2011. Nieuwe voorstellen en initiatieven om de merkbare regeldruk en lasten te verminderen zijn niet meegenomen. Met de, in onze ambitie, geformuleerde fundamentele doorlichting en de aanpak van knelpunten en irritaties beogen wij het percentage verder te verhogen.

Administratieve lasten bedrijven:

PeriodeReductieToenameReductie in %Toename in %
03/2007 t/m 09/2008€ 243 474 855€ 21 656 31020,0%1,8%
10/2008 t/m 2011€ 155 142 453€ 23 053 16912,8%1,9%
Totaal 2007 tot 2011€ 398 617 308€ 44 709 48032,8%3,7%
Totale reductie€ 353 907 82829,1%

Voor zover nu kan worden ingeschat leveren de in de bijlage opgenomen maatregelen het volgende beeld voor burgers op:

Administratieve lasten burgers:

 ReductieReductie in %
PeriodeIn uren * 1 000In € * 1 000uren
Nulmeting 31/12/20022 622113 889  
12/2002 tot 07/2008– 114 833– 24 87743,8%21,8%
07/2008 tot 01/2011– 11– 11 7000,4%10,3%
Totale reductie– 1 159,33– 36 57744,2%32,1%

Wij zijn druk doende het instrument mediation als alternatieve vorm van geschillenbeslechting daar waar mogelijk toe te passen. Bovendien wordt onderzocht in hoeverre mediation meer planmatig binnen VROM/WWI kan worden vormgegeven. Zo is er bijvoorbeeld een Handleiding Mediation als vorm van geschillenbeslechting in ontwikkeling, ter voorkoming van bezwaar- en beroepsprocedures.

Voor het onderdeel Lex silencio positivo is interdepartementaal een verdere doorlichting van de rijksvergunningstelsels gehouden. Hierover wordt u binnenkort separaat geïnformeerd. De lex silencio is de rechtsfiguur die inhoudt dat de overschrijding van een beslistermijn door het bevoegde bestuursorgaan van rechtswege leidt tot een (fictieve) positieve beslissing op de vergunningaanvraag. Vergunningen op de terreinen van VROM/WWI, waarvan lex silencio reeds eerder is geregeld dan wel waarvan al eerder is besloten onder bepaalde voorwaarden tot invoering van lex silencio over te gaan, zijn: de toestemming tot het onttrekken van woningen aan het bestand sociale huursector; de melding van een bodemsanering die valt onder de regeling uniforme bodemsaneringen; de omgevingsvergunning (reguliere procedure); wijziging van de woonfunctie van gebouwen bij splitsen van woningen in appartementsrechten.

Als gevolg van de recente interdepartementale doorlichting van rijksvergunningsstelsels is het kabinet bovendien voornemens nog deze kabinetsperiode bij de volgende stelsels de lex silencio in te voeren: registratie lijst vervoerders, inzamelaars, handelaars en bemiddelaars van afval; ontheffing verbrandingsverbod afvalstoffen buiten inrichtingen; vergunning tot het aangaan van overeenkomsten van huur en verhuur van woonruimte op grond van de Leegstandswet.

Europa (11 en 12)

Niet alleen voor het omgevingsbeleid in Nederland, maar ook voor de regeldruk in ons land is de Europese regelgeving een factor van betekenis. Bij elk voorstel van de Europese Commissie wordt kritisch bezien in hoeverre het voorstel tot verdere administratieve lasten of merkbare regeldruk leidt. Er wordt standaard een BNC-fiche (Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen) opgesteld, en besproken in de Tweede Kamer. Als een fiche duidelijk substantiële effecten, op onder andere de administratieve lasten, laat zien, wordt een diepgaande analyse gemaakt van de effecten. Recent is dit gebeurd met het voorstel van de Commissie voor aanpassing van de IPPC-richtlijn. Mede op basis van deze analyse heeft Nederland, samen met een aantal andere lidstaten, sterk ingezet op vermindering van de rapportageverplichtingen en terughoudendheid bij de uitbreiding van de reikwijdte van de IPPC richtlijn (Kamerstukken II, 2007–2008, 22 112, nr. 608).

In het kader van het Europese programma Better Regulation is VROMWWI vooral gebrand op modernisering van die Europese regels, waar aanzienlijke administratieve verplichtingen en bestuurlijke taken aan verbonden zijn of die (milieu)innovatie in de weg staan. Verder wordt vanuit VROM/WWI, door het dossierteam Betere Regelgeving, gestreefd naar verbetering van de onderbouwing en intersectorale afstemming van Europese regels, zowel op Europees als op nationaal niveau. Daarnaast wordt ingezet op verbetering van de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van regels, en op bewustwording van consequenties van Europese regels voor de ruimtelijke ordening. Verder verwijzen wij u hierbij naar de kabinetsreactie op het rapport «Brussels Lof» van de VROM-raad (Kamerstukken II, 2007–2008, 21 109, nr. 186).

Daarnaast is nog een extra inventarisatie gehouden welke voorstellen reeds in gang zijn gezet of kunnen worden gestart om regeldruk als gevolg van EU-regelgeving te verminderen of te voorkomen. Deze voorstellen worden bij de Europese Commissie en andere lidstaten aangekaart, zowel op het niveau van formele bijeenkomsten zoals bijvoorbeeld raadswerkgroepen over individuele richtlijnen, als op het niveau van uitvoering van het EU-actieprogramma en de derde strategische herziening van Betere Regelgeving, die in januari 2009 van de Europese Commissie wordt verwacht.

Korte schets van maatregelen

Zoals blijkt uit het bijgevoegde overzicht van projecten (zie bijlage) is er sinds het aantreden van dit kabinet een groot aantal projecten afgerond. Qua merkbaar minder regeldruk en administratieve lasten zijn de smaakmakers het project Uniformering Saneringen, dat geleid heeft tot een meldingsregime, minder onderzoekskosten en minder saneringsplannen, en het Besluit Bodemkwaliteit waarmee (onder meer) het Bouwstoffenbesluit wordt vervangen en vereenvoudigd. Ook het Activiteitenbesluit mag in deze rij niet ontbreken. Hiermee zijn twaalf bedrijfstakken onder algemene regels gebracht en een reductie van administratieve lasten van 198 mln. euro (VROM/WWI-gedeelte) gerealiseerd. Om u inzicht te geven in de nieuwe projecten die opgestart zijn of de komende tijd starten treft u hieronder een (niet uitputtend) overzicht aan van:

1. Projecten en maatregelen die zijn gericht op merkbaar minder regeldruk en/of een daling van administratieve lasten;

2. Projecten waarbij onderzoek wordt uitgevoerd naar de mogelijkheden om de regeldruk te verminderen;

3. Projecten en maatregelen die leiden tot een stijging van de administratieve lasten.

Ad 1. Projecten en maatregelen gericht op merkbaar minder regeldruk en/of een daling van administratieve lasten

• Activiteitenbesluit 2e fase

In het kader van het project «Tweede fase van de modernisering van de algemene regels» is het de bedoeling om meer vergunningplichtige activiteiten onder algemene regels te brengen. Op basis van een eerste inschatting betreft dit 7000 vergunningplichtige inrichtingen. Dit leidt tot een geschatte administratieve lastenverlichting van enkele tientallen miljoenen euro’s per jaar.

• Exploitatiefase milieuvergunning

Begin januari 2008 is een circulaire gestuurd aan B&W van gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincies. In de circulaire zijn 10 onderwerpen aangereikt waarbij het bevoegd gezag bij nieuwe vergunningen of een voorgenomen wijziging kan bijdragen aan de realisatie van een lastenreductie voor vergunningplichtige ondernemers. Tot 1 juli 2008 is een administratieve lastenreductie gerealiseerd van 5 miljoen euro, en loopt de komende jaren op tot 35 miljoen euro.

• Programma Modernisering Bodemwetgeving (voorheen inbouw van de Wbb in de Wm)

In de brief van 4 januari 2008 aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2007–20 008, 30 015, nr. 20) blijkt dat diverse ontwikkelingen in het bodemsaneringsbeleid noodzaken tot wijziging van wetgeving. Bij het effectueren van deze wijziging zal aandacht worden gegeven aan verdere vereenvoudiging en stroomlijning van verplichtingen en procedures, het maken van een goede regeling voor de opslag van warmte en koude in de ondergrond en het wettelijk regelen van de gebiedsgerichte aanpak en beheer van (grootschalig) ernstig verontreinigd grondwater. Van de verwachte lastenreductie is nog geen inschatting te maken.

• Het Besluit Glastuinbouw

De verbruiksdoelstellingen voor bestrijdingsmiddelen en meststoffen in substraatteelt worden geschrapt. Voorschriften met betrekking tot het gebruik van assimilatiebelichting worden aangepast. Verder zullen voorschriften m.b.t het registreren van bestrijdingsmiddelen, rapportageonderdelen uit de jaarrapportage en analyse grondmonster komen te vervallen. In totaal leidt de wijziging van het Besluit Glastuinbouw tot een lastenreductie van 5,5 mln. euro per jaar en wordt beoogd in april 2009 in werking te laten treden

• 3e wijzigingspakket Bouwbesluit 2003

Op dit moment wordt gewerkt aan het dereguleren en vereenvoudigen van het Bouwbesluit 2003 (wijzigingspakket 3), hetgeen leidt tot een ontwerptekst met als doel het Bouwbesluit 2003 te wijzigen. De verwachte administratieve lastenreductie wordt in het najaar 2009 aan Actal voorgelegd.

• Gebruiksbesluit

Met fase 1 van het Gebruiksbesluit (1 november 2008) zijn de voorschriften brandveilig gebruik uit de model bouwverordening van de VNG overgeheveld naar landelijke regelgeving. Daarmee komt er een eind aan onnodig lokale verschillen en besparen bedrijven €  26,3 miljoen administratieve lasten en € 6.4 miljoen aan verschuldigde leges.

Met fase 2 wordt de afstemming tussen de bouwtechnische, de installatie- en de gebruikstechnische eisen geoptimaliseerd en het Bouwbesluit 2003 met het Gebruiksbesluit geïntegreerd in één AMvB. Van de verwachte administratieve lastenreductie is nog geen inschatting te maken (verwacht najaar 2009).

• Verruiming vergunningsvrij bouwen

VROM/WWI werkt aan substantiële verruiming in, en vereenvoudiging van, de regeling voor vergunningsvrij bouwen, die gelijk met de Wabo in werking treedt. Dit leidt tot een lastenverlichting (vermindering vergunningplicht) en aanscherping eigen verantwoordelijkheid. De lastenverlichting wordt momenteel onderzocht (opdracht BZK).

• Vereenvoudiging van de toepassing van de huurtoeslag

Ten einde zowel de uitvoering door de Belastingdienst (BD) te vergemakkelijken, als de transparantie voor de burger te vergroten, krijgen huurders een eenvoudiger formulier in te vullen. Verder hoeven verhuurders minder gespecificeerde gegevens op te leveren bij de jaarlijkse huuruitwisseling met de BD. Voor een deel is dit reeds doorgevoerd, en de 2e fase van de vereenvoudiging is in gang gezet.

• Voorgenomen wijziging melden

In 2007 heeft een evaluatie plaatsgevonden van het Besluit melden. Zowel vanuit handhaving als vanuit het bedrijfsleven bestaat thans – over het algemeen – consensus over de voorgenomen wijzigingen die het Besluit melden beter uitvoerbaar maken. Alle wijzigingen tezamen hebben nagenoeg geen effect op de administratieve lasten maar lossen wel belangrijke irritaties op. Lastenverlagend is bijvoorbeeld het uitzonderen van de meldplicht voor kunststoffen, banden en dierlijke bijproducten die onder de Europese Verordening 1774/2002 vallen en het vereenvoudigen van de meldplicht voor afvalstoffen uit het publieke domein. Lastenverhogend zullen onder meer zijn het onder meldplicht laten vallen van exploitanten van mobiele puinbrekers, kleine sorteerinrichtingen voor bouw- en sloopafval en kleine composteerderijen, waarvoor het bedrijfsleven, met het oog op een gelijk speelveld binnen de branches, zelf heeft verzocht.

• Grotestedenbeleid

Ook wordt uitvoering gegeven aan de decentralisatie van het huidige Grotestedenbeleid (GSB) III en het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV). Gemeenten krijgen een grotere beleidsvrijheid, en gaan minder verantwoorden aan het Rijk. Dit houdt onder andere in het gebruik van algemene regels in plaats van regels op detail en de vermindering van de bestuurlijke drukte. Daarnaast worden (wettelijke) belemmeringen die een effectieve oplossing van lokale problemen in de weg staan of bij het uitvoeren van experimenten weggenomen. Ten aanzien van het ISV worden er met de betrokken gemeenten afspraken op hoofdlijnen gemaakt met als gevolg vermindering van bestuurlijke drukte.

Ad 2. Projecten waarbij onderzoek wordt uitgevoerd naar reductiemogelijkheden

• Drinkwaterbesluit in ontwikkeling op onderdeel legionella

Overwogen wordt de normstelling op legionella (verschillende soorten) toe te spitsen op 1 soort, de Legionella pneumophila. Deze soort geeft het grootste effect op de volksgezondheid en komt in ca. 20% van de gevallen voor. De andere soorten komen in 80% van de gevallen voor maar leveren weinig risico’s voor de volksgezondheid op. Als uit het nog uit te voeren RIVM onderzoek blijkt dat het idee om de normen van de overige soorten te laten vervallen niet tot onaanvaardbare risico’s voor de volksgezondheid leidt, kan het aanpassen van de normstelling leiden tot een aanzienlijke reductie van nalevingkosten en administratieve lasten (mogelijk 80% minder).

• Commissie Dekker

Op basis van de conclusies van de Commissie Dekker (fundamentele doorlichting bouw) wordt aan een plan van aanpak gewerkt. Hierin komen in elk geval het afschaffen van de «preventieve toets», onderzoek naar wettelijke verankering gecertificeerde Bouwbesluittoets en vereenvoudiging bestemmingsplannen aan de orde. Daarnaast wordt een experiment met gebiedsconcessies voorgesteld: een initiatief voor gebiedsontwikkeling door de overheid waarbij een aantal randvoorwaarden worden gesteld om daarna het gebied in concessie uit te geven aan een marktpartij, die binnen die randvoorwaarden het gehele gebied kan ontwikkelen. Doel hiervan is om de regeldruk en lasten te verminderen, en het uitvoeringsproces te versnellen. Vóór het eind van 2008 wordt u over het plan van aanpak nader geïnformeerd.

• Wijziging Woningwet voor het schrappen van de «wettelijke adviesverplichting door een onafhankelijke welstandscommissie of stadsbouwmeester»

Het kabinet heeft overeenstemming bereikt over het voornemen de wettelijke adviesverplichting door een onafhankelijke welstandscommissie uit de Woningwet te schrappen.

Gemeenten krijgen hiermee in de toekomst meer flexibiliteit bij het inrichten van de wijze waarop toetsing van bouwplannen aan welstandsbeleid plaatsvindt. Hierdoor kunnen vergunningen voor bouwplannen klantvriendelijker en sneller worden verstrekt. Het kabinetsvoornemen wordt binnenkort aan het parlement aangeboden.

Ad 3. Projecten en/of maatregelen met een stijging van administratieve lasten

• Implementatie van de EU-richtljn Ecodesign en bijbehorende uitvoeringsmaatregelen

Op basis van de richtlijn worden eisen gesteld ten aanzien van energieverbruik en andere milieuaspecten bij het ontwerp van energieverbruikende producten, en in voorlopig 20 uitvoeringsmaatregelen (UM) geïmplementeerd. Op basis van 14 UM wordt een administratieve lastentoename van € 8,8 miljoen per jaar geschat.

Voor het vaststellen van normen in het kader van de Richtlijn Ecodesign vormt het beperken van de administratieve lasten een continu punt van aandacht. Voor deze uitvoeringsmaatregelen wordt door de Europese Commissie een Impact Assessment uitgevoerd, zoals zij voor al haar wetgevingsvoorstellen uitvoert en vanuit NL is het beperken van lasten structureel opgenomen in onze instructies voor alle formele bijeenkomsten in dit kader.

Voorgenomen regelreductie & – toename VROM in 2009

NaamDomeinInwerkingtreding (onder voorbehoud)
Reductie  
Besluit Detectie radioactief besmet schroot (Bdrs)Stoffen en productenjul-09
Intrekking Besluit Typekeuring verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxiden en bijbehorende typekeuringsregelingStoffen en producten1-okt-09
Wijziging hoofdstuk Afvalstoffen van de Wm m.b.t. diverse onderwerpenAfval1-jan-09
Vrijstelling Meldings- en verslagleggingsplicht verpakkingsmateriaal detailhandelAfval1-jan-09
Voorgenomen wijzigingen Besluit MeldenAfval1-jul-09
Inzamelvergunning omzetten naar algemene regels + meldingAfval2e helft 2009
Wijziging Regeling EVOA over borgstellingAfval2009
Besluit en regeling acceptatie afvalstoffen op stortplaatsenAfval1-apr-2009
Inzamelvergunning omzetten naar algemene regels + meldingAfval1-okt-2009
Vereenvoudiging Milieujaarverslag (MJV) met de E-PRTR.Inrichtingen1-jan-09
Intrekken van Besluit emissie-eisen NOx salpeterzuurfabriekenInrichtingenjuni-09
Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallatieInrichtingen1-apr-09
Besluit externe veiligheid transportroutesExterne veiligheid1-sept-09
Verbeteren vuurwerkbesluit n.a.v. evaluatie en vergroten handhaafbaarheidExterne veiligheid1-sept-09
Verdergaande vereenvoudiging formulieren en procedures bouwstofproducenten en bodemintermediairsBodem1-jan-09
Wijziging Besluit GlastuinbouwLandbouwapr-09
Herziening MER (fase 2)Plannen31-dec-09
Gebruiksbesluit (2e fase)Bouwen31-dec-09
Vereenvoudiging huurtoeslagregelgevingHuurwetgeving en corporaties1-jan-09
Vereenvoudiging Wet voorkeursrecht gemeenten (2e wijziging)Ruimtelijke Ordening2009
Vereenvoudiging Wet Inburgering met één handhavingstermijnInburgering en integratie1-mrt-09
Oprichting van het ParticipatiefondsInburgering en integratie1-jan-09
Durp (digitale uitwisseling in ruimtelijke processen)ICT1-jul-09
Basisregistratie van Adressen en Gebouwen (BAG)ICTMedio 2009
LVO (Landelijke Voorziening Omgevingsloket)ICTIn delen op 1-jan-09
   
Toename  
Wet op het overleg huurder verhuurderHuurwetgeving en corporaties1-jan-09
Besluit en Regeling acceptatie afvalstoffen op stortplaatsenAfval1-apr-09
Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallatiesInrichtingen1-apr-09
Besluit externe veiligheid buisleidingenExterne veiligheidmedio 2009
DrinkwaterwetWater1-jan-09
Uitbreiding ministeriële regeling chemicaliën en materialenWaterBegin 2009 (nationaal) en 2012 (Europees)

Conclusie

Het ministerie van VROM/WWI heeft al veel bereikt. Toch is het niet genoeg, zoals wij hebben aangegeven in het werkprogramma. De komende jaren blijven wij actief op het terrein van regeldrukreductie. Daarvoor gaan wij de bredere aanpak in de vorm van fundamentele doorlichtingen en het voorkomen van regeldruk realiseren.

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. M. Cramer

De minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

C. P. Vogelaar


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
1

«Pilot – Monitor EU invloed, een onderzoek naar de realiseerbaarheid van een Permanente Monitor voor het meten van de invloed van Europese regelgeving op in Nederland geldende weten regelgeving», T.M.C. Asser Instituut in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Justitie, 2006.

XNoot
1

De Gemengde Commissie «Regeldruk VROM» bestaat mede uit vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld (VNO-NCW, MKB Nederland, VNG, IPO en Stichting Natuur & Milieu). De commissie adviseert het ministerie van VROM omtrent de regeldrukvermindering.

XNoot
2

Officiële ijkpunt voor administratieve lastenvermindering burgers blijft 2002. Doelstelling is een reductie van 25% in 2011 t.o.v. 2002.