nr. 101
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN
MILIEUBEHEER
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 april 2008
In de afgelopen jaren zijn diverse signalen opgepikt die duiden op onvoldoende
naleefgedrag van VROM-regelgeving door gemeenten bij hun eigen gemeentelijke
inrichtingen. Dit blijkt uit verschillende onderzoeken die sinds 2002 door
de VROM-Inspectie op het gebied van gemeentelijke inrichtingen zijn uitgevoerd.
Ook het rapport «Overtredende overheden» uit 2004 van de Stuurgroep
Handhaven op Niveau (commissie Welschen) geeft aan dat overheden regelmatig
regels overtreden.
Onderzoek
De VNG en de VROM-Inspectie hebben afgesproken om in een driejarenproject
gemeenten te stimuleren een verbeterslag uit te laten voeren. In 2005 heeft
de VROM-Inspectie samen met de VNG de «Handreiking gemeentelijke inrichtingen»
opgesteld (compliance assistance) en zijn gemeenten uitgedaagd om het naleefgedrag
van de inrichtingen die zij drijven in beeld te brengen en expliciet aan de
gemeenteraad te rapporteren. In een brief aan de colleges van Burgemeester
en Wethouders is deze handreiking aangeboden en aangekondigd dat een administratieve
controle en een toezichtsactie plaats zullen gaan vinden.
In 2006 en 2007 heeft er een administratief onderzoek plaatsgevonden in
alle gemeenten naar de rapportage van colleges van Burgemeester en Wethouders
aan de gemeenteraden over het onderwerp gemeentelijke inrichtingen. In 2007
heeft de VROM-Inspectie een onderzoek uitgevoerd onder 30 gemeenten. Dit onderzoek
bestond enerzijds uit interviews met raadsgriffiers, wethouders, gemeentelijke
VROM-ambtenaren en beheerders (belevingsonderzoek). Anderzijds zijn 60 gemeentelijke
inrichtingen onderzocht op het gebied van de VROM-regelgeving (toezichtsactie).
Bij de selectie van te bezoeken locaties was het criterium vooral de eventuele
risico’s voor het publiek, en niet zozeer de milieurisico’s. Het
ging in de meeste gevallen om gemeentehuizen en brandweerkazernes en daarnaast
om een bibliotheek, theater, multifunctioneel centrum of zwembad. De resultaten van dit meerjarenproject zijn opgenomen in het rapport «Voorbeeldige» gemeentelijke inrichtingen,
dat ik u hierbij aanbied1.
Resultaten
De belangrijkste resultaten uit het onderzoek zijn:
– Er is geen «dubbele pet» probleem. Bestuurders maken in toezicht en handhaving geen onderscheid tussen
hun eigen inrichtingen en andermans inrichtingen. Dat de gemeente toezicht
houdt op zichzelf als eigenaar van de inrichting, betekent niet dat zij zichzelf
anders behandelt.
– De gemeente geeft niet altijd het goede voorbeeld.Het naleefgedrag bij de gecontroleerde gemeentelijke inrichtingen
is matig. Op enkele uitzonderingen na, waar grove nalatigheid is geconstateerd,
gaat het om veelal kleine overtredingen. Daarnaast zijn er enkele gemeenten
die hun zaken goed op orde hebben.
– Er wordt slecht gerapporteerd over naleving
en toezicht bij gemeentelijke inrichtingen aan de gemeenteraad. Slechts één
op de tien gemeenten rapporteert conform hetgeen in de Wet milieubeheer voorgeschreven
is.
– Beheerders voelen zich onvoldoende verantwoordelijk
voor de naleving. De beheerder speelt, zoals bij alle inrichtingen,
een sleutelrol bij de naleving. Een aantal beheerders van gemeentelijke inrichtingen
toonde zich weinig betrokken bij het naleven van de voorschriften.
– De gemeenteraad heeft geen of weinig interesse
voor het onderwerp gemeentelijke inrichtingen. Horizontale verantwoording
aan de gemeenteraad vindt op hoofdlijnen plaats; toezicht op gemeentelijke
inrichtingen wordt gezien als uitvoering en daarom als minder relevant.
Het rapport is voor een reactie voorgelegd aan de bestuurskundige prof.
dr. M.S. de Vries. Hij stelt vast dat het aantal waargenomen overtredingen
een ondergrens aangeeft van het werkelijk aantal overtredingen. In het onderzoek
is gekozen voor «lichte» inrichtingen (categorie 1 en 2) en de
locatiebezoeken zijn vooraf bij de gemeenten aangekondigd. Daarnaast constateert
hij dat de conclusie van het onderzoek wellicht nog te goedgunstig is geformuleerd
naar de gemeenten. Hij stelt dat het rapport benadrukt dat het gemeentelijk
toezicht moet worden verbeterd, waar wellicht een nadrukkelijker rol voor
de Inspectie is weggelegd. Tot slot geeft hij aan dat een brede communicatie
van de onderzoeksresultaten van belang is en dat na enige jaren het onderzoek
wordt herhaald.
Vervolg
Ik vind dat de gemeenteraden hun taak van horizontaal toezicht beter moeten
invullen voor gemeentelijke inrichtingen. Gemeenten moeten zorgen voor een
goede naleving van de VROM-regelgeving en het houden van toezicht hierop.
Ook moet hierover jaarlijks gerapporteerd worden aan de gemeenteraad. De wijziging
van de Woningwet per 1 april 2007 en de aankomende wetswijziging van
de Wet ruimtelijke ordening waarin de verplichting van een handhavingsjaarverslag
is opgenomen, draagt er toe bij dat nu integraal op het gebied van milieu,
ruimtelijke ordening en bouwen kan worden gerapporteerd aan de gemeenteraad.
De volgende vervolgacties zijn of worden door mij in gang gezet:
– de 30 onderzochte gemeenten zijn direct na de locatiebezoeken
op de hoogte gebracht van de geconstateerde tekortkomingen bij de gemeentelijke
inrichtingen en gevraagd maatregelen te treffen;
– de colleges van Burgemeester en Wethouders en gemeenteraden van
alle gemeenten worden zo spoedig mogelijk nadat de Tweede Kamer is geïnformeerd
separaat per brief ingelicht over de resultaten van het onderzoek en gewezen
op het adequaat vervullen van hun voorbeeldfunctie. De 30 onderzochte gemeenten
ontvangen zo spoedig mogelijk nadat de Tweede Kamer is geïnformeerd het
rapport«Voorbeeldige» gemeentelijke inrichtingen;
– de voorzitters van de lokale rekenkamers worden over de resultaten
van het onderzoek geïnformeerd;
– van de onderzoeksresultaten wordt een persbericht uitgebracht
en vakbladen gericht geïnformeerd;
– voorbeelden van gemeenten die het onderwerp «gemeentelijke
inrichtingen» goed oppakken, worden positief gepositioneerd, bijvoorbeeld
op de VROM-site;
– er worden in overleg met de VNG, ambassadeurs (gemeenten) gezocht
die het goede voorbeeld geven;
– de VROM-Inspectie zal bij haar jaarlijkse themaonderzoeken waar
mogelijk gemeentelijke inrichtingen onderdeel laten uitmaken van deze onderzoeken
om op deze wijze blijvend aandacht te vragen voor het onderwerp gemeentelijke
inrichtingen en de vinger aan de pols te houden;
– in 2011 wordt dit onderzoek herhaald.
De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J. M. Cramer