nr. 51
DERDE NOTA VAN WIJZIGING
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel I, onderdeel Ga, artikel 9b, vervalt.
B
In artikel I, onderdeel LLLa, artikel 95l, worden onder vernummering van
het vierde lid tot het negende lid, vier leden ingevoegd, luidende:
5. Een leverancier biedt een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste
lid, ten minste een overeenkomst voor de levering van elektriciteit voor een
onbepaalde duur aan.
6. Indien de afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, geen uitdrukkelijke
keuze maakt voor een overeenkomst voor bepaalde duur, wordt hij geacht gekozen
te hebben voor een overeenkomst voor onbepaalde duur.
7. Een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, kan elke overeenkomst
tot levering van elektriciteit beëindigen met inachtneming van een termijn
van dertig dagen.
8. Indien sprake is van een overeenkomst voor bepaalde duur, kan de leverancier
in deze overeenkomst opnemen dat bij tussentijdse beëindiging van de
overeenkomst de afnemer een redelijke vergoeding is verschuldigd. Indien sprake
is van een overeenkomst voor onbepaalde duur, kan een dergelijke vergoeding
niet in de overeenkomst worden opgenomen.
C
Artikel II, onderdeel Aa, artikel 1a, vervalt.
D
In artikel II, onderdeel NNa, artikel 52b, worden onder vernummering van
het vierde lid tot het negende lid, vier leden ingevoegd, luidende:
5. Een leverancier biedt een afnemer als bedoeld in artikel 43, eerste
lid, ten minste een overeenkomst voor de levering van gas voor een onbepaalde
duur aan.
6. Indien de afnemer als bedoeld in artikel 43, eerste lid, geen uitdrukkelijke
keuze maakt voor een overeenkomst voor bepaalde duur, wordt hij geacht gekozen
te hebben voor een overeenkomst voor onbepaalde duur.
7. Een afnemer als bedoeld in artikel 43, eerste lid, kan elke overeenkomst
tot levering van elektriciteit beëindigen met inachtneming van een termijn
van dertig dagen.
8. Indien sprake is van een overeenkomst voor bepaalde duur, kan de leverancier
in deze overeenkomst opnemen dat bij tussentijdse beëindiging van de
overeenkomst de afnemer een redelijke vergoeding is verschuldigd. Indien sprake
is van een overeenkomst voor onbepaalde duur, kan een dergelijke vergoeding
niet in de overeenkomst worden opgenomen.
E
Artikel Vb vervalt.
TOELICHTING
Met deze nota van wijziging kom ik mijn toezeggingen, zoals gedaan tijdens
de plenaire behandeling van het onderhavige wetsvoorstel op 27 mei jongstleden,
na. Deze nota van wijziging betreft twee onderwerpen.
In de eerste plaats heb ik met u naar aanleiding van amendement op stuk
nr. 27 gesproken over een aantal zaken rond contracten die een leverancier
van gas of elektriciteit met kleinverbruikers sluit. Met de Tweede Kamer meen
ik dat het wenselijk is om enkele zaken over deze contracten vast te leggen
om te voorkomen dat afnemers worden belemmerd in de keuze voor hun leverancier
en daardoor de liberalisering de facto niet voldoende tot stand komt. Dit
is opgenomen in de onderdelen B en D van deze nota van wijziging. Het betreft
hier twee elementen, te weten het aangaan van de overeenkomsten en het opzeggen
van de overeenkomsten.
Met betrekking tot het aangaan van overeenkomsten, leg ik in deze nota
van wijziging twee zaken vast. Ten eerste dat een leverancier een kleinverbruiker
altijd ten minste een overeenkomst voor onbepaalde duur aan moet bieden. Ten
tweede dat als een kleinverbruiker geen uitdrukkelijke keuze maakt voor een
overeenkomst van bepaalde duur, hij gebonden zal zijn aan een overeenkomst
voor onbepaalde duur. Met een uitdrukkelijke keuze wordt bedoeld dat er sprake
moet zijn van een bewijsbare schriftelijke of mondelinge bevestiging van de
kleinverbruiker dat hij een overeenkomt voor bepaalde duur is aangegaan.
Deze bepalingen zijn van belang in relatie tot de regels voor het beëindigen
van overeenkomsten. Een overeenkomst voor onbepaalde duur kan altijd kosteloos
worden beëindigd met inachtneming van een termijn van 30 dagen. Dit is
dus voor kleinverbruikers de meest gunstige contractsvorm met het oog op de
mogelijkheden voor het overstappen naar een andere leverancier. Een overeenkomst
voor bepaalde duur kan ook tussentijds worden beëindigd. Echter, het
is redelijk dat de kleinverbruiker hiervoor een vergoeding aan de leverancier
betaalt, die in de overeenkomst is bepaald. Deze vergoeding zal de kosten
moeten weerspiegelen die de leverancier heeft in verband met het tussentijds opzeggen van de overeenkomst voor bepaalde duur. De DTe kan ik het
kader van het toezicht op dit artikel een nadere invulling geven wat moet
verstaan onder een redelijke vergoeding. De reden voor de vergoeding is dat
de leverancier er bij het afsluiten van de overeenkomst vanuit is gegaan dat
hij een bepaalde tijd, bijvoorbeeld één jaar, elektriciteit
of gas aan de kleinverbruiker zal leveren. In ruil hiervoor kan hij bij voorbeeld
een gunstiger prijs hebben aangeboden.
Het toezicht op de bepalingen omtrent consumentenbescherming in de Elektriciteitswet
1998 en de Gaswet, waar de voorgestelde bepalingen een aanvulling op vormen,
vindt op verschillende manieren plaats. In de eerste plaats houdt de DTe toezicht
op de naleving van deze bepalingen, en kan bij overtreding een boete of een
last onder dwangsom opleggen. Daarnaast kan de DTe bij de verlening van de
vergunning aan een leverancier toetsen of er sprake is van redelijke voorwaarden.
Tot slot kan de DTe de vergunning intrekken indien deze bepalingen worden
overtreden.
Mijns inziens vervangt dit amendement de onderdelen III, onder 2, en VI,
onder 2, van het amendement op stuk nr. 27. Voor een nadere toelichting op
deze wijziging verwijs ik u tevens naar mijn reactie op amendement op stuk
nummer 27 in mijn brief van 26 mei jongstleden.
De onderdelen A, C en E van deze nota van wijziging betreffen het onderwerp
eigendom van kabels en leidingen. Naar aanleiding van het amendement op stuk
nr. 29 heb ik aangegeven dat ik bereid ben om de sectorspecifieke bepalingen
over de eigendom van kabels en leidingen in de Elektriciteitswet 1998, de
Gaswet en de Telecommunicatiewet te schrappen indien het amendement op stuk
nr. 29 wordt ingetrokken. Met deze onderdelen doe ik mijn toezegging gestand.
Zoals ik reeds heb aangegeven, zal ik in overleg met onder andere mijn ambtgenoot
van Justitie werken aan een generieke regeling voor deze problematiek.
De Minister van Economische Zaken,
L. J. Brinkhorst