29 362 Modernisering van de overheid

AR BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 juni 2026

Op 17 april 2026 heb ik, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Standen van de Uitvoering van Logius, de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG), Huis voor Klokkenluiders en het Adviescollege ICT-Toetsing (AcICT) aan de Tweede Kamer verzonden. In de Standen van de uitvoering hebben de betreffende uitvoeringsorganisaties de voornaamste knelpunten opgenomen waar zij in hun taakuitoefening tegenaan zijn gelopen. De standen van uitvoering van de uitvoeringsorganisaties op het gebied van het herstel van de schade in Groningen zijn niet meegenomen in deze brief, omdat die in 2024 nog onder de verantwoordelijkheid van mijn ambtsgenoot van EZ vielen.

Vanuit uw Kamer heb ik het verzoek ontvangen om de Standen van de uitvoering van BZK ook naar uw Kamer te sturen. Hierbij stuur ik u mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de brief die ik hierover naar de Tweede Kamer heb gestuurd waarin ik de Tweede Kamer heb geïnformeerd over de voortgang en de resultaten van de reeds eerder gesignaleerde knelpunten, alsmede de hierboven genoemde Standen van de uitvoering.

Ik hoop u op deze wijze voldoende te hebben geïnformeerd.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma

Naar boven