Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 29362 nr. AO |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 29362 nr. AO |
Vastgesteld 7 mei 2026
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het programma Werk aan Uitvoering. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 10 maart 2026.
• De antwoordbrief van 24 april 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Bergman
Aan de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid
Den Haag, 10 maart 2026
De leden van de commissie voor Binnenlandse Zaken hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van uw ambtsvoorganger, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 16 december 2025 over het Programma Werk aan Uitvoering.2 De leden van de fracties van de BBB en D66 hebben naar aanleiding van deze brief nog enkele vragen aan u.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van BBB
Kunt u aan deze leden aangeven hoe de Actieagenda Vereenvoudiging de bureaucratie daadwerkelijk gaat verminderen?
Kunt u uitleggen waarom het oplossen van problemen met de gegevensdeling ten gevolge van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) moeizaam verloopt, terwijl er al langere tijd signalen zijn dat dit tot problemen in de uitvoering leidt? Hoe gaat u het oplossen van deze problemen versnellen? Deze leden lezen hier graag een toelichting op.
Hoe gaat u, gezien de huidige schaarste op de arbeidsmarkt, voorkomen dat er alleen maar in AI en technologie wordt geïnvesteerd, waardoor kwetsbare groepen steeds meer moeite hebben om aangehaakt te blijven?
Gaat het instrument «Beleid zoekt Uitvoerder» ervoor zorgen dat er geen nieuw beleid gemaakt wordt, omdat de huidige uitvoeringsorganisaties de bestaande taken al nauwelijks aankan? Zo ja, hoe?
Deze kamer houdt zich steeds intensiever bezig met de uitvoerbaarheid van wetsvoorstellen. In hoeverre wordt dit geïntegreerd in de Actieagenda Vereenvoudiging?
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66
Modernisering van de overheid is een belangrijke opgave. Daarom hechten de leden van de D66-fractie waarde aan een goede uitvoering daarvan en hebben zij nog enige vragen.
De voormalig Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kondigt in de brief aan dat, ten aanzien van resultaatgericht rapporteren over modernisering, de jaarlijkse rapportage de Eerste Kamer inzicht moet geven in de acties die zijn ingezet én de resultaten die dat oplevert. Deze leden vragen of u in die jaarlijkse rapportage voornemens bent systematisch te rapporteren over de effecten van de moderniseringsagenda op de uitvoerbaarheid en uitvoeringskwaliteit van wetgeving. In het verlengde daarvan vragen deze leden u welke aantoonbare verbeteringen in de uitvoerbaarheid en uitvoeringskwaliteit van wetgeving gerealiseerd zijn door de moderniseringsagenda en het programma Werk aan Uitvoering. Welke structurele knelpunten die in eerdere Staten van de Uitvoering zijn gesignaleerd zijn al verminderd of opgelost?
Daarnaast vragen deze leden of u ten aanzien van de Actieagenda Vereenvoudiging voornemens bent om in de jaarlijkse rapportage inzichtelijk te maken welke wetten en regels voor vereenvoudiging in aanmerking komen en of u daarbij kunt aangeven welke keuzes daarbij zijn gemaakt en wat het effect daarvan is op uitvoerbaarheid, rechtsbescherming en het doenvermogen van burgers.
Deze leden merken verder op dat de moderniseringsagenda sterk inzet op het verbeteren van uitvoerbaarheidstoetsen. Daarbij vragen deze leden of u voornemens bent om in de jaarlijkse rapportage structureel te verantwoorden hoe de uitkomsten van uitvoerbaarheidstoetsen zijn verwerkt in wetsvoorstellen en of u daarbij van plan bent expliciet te rapporteren over gevallen waarin negatieve of voorwaardelijke oordelen niet hebben geleid tot aanpassing van het wetsvoorstel en welke motivering hieraan ten grondslag lag.
Ook vragen deze leden u om de Kamer een overzicht te geven van alle lopende initiatieven die gericht zijn op betere wetgeving en uitvoering – zoals Werk aan Uitvoering, het Beleidskompas, uitvoeringstoetsen, Actieagenda Vereenvoudiging, gegevensdelingsinitiatieven en opleidingen ambtelijk vakmanschap – en om aan te geven wie waarop regie voert en hoe overlap of versnippering wordt voorkomen.
Tot slot geeft de voormalig Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan dat geprobeerd wordt om het laagdrempelig contact tussen Kamerleden en ambtenaren te bevorderen. Uit de brief volgt echter vooral het streven om drempels die er zijn of ervaren worden door publieke dienstverleners om in contact te treden met Kamerleden weg te nemen. Deze leden vragen u wat er concreet wordt gedaan om die drempels weg te nemen. Verder vragen deze leden of en hoe u van plan bent om actief de ontmoeting en uitwisseling tussen Kamerleden en ambtenaren te bevorderen, bijvoorbeeld door het organiseren van inspiratiesessies of andere activiteiten.
De leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.
Voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, I.M. Lagas MDR
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
Hierbij ontvangt u de antwoorden op de schriftelijke vragen die zijn gesteld door de fracties van BBB en D66 over de Kamerbrief programma Werk aan Uitvoering van 16 december 2025. De vragen zijn ingezonden op 10 maart 2026, kenmerk 180083.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van BBB
Vraag 1
Kunt u aan deze leden aangeven hoe de Actieagenda Vereenvoudiging de bureaucratie daadwerkelijk gaat verminderen?
Antwoord:
De werkwijze van de Actieagenda Vereenvoudiging leidt tot een jaarlijkse Vereenvoudigingswet. Het doel van deze wet is concrete vereenvoudiging realiseren voor mensen en bedrijven.
Dit Kabinet heeft een stevige ambitie op het verminderen van regeldruk en vereenvoudigen. Door de jaren heen heeft stapeling van beleid- en wetgeving, procedures en werkwijzen complexiteit in de hand gewerkt. Als coördinerend bewindspersoon voor een Slagvaardige Overheid zet ik mij ervoor in dat dit onze overheid niet langer in de weg staat om eenvoudige en betrouwbare dienstverlening te leveren. Naast de actieagenda Vereenvoudiging, waar Werk aan Uitvoering uitwerking aan geeft, wordt ook op andere manieren werk gemaakt van vereenvoudiging en verminderen van regeldruk. Eind juni wordt uw Kamer nader geïnformeerd over de bredere aanpak.
Met de Actieagenda Vereenvoudiging worden steeds voorstellen voor vereenvoudiging opgehaald, vanuit uitvoering, beleid, toezicht, toetsende instanties en de politiek. Hierbij worden dilemma’s, keuzes en oplossingen met de betrokken partijen gezamenlijk in kaart gebracht. De met deze werkwijze verkregen knelpunten, kunnen via de jaarlijkse Vereenvoudigingswet omgezet worden in concrete wetgeving en zo gereed gemaakt voor politieke besluitvorming. Met een jaarlijkse vereenvoudigingswet worden voorstellen gebundeld om wet- en regelgeving rondom ingewikkelde regels voor burgers, bedrijven en de overheid simpeler te maken en continu te verbeteren vanuit verschillende bronnen. De Actieagenda Vereenvoudiging is één van deze mogelijke bronnen. Door de jaarlijkse herhaling en de verschillende bronnen wordt een structurele, blijvende werkwijze gecreëerd met een vast ritme om problemen op te lossen. Zo ontstaat er, samen met politiek, beleid, uitvoering en toezicht een constante aanpak van knelpunten voor mensen, bedrijven en de overheid zelf. Met als doel om ons systeem structureel minder complex te maken en toe te werken naar een slagvaardige overheid en een publieke dienstverlening die voor burgers en ondernemers zo soepel mogelijk verloopt. Deze maand vindt de internetconsultatie plaats voor vereenvoudigingen die worden opgenomen in de eerste editie van de Vereenvoudigingswet.
Vraag 2
Kunt u uitleggen waarom het oplossen van problemen met de gegevensdeling ten gevolge van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) moeizaam verloopt, terwijl er al langere tijd signalen zijn dat dit tot problemen in de uitvoering leidt? Hoe gaat u het oplossen van deze problemen versnellen? Deze leden lezen hier graag een toelichting op.
Antwoord:
In maart 2025 hebben de Minister van SZW en de Staatssecretaris van BZK uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van het oplossen van een heel aantal knelpunten in gegevensdeling (Kamerbrief over update knelpunten gegevensdeling | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl). De casussen laten zien dat elk knelpunt verschilt in wat nodig is om tot een oplossing te komen. Het delen van gegevens heeft meerdere aspecten: juridisch, technisch en organisatorisch. Het delen van gegevens is niet altijd toegestaan. Daar kunnen goede juridische redenen voor zijn. Tegelijkertijd zijn er (ervaren) belemmeringen die goede dienstverlening aan burger in de weg staan. De primaire verantwoordelijkheid voor knelpunten in de domeinen ligt bij de betrokken vak-bewindslieden. Vanuit mijn rol zal ik mijn collega-bewindspersonen hier waar nodig op blijven attenderen Aanvullend is in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie opgenomen dat er overstijgend één werkwijze komt voor het duiden en ophalen van knelpunten inclusief één aanpak om deze weg te nemen.
Het is afhankelijk van onder meer het soort gegevens dat uitgewisseld wordt en welke overheidsorganisaties betrokken zijn, of en welke wet- en regelgeving in de weg staat van betere gegevensuitwisseling. Daarbij is het van belang te benadrukken dat wet- en regelgeving niet de enige factor is waardoor gegevensuitwisseling niet tot stand kan komen. De Centrale Commissie Gegevensgebruik die tot doel heeft om sectoroverstijgend grondoorzaken weg te nemen, constateert dat knelpunten bij gegevensdeling uiteindelijk zijn te herleiden naar een aantal terugkerende thema’s: juridisch, datakwaliteit, organisatie, kennis & governance en cultureel.
In algemene zin kan gesteld worden dat gegevensdeling een vorm is van verwerking van persoonsgegevens en daarmee een beperking van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De regels hiervoor zijn voor de Europese Unie vastgelegd in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Deze verordening stelt eisen aan de rechtmatige verwerking van persoonsgegevens, waaronder het bestaan van een specifieke grondslag op basis waarvan het voorspelbaar is dat gegevens verwerkt worden, kenbaarheid van de betrokken partijen, gerechtvaardigde doeleinden en dataminimalisatie. Een overheidsorganisatie mag persoonsgegevens verwerken voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van diens eigen publiekrechtelijke taak of wettelijke verplichting.
Vraag 3
Hoe gaat u, gezien de huidige schaarste op de arbeidsmarkt, voorkomen dat er alleen maar in AI en technologie wordt geïnvesteerd, waardoor kwetsbare groepen steeds meer moeite hebben om aangehaakt te blijven?
Antwoord:
Investeren in AI en technologie in dienstverleningsprocessen betekent niet per definitie dat burgers en ondernemers zélf hiermee te maken krijgen. Ik werk bijvoorbeeld aan een digitale tool (gebaseerd op AI) die door overheidsprofessionals gebruikt kan worden om brieven over bijvoorbeeld schulden en toeslagen te controleren en op te stellen in begrijpelijke taal.
Daarnaast zet ik in op de juiste balans tussen digitale en niet-digitale interactie met publieke dienstverleners, zodat mensen de dienstverlening ontvangen die aansluit bij hun behoefte. Mijn beleid is erop gericht dat iedereen adequaat geholpen is met zowel digitale als niet-digitale dienstverlening. Inzet hierbij is het principe van «altijd de juiste deur». Burgers en ondernemers kunnen zelf kiezen op welke wijze ze gebruik willen maken van (informatie over) overheidsdienstverlening en worden daarbij goed geholpen of (warm) doorverwezen. Mensen krijgen dus toegang tot publieke dienstverlening op plekken die voor hen logisch en dichtbij voelen. Dat kan fysiek, digitaal of telefonisch zijn, waarbij de inzet van AI altijd ethisch, juridisch en maatschappelijk relevant moet gebeuren.
Investeren in AI en technologie in dienstverleningsprocessen betekent niet per definitie dat burgers en ondernemers zélf hiermee te maken krijgen. Ik werk bijvoorbeeld aan een digitale tool (gebaseerd op AI) die door overheidsprofessionals gebruikt kan worden om brieven over bijvoorbeeld schulden en toeslagen te controleren en op te stellen in begrijpelijke taal.
Om kwetsbare groepen te bereiken werk ik onder andere bij de uitvoering van de overheidsbrede visie op dienstverlening «Persoonlijk en Dichtbij» aan het bestendigen van lokale, fysieke ingangen waar overheidsbrede dienstverlening en ondersteuning geboden wordt. Ook help ik burgers die op zoek zijn naar informatie over dienstverlening van de overheid hun weg te vinden op de vele overheidswebsites. Daarom werk ik aan een betrouwbare en herkenbare wegwijzer waar informatie over producten en diensten van de overheid in samenhang kan worden gevonden. Daartoe wordt Overheid.nl samen met publieke dienstverleners en burgers doorontwikkeld tot een toegankelijke, betrouwbare, herkenbare digitale «wegwijzer». Er wordt uitgelegd hoe je iets moet aanvragen of regelen met de overheid of er wordt doorverwezen naar de juiste instantie.
Vraag 4
Gaat het instrument «Beleid zoekt Uitvoerder» ervoor zorgen dat er geen nieuw beleid gemaakt wordt, omdat de huidige uitvoeringsorganisaties de bestaande taken al nauwelijks aankan? Zo ja, hoe?
Antwoord:
Nee, dit is niet waar het instrument voor is ontwikkeld. Het instrument biedt een concreet stappenplan voor beleidsmedewerkers die binnen de Rijksoverheid een passende uitvoeringsorganisatie zoeken voor een nieuwe taak. Voorheen ontbrak een duidelijk proces, waardoor uitvoeringstaken soms langdurig binnen de Rijksoverheid rondzwierven. Wanneer er dus beleid gemaakt wordt waar nieuwe uitvoeringstaken uit voortvloeien, helpt dit instrument om deze taak of taken te beleggen bij de meest geschikte, en vanuit de burger geredeneerd, logische uitvoeringsorganisatie.
Het instrument maakt deel uit van het Beleidskompas. Het Beleidskompas is de centrale, werkwijze van de Rijksoverheid voor het ontwikkelen van zorgvuldig, onderbouwd en uitvoerbaar beleid en regelgeving. Onderdeel van ditzelfde Beleidskompas is de uitvoeringstoets. Deze toets vindt plaats zodra het beleids- of regelgevingsvoorstel in concept gereed is en er sprake is van substantiële (neven)effecten voor uitvoerende en handhavende instanties. De beleidsmedewerker moet deze instanties dan eerst om een oordeel vragen over de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van het voorstel.
Vraag 5
Deze kamer houdt zich steeds intensiever bezig met de uitvoerbaarheid van wetsvoorstellen. In hoeverre wordt dit geïntegreerd in de Actieagenda Vereenvoudiging?
Antwoord:
De Actieagenda Vereenvoudiging staat los van de ambitie die ik met uw Kamer deel om intensiever bezig te zijn met de uitvoerbaarheid van wetsvoorstellen. De Actieagenda Vereenvoudiging is erop gericht om in nauwe samenwerking met publieke dienstverleners bestaande complexiteit juist «op te ruimen». Dit kan ook de uitvoerbaarheid van wetten en regels verbeteren. Via de Voortgangsrapportage Werk aan Uitvoering geven wij jaarlijks inzicht in de voortgang van de Actieagenda Vereenvoudiging.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66
Modernisering van de overheid is een belangrijke opgave. Daarom hechten de leden van de D66-fractie waarde aan een goede uitvoering daarvan en hebben zij nog enige vragen.
Vraag 6
De voormalig Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kondigt in de brief aan dat, ten aanzien van resultaatgericht rapporteren over modernisering, de jaarlijkse rapportage de Eerste Kamer inzicht moet geven in de acties die zijn ingezet én de resultaten die dat oplevert. Deze leden vragen of u in die jaarlijkse rapportage voornemens bent systematisch te rapporteren over de effecten van de moderniseringsagenda op de uitvoerbaarheid en uitvoeringskwaliteit van wetgeving.
Antwoord:
Een van de speerpunten van programma Werk aan Uitvoering is het verbeteren van uitvoerbaarheid van wetgeving. Onder andere via de doorontwikkeling van de uitvoeringstoetsen. De resultaten die hier mee behaald worden, zullen worden gerapporteerd in de jaarlijkse voortgangsrapportage Werk aan Uitvoering. De eerstvolgende rapportage wordt verwacht in het derde kwartaal van 2026.
Vraag 7
In het verlengde daarvan vragen deze leden u welke aantoonbare verbeteringen in de uitvoerbaarheid en uitvoeringskwaliteit van wetgeving gerealiseerd zijn door de moderniseringsagenda en het programma Werk aan Uitvoering.
Antwoord:
Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 27 november jl. (Kamerstukken I 2025/26, 31 731/29 362, AA) wordt op verschillende wijzen door programma Werk aan Uitvoering gewerkt aan het verbeteren van uitvoeringskwaliteit. Diverse instrumenten worden ontwikkeld die hier aan bijdragen: sneltoets voor amendementen, een uniforme oplegger inclusief dictum bij de uitvoeringstoets en een handreiking uitvoerbaarheidstoetsen. Deze instrumenten worden nu in pilots getoetst en doorontwikkeld in de praktijk, bij beleid, uitvoering en waar mogelijk ook de politiek. Over de opbrengsten en resultaten zal onder andere gerapporteerd worden in de periodieke voortgangsrapportage Werk aan Uitvoering.
Vraag 8
Welke structurele knelpunten die in eerdere Staten van de Uitvoering zijn gesignaleerd zijn al verminderd of opgelost?
Antwoord:
De Staat van de Uitvoering wijst vanaf de eerste editie (2022) op de complexiteit (en ook: grote hoeveelheid) van wet- en regelgeving en (in samenhang daarmee) op de gebrekkige gegevensuitwisseling tussen en verouderde IT-systemen bij publieke dienstverleners. Daarnaast worden onderliggende patronen gesignaleerd, zoals het onvoldoende betrekken van kritiek van Hoge Colleges van Staat en Rijksinspecties, en van de publieke dienstverleners zelf bij beleidsvorming en politieke besluitvorming.
In de meest recente editie (Staat van de Uitvoering Special 2025: Inspiratie uit de toekomst) (p. 43 e.v.) wordt geconcludeerd dat de knelpunten waarover de publieke dienstverleners rapporteren, te langzaam worden opgelost. Er zijn beperkt zichtbare resultaten.
Positief is volgens de Staat van de Uitvoering 2025 onder meer dat steeds meer publieke dienstverleners knelpunten rapporteren, maar ook suggesties voor oplossingen geven. Een mooi voorbeeld daarvan is de gezamenlijke oproep van UWV, SVB en het Ministerie van SZW tot noodzakelijke stelselwijzigingen. Verder wijs ik erop dat de Actieagenda Vereenvoudiging en de vereenvoudigingswet andere positieve ontwikkelingen zijn waarin in de werkwijze expliciet samenwerking wordt gezocht met publieke dienstverleners en toezichthouders om complexiteit «op te ruimen».
Tegelijkertijd signaleert de Staat van de Uitvoering dat veel knelpunten blijven «hangen» in een nadere verkenning en analysefase. Organisatie- en beleidsterrein-overstijgende problemen en knelpunten die stelselaanpassingen vragen, worden daarmee niet opgepakt. Inspanningen worden volgens de Staat van de Uitvoering in de praktijk te veel gericht op verbetering van het bestaande, terwijl signalen uit verschillende domeinen duidelijk maken dat wetgeving en beleid aanpassing en samenhang behoeven. Gesproken wordt van een «status quo» gezien het gebrek aan tempo. De Staat van de Uitvoering signaleert daarbij dat de politiek terug lijkt te deinzen voor de consequenties van te maken keuzes (zoals in koopkrachtplaatjes). Beleidsmakers zijn niet gewend te vereenvoudigen en zich daartoe op een naburig beleidsterrein te bewegen, laat staan krachtig te interveniëren of politiek te escaleren op basis van knelpunten in de uitvoering. Wat de overheid in coronatijd voor elkaar kreeg voor burgers en ondernemers, onder grote druk een probleem aanpakken met «het hele systeem in een kamer», lukt zonder die druk niet, stelt de Staat van de Uitvoering 2025.
Vraag 9
Daarnaast vragen deze leden of u ten aanzien van de Actieagenda Vereenvoudiging voornemens bent om in de jaarlijkse rapportage inzichtelijk te maken welke wetten en regels voor vereenvoudiging in aanmerking komen en of u daarbij kunt aangeven welke keuzes daarbij zijn gemaakt en wat het effect daarvan is op uitvoerbaarheid, rechtsbescherming en het doenvermogen van burgers.
Antwoord:
Het programma Werk aan Uitvoering rapporteert jaarlijks via de Voortgangsrapportage Werk aan Uitvoering over de behaalde resultaten. Hierin zal ook aandacht besteed worden aan het inzichtelijk maken van welke wetten en regels in aanmerking komen voor vereenvoudiging of al zijn aangepast als gevolg van de Actieagenda Vereenvoudiging. Het aanpassen van wet- en regelgeving, om de groeiende hoeveelheid en complexiteit van regels te verminderen, is een continu proces. Dat gebeurt niet alleen via de vereenvoudigingswet, maar loopt ook via andere wetten en via vereenvoudigingen die geen wettelijke aanpassing behoeven (zoals beleidsregels en vereenvoudigingen in lagere regelgeving). Daarnaast werken publieke dienstverleners en inspecties ook steeds aan vereenvoudigingen in de uitvoering van processen en toezicht.
Vraag 10
Deze leden merken verder op dat de moderniseringsagenda sterk inzet op het verbeteren van uitvoerbaarheidstoetsen. Daarbij vragen deze leden of u voornemens bent om in de jaarlijkse rapportage structureel te verantwoorden hoe de uitkomsten van uitvoerbaarheidstoetsen zijn verwerkt in wetsvoorstellen en of u daarbij van plan bent expliciet te rapporteren over gevallen waarin negatieve of voorwaardelijke oordelen niet hebben geleid tot aanpassing van het wetsvoorstel en welke motivering hieraan ten grondslag lag.
Antwoord:
Het programma Werk aan Uitvoering werkt aan de doorontwikkeling van de uitvoeringstoetsen (Kamerstukken I 2025/26, 31 731/29 362, AA). Daarbij richt het programma zich op betere hulpmiddelen voor zowel het proces als de inhoud. Ook wordt er nadrukkelijk aandacht gevraagd voor het belang van uitvoeringstoetsen en de opvolging van de uitkomsten.
De verantwoordelijkheid voor het toepassen en monitoren van uitvoeringstoetsen ligt bij de departementen zelf. Zij zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van eigen wetgeving. Toelichting op het niet overnemen van negatieve of voorwaardelijke oordelen hoort daarom in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel. Vanuit mijn rol als coördinerend bewindspersoon, zal ik mijn collega-bewindspersonen hier waar nodig op blijven attenderen.
Vraag 11
Ook vragen deze leden u om de Kamer een overzicht te geven van alle lopende initiatieven die gericht zijn op betere wetgeving en uitvoering – zoals Werk aan Uitvoering, het Beleidskompas, uitvoeringstoetsen, Actieagenda Vereenvoudiging, gegevensdelingsinitiatieven en opleidingen ambtelijk vakmanschap – en om aan te geven wie waarop regie voert en hoe overlap of versnippering wordt voorkomen.
Antwoord:
Genoemde programma’s en initiatieven hebben met elkaar gemeen dat ze onder andere de kwaliteit van overheidsbeleid en wetgeving beogen te verbeteren. Elk programma of initiatief heeft daarbij eigen speerpunten, doelgroepen en beoogde resultaten. De programma’s en initiatieven vallen onder de verantwoordelijkheid van Minister Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (zoals uitvoeringstoetsen), Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (zoals programma Werk aan Uitvoering, Verminderen regeldruk en Vereenvoudiging, ambtelijk vakmanschap), Minister Justitie en Veiligheid (zoals Beleidskompas). Daarbij is dit kabinet gestart met de Taskforce Slagvaardige Overheid onder coördinerende verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris van BZK. De taskforce werkt aan een eenvoudiger en beter functionerende overheid. Speerpunten zijn het verminderen van regeldruk, het verhogen van productiviteit en het verbeteren van dienstverlening. Ook wordt ingezet op meer samenwerking over grenzen van organisaties heen en op versterking van digitale dienstverlening. Daar waar deze programma’s hieraan bijdragen wordt dit gecoördineerd vanuit de Taskforce.
Vraag 12
Tot slot geeft de voormalig Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan dat geprobeerd wordt om het laagdrempelig contact tussen Kamerleden en ambtenaren te bevorderen. Uit de brief volgt echter vooral het streven om drempels die er zijn of ervaren worden door publieke dienstverleners om in contact te treden met Kamerleden weg te nemen. Deze leden vragen u wat er concreet wordt gedaan om die drempels weg te nemen. Verder vragen deze leden of en hoe u van plan bent om actief de ontmoeting en uitwisseling tussen Kamerleden en ambtenaren te bevorderen, bijvoorbeeld door het organiseren van inspiratiesessies of andere activiteiten.
Antwoord:
Laagdrempelig contact wordt op verschillende manieren gestimuleerd. Zo worden de Aanwijzingen inzake externe contacten van rijksambtenaren (hierna: de Aanwijzingen) aangepast en verduidelijkt. De aanpassing komt voort uit een toezegging uit de kabinetsreactie op het rapport «Grip op informatie» en het Kamerdebat daarover. Waar het idee bestaat dat er veel niet kan in de contacten tussen rijksambtenaren en Kamerleden, moeten de aanpassingen juist zorgen voor een meer ontspannen relatie en laten zien wat wel kan. De wijziging zal begin tweede kwartaal van dit jaar openbaar worden gemaakt door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, waarna de wijziging in samenwerking met de programmadirectie Werk aan Uitvoering breed verspreid en gecommuniceerd zal worden.
Daarnaast is door het programma Werk aan Uitvoering samen met het Netwerk van Publieke Dienstverleners, een leernetwerk opgezet voor medewerkers van publieke dienstverleners. Het doel van dit leernetwerk is samenwerking met departementen en politiek te bevorderen en leren van elkaars kennis en professionaliteit.
Ten slotte geven we invulling aan het voornemen van het kabinet om vaste trialogen te organiseren tussen politiek, beleid en uitvoering voor snelle feedback en bijsturing. Op de Dag van de Publieke Dienstverlening op 17 juni wordt over circa 10 inhoudelijke thema’s (zijnde beleidstrajecten en/of knelpunten) het gesprek gevoerd in de vorm van trialogen. Hierbij wordt bewust «de plek der moeite» opgezocht tussen politiek, beleid en uitvoering.
Trialogen bieden de gelegenheid om vroegtijdig met elkaar in gesprek te gaan over kaders, dilemma’s, afwegingen en knelpunten. Programmadirectie Werk aan Uitvoering stimuleert het gebruik van trialogen en ontwikkelt dit instrument verder.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg
Samenstelling:
Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan-Kilic (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Samenstelling:
Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan-Kilic (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29362-AO.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.