Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-200629362 nr. 9

29 362
Modernisering van de overheid

nr. 9
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BESTUURLIJKE VERNIEUWING EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 augustus 2006

In 2001 is stichting ICTU (ICT Uitvoeringsorganisatie) opgericht met als doel overheden te ondersteunen om innovatieve toepassingen op het gebied van ICT te ontwikkelen, te introduceren en te implementeren bij deze overheden. Bij de oprichting heeft de toenmalige minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid toegezegd na vier jaar te evalueren en te beoordelen of ICTU aan zijn doelstellingen heeft beantwoord en daadwerkelijk in een behoefte voorziet. In 2005 heeft een uitgebreide evaluatie plaatsgevonden (zie bijlage).

Met deze brief informeer ik u over de evaluatie van stichting ICTU en de wijze waarop ik, mede op basis van reacties van andere overheidsorganisaties, ICTU als professioneel instrument wens in te zetten voor de verdere implementatie en ontwikkeling van de elektronische overheid.

De belangrijkste conclusie van de evaluatie is dat de organisatie ICTU goed functioneert en een waardevolle bijdrage levert aan de realisatie van doelstellingen op het gebied van de e-overheid. De aanbevelingen die door de visitatiecommissie zijn gedaan, zijn erop gericht om ICTU nog beter te kunnen inzetten. De aanbevelingen richten zich vooral op de constatering dat er een versterking nodig is van regie en samenhang. Het gaat dan om een sterkere bestuurlijke regie op het programma «Op weg naar de elektronische overheid»1 en aanverwant beleid, en meer samenhang in de uitvoering daarvan. De aanbevelingen van de commissie overstijgen hiermee de scope van ICTU. In de ontwikkeling en implementatie van de e-overheid is ICTU namelijk één schakel.

ICTU is in essentie een organisatie die voor afzonderlijke opdrachtgevers projecten uitvoert. De uitdaging van sterke bestuurlijke regie ligt derhalve allereerst aan de kant van de opdrachtgevers. Hierbij speelt mee dat de activiteiten voor de elektronische overheid breder zijn dan de programma’s die ICTU uitvoert. Reden waarom de visitatiecommissie de voorkeur heeft voor een overheidsbrede doorgroei2.

Al eerder is onder meer vanuit het ministerie van BZK geconcludeerd dat versterking op de regie en implementatie van de elektronische overheid gewenst is. Ook van de kant van uw Kamer is daarop aangedrongen. Vanuit de onderhavige evaluatie klinkt hetzelfde signaal.

Mogelijkheden voor versterking worden inmiddels in samenwerking met de betrokken departementen onderzocht. Voorts heeft mijn voorganger enige tijd terug de OECD verzocht een review te geven op de aanpak van de e-overheid in Nederland. Ik verwacht de resultaten dit najaar.

Daarnaast is op dit terrein het volgende in gang gezet of gerealiseerd:

Versterking van de samenwerking met de andere overheden

In de achterliggende periode is onderzoek gedaan naar en gewerkt aan versterking van de regie op en samenhang binnen het terrein van de e-overheid wat betreft de rol en bijdrage van de andere overheden. Dit heeft geresulteerd in de «Verklaring», die de Rijksoverheid, VNG, IPO en Unie van Waterschappen op 18 april jongstleden hebben getekend1. Met deze Verklaring zijn afspraken gemaakt over het bevorderen van samenhang, maken van meer tempo en het gezamenlijk de schouders zetten onder de e-overheid. Dit mede met het oog op te behalen resultaten in de reductie van administratieve lasten voor burgers en voor bedrijven.

Versterking van de rol van uitvoeringsorganisaties

Resultaten van ICTU-programma’s zijn met name van belang voor overheidsorganisaties die direct met uitvoering te maken hebben. In het opdrachtgeverschap was aanvankelijk de uitvoering ondervertegenwoordigd. Inmiddels wordt expliciet aandacht besteed aan de betrokkenheid van grote uitvoeringsorganisaties2 bij de ontwikkeling en de realisatie van de e-overheid. Vroegtijdige betrokkenheid bij beleidsontwikkeling en de opzet van ontwikkelprojecten gebeurt middels periodiek overleg op diverse niveaus.

Wat betreft de betrokkenheid van de uitvoeringsorganisaties bij het beheer van de ICTU-organisatie, zal ik bevorderen dat zij gaan deelnemen aan het bestuur van ICTU.

Ontwikkeling takenpakket

Bij de start van ICTU in 2001 stonden de projecten die bij ICTU werden ondergebracht aan het begin van de ontwikkeling van de e-overheid. Inmiddels is een nieuwe fase in de realisatie van de e-overheid aangebroken en is reeds in gang gezet dat ICTU steeds meer aandacht besteedt aan implementatie hiervan bij overheidsorganisaties. Een belangrijke bijdrage wordt verwacht van de nieuwe programma’s, zoals implementatieteams (zogeheten i-teams), contact centrum overheid en maatschappelijke sectoren en ICT. Ook wordt de kennisfunctie van ICTU uitgebreid ten behoeve van overheidsbrede communicatie over het e-overheid programma.

ICTU projectresultaten die in de beheerfase zijn gekomen, worden overgedragen aan de Gemeenschappelijke Beheerorganisatie Overheid (GBO.overheid). Deze beheerorganisatie, die was aangekondigd in de notitie «Op weg naar de elektronische overheid», is daartoe per 1 januari 2006 opgericht. Het ministerie van BZK is verantwoordelijk voor het beheer van de GBO-organisatie. Bij de inhoudelijke aansturing van de GBO zijn de andere overheden en de uitvoeringsorganisaties van meet af aan betrokken, in de zogeheten Programmaraad. Het voornemen is de GBO vorm te geven als een baten-lastendienst.

ICTU ontwikkelt, faciliteert implementatie en kennisdeling. GBO.overheid beheert gemeenschappelijke voorzieningen. Hiermee is een duidelijk onderscheid aangebracht tussen de taken van ICTU en de taken van GBO.

Rechtsvorm

Bij de oprichting van ICTU in 2001 is zorgvuldig gezocht naar een rechtsvorm waarin samenwerking tussen overheidsorganisaties en over de grenzen van bestuurslagen maximaal tot uitdrukking kwam. Wat betreft de gekozen organisatievorm schrijft de commissie in haar rapport dat zij de keuze gezien de omstandigheden gerechtvaardigd vindt. Daarnaast geeft de commissie aan dat zij momenteel nog steeds geen meer geschikte juridisch-organisatorische vorm voor handen acht waarin flexibiliteit en betrokkenheid van meerdere partijen wordt geborgd.

Eventuele aanpassingen in de organisatorische vormgeving zou ik willen bezien naar aanleiding van het hiervoor genoemde onderzoek naar mogelijke verbeteringen in de regie op de elektronische overheid.

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

A. Nicolaï

BIJLAGE Aanpak evaluatie

De evaluatie is in 2005 uitgevoerd en bestond uit twee zelfevaluaties en een visitatie. Een van de zelfevaluaties is uitgevoerd door stichting ICTU, de andere door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De zelfevaluatie van BZK is met name gericht op de rollen die BZK vervult t.o.v. ICTU.

De visitatie is uitgevoerd door een externe commissie bestaand uit de heer G.J. Jansen (Commissaris van de Koningin in Overijssel), mevrouw S.J.M. Roelofs (directeur ICT-Office) en de heer T.A.J. Toonen (hoogleraar Bestuurskunde Universiteit Leiden). Op basis van de zelfevaluaties en interviews die de commissie heeft gevoerd met betrokken partijen, heeft de commissie haar bevindingen verwoord in een eindrapport. Dit rapport is op 5 december 2005 aangeboden aan de minister voor BVK.

Het ICTU-bestuur, VNG, IPO en Unie van Waterschappen zijn schriftelijk om een reactie op de rapportage van de visitatiecommissie gevraagd. Het rapport is eveneens besproken in diverse ambtelijke gremia die nauw betrokken zijn bij de e-overheid.

Hoofdlijnen conclusies en aanbevelingen visitatierapport

De commissie concludeert kort samengevat dat stichting ICTU goed functioneert en een impuls heeft gegeven aan het bereiken van e-overheid doelstellingen. De stichting heeft bijgedragen aan de professionalisering van het opdrachtgeverschap van de overheid en is zelf uitgegroeid tot een volwassen, effectieve en efficiënte organisatie die een belangrijke taak voor de overheid uitvoert. Juist gezien het belang van die taak, zullen nog meer stappen gezet moeten worden om samenwerking tussen overheden, samenhang en synergie tussen programma’s te bevorderen.


XNoot
1

TK 2003–2004, 26 387 en 29 362, nr. 23.

XNoot
2

In het eindrapport van de visitatiecommissie de «programmavariant» genoemd.

XNoot
1

TK 2005–2006, 29 362 en 29 515, nr. 90.

XNoot
2

Grote uitvoeringsorganisaties hebben zich georganiseerd in de zogeheten Manifestgroep.