29 362 Modernisering van de overheid

Nr. 308 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR ARMOEDEBELEID, PARTICIPATIE EN PENSIOENEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 juli 2022

Publieke dienstverleners, uitvoeringsorganisaties en medeoverheden, van de Belastingdienst tot Rijkswaterstaat en van gemeenten tot aan het CBR, spelen een essentiële rol om de opgaven waar Nederland voor staat te realiseren en daarmee het vertrouwen in de overheid te herstellen. In onze dienstverlening wordt zichtbaar wat beleid betekent en of de uitvoering in staat is burgers en ondernemers op de juiste manier tegemoet te treden: zorgvuldig, snel en met de menselijke maat. Of het nu gaat om de hulpverlening van mensen in de schulden, de bouw van wegen en bruggen of het afnemen van een rijexamen. Het werk van de overheid begint en eindigt in die praktijk van de dienstverlening. Met de mensen waar we ons werk voor doen. Dat vraagt van alle actoren, politiek en ambtelijk, aandacht en oprechte interesse voor wat onze publieke dienstverleners nodig hebben om burgers en ondernemers recht te doen, volgens de waarden van onze democratische rechtsstaat.

Het overheidsbrede programma Werk aan Uitvoering is van belang om burgers en ondernemers beter te helpen via passende dienstverlening en het aanpakken van onbedoelde, maar in de praktijk hardvochtig uitpakkende wetten en regels. Maar ook door de samenwerking tussen politiek, beleid en uitvoering te verbeteren, opdat wat politiek wordt beloofd ook waargemaakt kan worden in de praktijk. Op deze manier kan de publieke dienstverlening structureel worden verbeterd en kunnen dilemma’s in de uitvoering transparant politiek worden gedeeld en gewogen.

Met deze brief bied ik uw Kamer de prioriteiten aan, waar het kabinet samen met de provincies, gemeenten, publieke dienstverleners en uitvoerders en ministeries de komende tijd op in wil zetten. Het kabinet zet in op de belangrijkste thema’s om de praktijk voor burgers en ondernemers echt te verbeteren: zorgen dat de overheid de randvoorwaarden heeft om de publieke taken goed te vervullen. Daarbij hoort het realiseren van de menselijke maat in grootschalige processen, persoonlijke dienstverlening en in uiterste instantie, maatwerk. Dit vraagt consequent aandacht in de beleidsontwikkeling, het wetgevingsproces en het debat in alle bestuurslagen. Ook is in de bijlage toegelicht hoe het kabinet opvolging zal geven aan aangenomen moties in verschillende debatten over dit onderwerp.

Deze prioriteiten vragen ook eigenaarschap van de bestuurslagen in onze gedecentraliseerde eenheidsstaat, de Hoge Colleges van Staat en de media. «Zoals het nu gaat, gaat het mis. We moeten gezamenlijk aan de bak. Want we kunnen er wat aan doen!» aldus Herman Tjeenk Willink1. Werken aan de uitvoerbaarheid en de publieke dienstverlening is geen kwestie van actiepunten afvinken. Het gaat om consequent aandacht voor de randvoorwaarden waaronder de overheid haar werk goed kan doen. Door beter rekening te houden met de uitvoerbaarheid, implementatietijd en randvoorwaarden, ook bij moties, initiatiefwetsvoorstellen en amendementen. En door stelselmatig aandacht te hebben voor het perspectief van burgers, ondernemers als ook publieke organisaties. Graag ga ik, en andere leden van het kabinet, met uw Kamer in gesprek over deze onderwerpen.

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, C.J. Schouten


X Noot
1

Herman Tjeenk Willink lezing, 2 juni 2022

Naar boven