29 362 Modernisering van de overheid

Nr. 177 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 mei 2010

In vervolg op ons overleg van 10 maart 2010 (kamerstuk 29 362, nr. 164) informeer ik u hierbij over de stand van zaken met betrekking tot DigiD. Vanuit de Kamer is er recent regelmatig aandacht geweest voor DigiD. In deze brief breng ik u graag op de hoogte van de laatste relevante ontwikkelingen. Ik wil benadrukken dat DigiD een essentieel onderdeel is van de elektronische overheid. DigiD is niet alleen nodig als betrouwbaar middel voor het afhandelen van transacties met de overheid, maar resulteert ook in de reductie van administratieve lasten.

In het Nationaal Uitvoeringsprogramma dienstverlening en e-overheid (NUP) hebben overheden onder andere afspraken gemaakt over het gebruik van DigiD. In het NUP zijn drie belangrijke afspraken ten aanzien van DigiD vastgelegd:

  • vanaf 1 juni 2009 wordt DigiD-burger voor alle overheidsdienstverlening gebruikt waarbij elektronische identificatie vereist is;

  • andere bestaande elektronische identificatiemiddelen voor burgers moeten uiterlijk 1 juni 2009 door DigiD zijn vervangen;

  • overheidsinstellingen zullen het DigiD-gebruik door burgers zoveel mogelijk stimuleren.

Een beperkt aantal gemeenten is nog niet is aangesloten op DigiD; voorts zijn er gemeenten die DigiD nog niet in gebruik hebben genomen of naast DigiD ook andere authenticatiemiddelen gebruiken (naam-wachtwoord). Daarom heb ik dit punt in de campagne 5beloften aan de burger onder de aandacht gebracht bij gemeenten. Via de website 5beloften.nl kunnen gemeenten de eigen scores vergelijken met andere gemeenten op het gebied van dienstverlening. De betrokken gemeenten is dringend verzocht – conform de afspraken in het NUP – gebruik te maken van DigiD en niet langer gebruik te maken van alternatieve authenticatiesystemen voor de aanvraag van online producten. Tot en met 31 december 2010 kunnen deze gemeenten hiervoor gebruik maken van ondersteuning die wordt aangeboden vanuit mijn ministerie.

DigiD kent verschillende betrouwbaarheidsniveaus. Burgers kunnen bij de aanvraag van een DigiD aangeven of zij het standaardniveau DigiD wensen of ook het hogere betrouwbaarheidsniveau met Sms-authenticatie als aanvullend middel.

Bestuursorganen die DigiD gebruiken zijn bekend met het uitgifteproces en bepalen op basis daarvan of zij een dienst met DigiD willen aanleveren en zo ja, met welk niveau. Dat is de eigen verantwoordelijkheid van de dienstaanbieder.

Voor burgers is het uiteraard van belang om een goed gekozen en niet gemakkelijk te raden gebruikersnaam en wachtwoord te kiezen en deze vervolgens niet aan anderen te laten weten. DigiD stelt bepaalde minimumeisen aan een wachtwoord (ten minste 8 posities en tenminste 1 cijfer). Ik onderzoek of deze minimumeisen verder moeten worden verhoogd1.

Nederlanders die in het buitenland wonen kunnen geen DigiD aanvragen; wel kunnen zij als ze uit Nederland verhuizen hun bestaande DigiD meenemen. Ik hecht zeer aan de betrouwbaarheid van DigiD. Bij het uitgifteproces van DigiD wordt gebruik gemaakt van de persoons- en adresgegevens uit de GBA; de activeringscode voor DigiD wordt uitsluitend aan het GBA-adres van aanvrager gezonden; daarmee wordt verhinderd dat iemand een DigiD van een ander kan activeren door de activeringscode aan een adres van keuze te laten sturen.

Een uitgifteproces met eenzelfde betrouwbaarheidsniveau is niet te realiseren voor alle in het buitenland wonende Nederlanders en andere burgers die een relatie met de Nederlandse overheid hebben. Om die reden kan niet aan de wensen van deze doelgroep om een DigiD vanuit het buitenland aan te kunnen vragen worden tegemoetgekomen2.

In een samenwerkingsverband tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken, de gemeente Haarlemmermeer en mijn ministerie wordt momenteel onderzocht of een loket op Schiphol een eerste stap zou kunnen zijn om DigiD’s uit te geven aan deze doelgroep. Dit vanuit de gedachte dat vele Nederlanders in het buitenland toch zo nu en dan Nederland bezoeken vanuit het buitenland.Mocht dit model levensvatbaar zijn en kunnen functioneren, dan zal bekeken worden of een dergelijk uitgifteproces van DigiD ook kan worden geregeld in het buitenland en bij grensgemeenten. De functionaliteit voor DigiD-buitenland wordt ingebouwd in de nieuwbouw van DigiD.

Wat betreft de nieuwbouw van DigiD: het huidige DigiD-systeem begint aan het eind van zijn levensduur te komen. Aanpassingen kunnen alleen met aanzienlijke inspanning en tegen hoge kosten worden gerealiseerd; het inbouwen van nieuwe functionaliteiten in het huidige DigiD zal in toenemende mate problemen opleveren. Om DigiD voor burgers toekomstvast te maken is daarom nieuwbouw noodzakelijk. Het nieuwe DigiD wordt transparant opgezet, state of the art beveiligd en toegankelijk, makkelijk schaalbaar en makkelijk aanpasbaar. Tijdens de vernieuwing van DigiD worden tevens enkele knelpunten die burgers nu ondervinden bij het gebruik van DigiD opgelost3. Het nieuwe DigiD zal in de tweede helft van 2011 beschikbaar zijn4.

Verder is van belang te melden dat vanaf 1 januari 2010 DigiD Machtigen beschikbaar is (voorheen heette dit de GMV-Gemeenschappelijke Machtigings Voorziening). Overheidsdienstverleners kunnen DigiD Machtigen inzetten bij hun elektronische overheidsdienstverlening. Burgers kunnen een andere persoon inschakelen om – namens henzelf – elektronisch zaken te doen met de overheid. Bijvoorbeeld een oudere die een vrijwilliger inschakelt om zorg te regelen, of iemand die een ander (vooringevulde) aangifte inkomstenbelasting laat doen. De voorziening maakt elektronische overheidsdienstverlening laagdrempeliger: het is eenvoudig om een ander te machtigen, terwijl deze ander zijn hulp elektronisch kan laten verlopen. In 2010 vindt een aantal pilots plaats, o.a. met Regelhulp en met de Belastingdienst, zodat begin 2011 een zo groot mogelijke proef kan plaatsvinden bij de aangifte inkomstenbelasting. Daarnaast hebben grote uitvoeringsorganisaties en diverse gemeenten hun belangstelling getoond.

Naast DigiD-burger functioneert momenteel ook DigiD-bedrijven. Deze voorzieningen wordt in 2011 uitgefaseerd en vervangen door eHerkenning voor bedrijven. eHerkenning wordt onder verantwoordelijkheid van de minister van Economische Zaken gerealiseerd. eHerkenning zal de authenticatie- en machtigingsvoorziening worden waarmee bedrijven en instellingen zaken kunnen doen met de overheid. Zodra eHerkenning aangesloten is op DigiD Machtigen, wordt het mogelijk dat burgers met DigiD Machtigen een bedrijf kunnen machtigen om namens hen transacties met overheidsdiensten te verrichten.

DigiD kent zoals hiervoor aangegeven verschillende veiligheids- en authenticatieniveaus. In het STORK-project (zie verderop) wordt onderscheid gemaakt tussen 4 niveaus van (elektronische) authenticatie. DigiD omvat de twee middelste niveaus. Voor het hoogste niveau is een stringent uitgifteproces nodig alsmede een identificatiemiddel met een gekwalificeerde elektronische handtekening. Een fors aantal landen beschikt ondertussen over een dergelijk middel. In Nederland is nog geen identiteitskaart met e-functionaliteit beschikbaar.

In de aanbesteding voor de volgende generatie reisdocumenten (vanaf 2011) is evenwel de e-functionaliteit  op de Nederlandse Identiteitskaart (eNIK) als optie opgenomen. Daarbij wordt uitgegaan van de specificaties die binnen de EU zijn vastgesteld over de European Citizen Card. De wenselijkheid en haalbaarheid van het inroepen van deze optie wordt nu onderzocht.

Ten slotte speelt er een aantal Europese ontwikkelingen. In het kader van de stimuleringsprogramma’s van de Europese Unie loopt het project Secure Identity Across Borders Linked (STORK). Dit zogenoemde STORK-proefproject onderzoekt een model van interoperabele elektronische identificatie dat wederzijds wordt erkend door de lidstaten, maar dat de lidstaten toelaat hun eigen systeem en middelen te behouden. Indien dit proefproject slaagt en verdere uitwerking krijgt, kan het een toegevoegde waarde leveren voor plaatsonafhankelijke dienstverlening in Europa. Burgers kunnen dan met hun eigen elektronische identificatiemiddel overheidsdiensten afnemen in andere lidstaten. Mijn ministerie is actief betrokken bij STORK.

Duidelijk is dat het veld van elektronische identificatie sterk in beweging is. Hoewel er in de private markt allerlei ontwikkelingen plaatsvinden, zie ik het als een taak van de overheid om burgers blijvend te voorzien van deugdelijke middelen binnen DigiD, die aansluiten bij het benodigde betrouwbaarheidsniveau. Daarmee kunnen burgers zich, zoals dit wordt toegepast in de «analoge» wereld met paspoorten en Nederlandse Identiteitsbewijzen, betrouwbaar identificeren en is het mogelijk voor de overheid om kwalitatief hoogwaardige dienstverlening aan burgers te bieden.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten


XNoot
1

Besproken tijdens het vragenuur van 13 april 2010.

XNoot
2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 32 128, nr. 8.

XNoot
3

Voor wat betreft de ontwikkeling en planning van DigiD verwijs ik naar:

http://www.logius.nl/producten/toegang/digid/ontwikkeling/planning/

XNoot
4

Er worden ook enkele bestuurlijke afspraken nagekomen: (1) DigiD zal voldoen aan de Rijkshuisstijl. Hierdoor is het voor burgers nog duidelijker dat het hier een voorziening betreft die van de overheid is, (2) DigiD zal volledig voldoen aan de Webrichtlijnen. Hierdoor wordt het gebruik van DigiD makkelijker en toegankelijker en (3) Het wordt makkelijker om DigiD te gebruiken in andere e-overheidsvoorzieningen. De samenwerking tussen DigiD en Mijnoverheid.nl en tussen DigiD en Digimachtigen wordt vereenvoudigd.

Naar boven