29 359
Vaststelling van een nieuwe Geneesmiddelenwet

nr. 96
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 december 2006

Tijdens de plenaire behandeling van de nieuwe Geneesmiddelenwet op 6 april 2006 (Handelingen der Kamer II, vergaderjaar 2005–2006, nr. 68, blz. 4344) en in antwoord op vragen van het Kamerlid Arib (Aanhangsel der Handelingen II, vergaderjaar 2005–2006, nr. 1302) heb ik toegezegd onderzoek te doen naar de oorzaken van de verkoopstijging van de morning-afterpil in 2005. Op 6 juni van dit jaar heb ik u vervolgens meegedeeld dat bij de voorbereiding van dit onderzoek was gebleken dat de Rutgers Nisso Groep, in samenwerking met CASA Nederland en de fabrikant van de morning-afterpil, een onderzoek zou uitvoeren dat onder meer als doel had te inventariseren wat mogelijke redenen voor aanschaf van de morning-afterpil zijn.

Het onderzoek van de Rutgers Nisso Groep, dat is uitgevoerd via drogisten, apotheken en de CASA-klinieken, is inmiddels afgerond. Een kopie van het rapport is bijgevoegd.1 Uit het onderzoek is gebleken dat koopsters van de morning-afterpil veelal jonger zijn dan 25 jaar, relatief goed opgeleid en overwegend van Nederlands afkomst zijn, en meestal een vaste relatie hebben. Dit beeld wijkt daarmee af van de groep vrouwen die ook risico heeft gelopen op een onbedoelde zwangerschap, maar die geen morning-afterpil heeft geslikt en uiteindelijk de zwangerschap heeft laten afbreken.

Het merendeel van de vrouwen haalt de morning-afterpil zonder recept, in slechts 9% van de gevallen wordt de morning-afterpil op voorschrift van de arts verstrekt. Vrouwen kiezen er vaker voor de morning-afterpil bij de apotheek te kopen dan bij de drogist. Vrouwen gaven aan de ruime verkrijgbaarheid van de morning-afterpil te waarderen.

Koopsters van de morning-afterpil gebruiken vaker de anticonceptiepil dan vrouwen die een abortus laten doen. Verder gebruiken ze minder vaak helemaal geen anticonceptie. Bij een grote groep koopsters (meer dan 50%) was sprake van anticonceptiefalen. Deze vrouwen hadden dus wel de intentie een anticonceptiemiddel te gebruiken om daarmee een zwangerschap te voorkomen. Ongeveer een derde van de vrouwen gebruikte geen anticonceptie.

Uit het onderzoek blijkt dat het grootste deel van de gebruiksters wel degelijk kans liep op een zwangerschap, in ongeveer 10% van de gevallen werd de morning-afterpil preventief gekocht, d.w.z. op voorraad of onnodig (omdat ze geen kans op zwangerschap liepen).

Het blijkt moeilijk om op basis van de uitkomsten van het onderzoek harde conclusies te trekken met betrekking tot de oorzaken van de stijgende verkoop van de morning-afterpil. Daarbij wil ik allereerst opmerken dat de sterke stijging van de verkoopcijfers van de fabrikant niet geheel parallel loopt met de geregistreerde afzetcijfers van de apothekers resp. drogisten. De exacte stijging van het gebruik van de morning-afterpil blijft daardoor onduidelijk. Niettemin is sprake van een stijging, die mijn inziens het gevolg is van een combinatie van factoren. De vrije verkrijgbaarheid van de morning-afterpil speelt daarbij zeker een rol.

Van een relatie tussen de gewijzigde vergoeding van de anticonceptiepil en het stijgende gebruik van de morning-afterpil is in het onderzoek niet gebleken. Dit ligt ook niet echt voor de hand, gezien de relatief hoge prijs van de morning-after pil. De adviesprijs voor de morning-afterpil is € 13,95, terwijl de meest gebruikte anticonceptiepil ca. € 35 per jaar kost. In het onderzoek van de Rutgers Nisso Groep gaven vrouwen ook aan de morning-afterpil duur te vinden.

Uit andere onderzoeken komt ook geen relatie tussen de hogere verkoopcijfers van de morning-afterpil en wijzigingen in het anticonceptiegedrag naar voren. Vergelijkbaar onderzoek in Engeland laat zien dat vrouwen hun anticonceptiegedrag niet hebben aangepast als gevolg van de vrije verkrijgbaarheid van de morning-afterpil. Ook zijn er geen aanwijzingen die duiden op een toename van seksueel risicogedrag. Integendeel, uit een eerder onderzoek van de Rutgers Nisso Groep blijkt dat de abortuscijfers van jongeren dalende zijn. Tevens is het aantal tienerzwangerschappen dalende. Natuurlijk blijf ik investeren in een goede voorlichting over anticonceptie en veilig vrijen. Maatregelen op dit gebied staan vermeld in de brief aan de Tweede Kamer van 30 november 2006.

De stijgende verkoop van de morning-afterpil beschouw ik gezien het bovenstaande niet per definitie als ongewenst. Blijkbaar gebruiken – mede als gevolg van de vrijere verkrijgbaarheid – meer vrouwen die het risico lopen op een ongewenste zwangerschap een morning-after pil.

Daardoor kunnen mogelijk meer ongewenste zwangerschappen en abortussen worden voorkomen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

J. F. Hoogervorst


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven