29 353
Wijziging van enige bepalingen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het geregistreerd partnerschap, de geslachtsnaam en het verkrijgen van gezamenlijk gezag

nr. 22
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN TEEVEN EN TIMMER TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 10

Ontvangen 5 februari 2008

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel Bb, komt het tweede lid van artikel 253c te luiden:

2. Indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met gezamenlijk gezag niet instemt, wordt het verzoek slechts afgewezen indien:

a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of

b. afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

II

In artikel I, onderdeel Bb, artikel 253c, wordt, onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid, een nieuw derde lid ingevoegd, luidende:

3. Wanneer de andere ouder het gezag over het kind uitoefent, wordt het verzoek om de vader alleen met het gezag te belasten slechts ingewilligd, indien de kantonrechter dit in het belang van het kind wenselijk oordeelt.

Toelichting

De wijziging van het tweede lid van artikel 1:253c BW strekt er in de eerste plaats toe om nog meer te bevorderen, dat ook in geval de ouders niet gehuwd zijn of in een geregistreerd partnerschap zijn verbonden, gezamenlijk gezag de normale situatie is. Het toetsingscriterium wordt met het oog daarop aangescherpt.

Door toevoeging van de grond vermeld onder b wordt het toetsingscriterium voor het verzoek van een ouder om met het gezamenlijk gezag te worden belast waarmee de andere ouder niet instemt, in overeenstemming gebracht met het criterium vermeld in artikel 1:251a BW van wetsvoorstel 30 145 (Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding, Eerste Kamer 2006–2007, 30 145, A).

Teeven

Timmer

Naar boven