29 344 Terugkeerbeleid

Nr. 91 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE, INTEGRATIE EN ASIEL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 oktober 2012

Op 4 oktober jl. heeft het lid Fritsma (PVV) verzocht om een brief over de situatie rond het tentenkamp in Amsterdam Osdorp (Handelingen II 2012/13, nr. 9, Regeling van Werkzaamheden). In deze brief ga ik hierop in.

Sinds 25 september jl. is in Amsterdam Osdorp op een plein bij een voormalig schoolgebouw een tentenkamp verrezen. Ongeveer 60 vreemdelingen voeren met gebruikmaking van hun recht op demonstratie, actie onder de naam «Wij zijn hier». Vanuit haar verantwoordelijkheid voor het handhaven van de openbare orde en in het kader van de Wet openbare manifestaties is de gemeente Amsterdam bereid het tentenkamp als ondersteunend onderdeel van de demonstratie voor enige tijd toe te staan. Daarbij is door de gemeente Amsterdam wel opgemerkt dat deze protestactie niet oneindig kan voortduren.

De protestactie in Amsterdam kan, net zoals bij andere gelijkaardige acties, geen aanleiding vormen om de vreemdelingen uit het tentenkamp zonder meer opvang te bieden of alsnog een verblijfsvergunning te verlenen. Dat de uitkomst van de individuele asielaanvraag botst met de hoop en verwachtingen van deze vreemdelingen begrijp ik, maar kan geen reden zijn om de uitgangspunten van het asielbeleid aan de kant te schuiven. Nederland heeft een zorgvuldige asielprocedure met de nodige kwaliteitswaarborgen en de mogelijkheid tot een rechterlijke toets in beroep en hoger beroep. Vreemdelingen die bescherming nodig hebben, krijgen deze ook. Vreemdelingen die niet in aanmerking komen voor bescherming in Nederland, moeten voldoen aan hun vertrekplicht en Nederland verlaten. Dit uitgangspunt loslaten betekent het vertrouwen in de Nederlandse asielprocedure opzeggen.

Het beleid inzake terugkeer is een integraal onderdeel van het migratiebeleid en het handhaven van dit beleid is essentieel voor het draagvlak voor en de geloofwaardigheid van het toelatingsbeleid. Ik vind het belangrijk, en mijn verantwoordelijkheid, om eenduidig te handelen, en te blijven handelen, richting vreemdelingen die uitgeprocedeerd zijn. Hun perspectief kan niet anders dan terugkeer zijn. Dit geldt ook voor deze vreemdelingen.

Uitgangspunt daarbij is dat vreemdelingen zelf verantwoordelijk zijn voor hun vertrek. Vreemdelingen die terug willen, kunnen terug. Daar zet ik primair op in. Deze vreemdelingen hoeven daarbij niet in een tentenkamp te verblijven. Indien ze bereid zijn om terug te keren naar hun land van herkomst, kunnen ze ervoor kiezen om hierbij te worden gefaciliteerd door de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) met inbegrip van onderdak in een vrijheidsbeperkende locatie. Deze vreemdelingen kunnen dus een situatie van illegaliteit of een verblijf in het tentenkamp, en de daarmee door hen ervaren onzekerheid, voorkomen of beëindigen, mits ze in woord en daad bereid zijn te werken aan het vertrek. Aan de vreemdelingen uit het tentenkamp is schriftelijk het aanbod gedaan om met de DT&V de mogelijkheden inzake terugkeer te bespreken, maar hier hebben ze geen gebruik van gemaakt.

Ik blijf de situatie in Amsterdam nauwlettend volgen. Ik sta hierover in contact met de gemeente Amsterdam en vind het belangrijk om hierin gezamenlijk met de gemeente op te trekken, elk vanuit onze respectievelijke verantwoordelijkheden.

De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, G. B. M. Leers

Naar boven