Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202029338 nr. 208

29 338 Wetenschapsbudget

Nr. 208 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 oktober 2019

Hierbij informeer ik u over de toezegging uit het AO Wetenschapsbeleid van 14 mei 2019 (Kamerstuk 29 338, nr. 202) te onderzoeken in hoeverre de Spinozapremie ook zou kunnen worden toegekend aan onderzoeksteams. Ik ben verheugd u te kunnen melden dat dit mogelijk is. Bij de uitreiking van de Spinozapremie 2019 die 2 oktober jl. plaatsvond, heb ik gezamenlijk met NWO aangekondigd dat de Spinozapremie vanaf 2020 ook toegankelijk zal zijn voor onderzoeksteams. Daarbij is de universiteiten verzocht voor de het komend jaar, naast individuele onderzoekers ook onderzoeksteams voor te dragen voor de Spinozapremie.

Naar aanleiding van de motie van de leden Bruins (CU) en Van der Molen (CDA), met Kamerstuk 29 338, nr. 194 van 5 juni 2019 informeer ik u met deze brief tevens over de voortgang van de sterkere coördinerende en strategische rol van NWO. Parallel aan deze brief ontvangt u van NWO het jaarverslag.

NWO heeft in haar strategische agenda 2019 -2022 aangegeven te willen zorgen voor meer coördinatie en sturing in de Nederlandse wetenschap zodat een nationale onderzoeksstrategie kan worden ontwikkeld inclusief een regelmatig geactualiseerde Nationale Wetenschapsagenda (NWA). Ook wil NWO het wetenschappelijke veld faciliteren om zichzelf te organiseren en nadrukkelijk maatschappelijke partijen bij de programmering betrekken.

NWO versterkt haar rol onder andere door in te zetten op samenwerking en verbinding om beter in te kunnen spelen op ontwikkelingen in de wetenschap en maatschappij waarbij het betrekken van het onderzoeksveld voorop staat. Zo brengt NWO de wetenschappelijke gemeenschap bijeen per (cluster van) discipline(s) in grote nationale conferenties. Waar dit voorheen vooral in de bèta-en technische disciplines gebruikelijk was (CHAINS, ICT.OPEN, Physics@Veldhoven, Teknowlogy) heeft NWO deze manier om verbinding te stimuleren sinds de NWO transitie uitgebreid naar de levenswetenschappen (Life), en de sociale en geesteswetenschappen (Synergy). Daarnaast organiseert NWO matchmaking bijeenkomsten rondom en voorafgaand aan themaprogramma’s binnen de NWA en Kennis- en Innovatiecontracten (KIC’s) en workshops voor kennisdeling en samenwerking tussen de academische wereld en het bedrijfsleven (Science with Industry workshop in samenwerking met het Lorentz Center). Deze bijeenkomsten zijn bedoeld om ontmoeting binnen en tussen disciplines te faciliteren en ontmoetingen met maatschappelijke partners, waaronder bedrijven.

Voor wat betreft de in de motie genoemde strategische financiering, wijs ik in het bijzonder op de NWA als instrument. In nauwe samenwerking met de andere partners uit de kenniscoalitie heeft NWO de uitvoering van het NWA-programma op zich genomen. NWO zorgt ook voor de regelmatige actualisering van de NWA (analyse en verfijning instrumenten na iedere call en een herijking in 2022). Zowel bij uitvoering als bij de actualisering beoogt NWO bruggen te slaan tussen verschillende vormen van onderzoek (fundamenteel, toegepast en praktijkgericht), nationale en internationale agenda’s en wordt uitgegaan van (interdisciplinaire) samenwerking vanuit de breedte van de wetenschap en waarbij NWO naast de gebruikelijke wetenschappelijke partijen ook niet- wetenschappelijke partijen betrekt bij uitvoering van onderzoek.

Naast deze invullingen van de rol heeft NWO verder een coördinerende rol in of heeft deze genomen bij:

  • 1. het aanpakken van de aanvraagdruk. NWO heeft niet alleen in haar eigen organisatie maatregelen getroffen maar ook het voortouw genomen om de verschillende partijen zoals KNAW en VSNU bij elkaar te brengen voor overleg over het terugdringen van de werkdruk en aanvraagdruk. De gezamenlijke organisaties zullen mij eind dit jaar bij brief berichten welke maatregelen zij nog zullen nemen om deze werkdruk/aanvraagdruk verder omlaag te brengen. Verder is NWO een van de drijvende krachten achter de gezamenlijke verklaring van NWO, VSNU, ZonMW en de NFU, waarbij is aangekondigd dat een impuls gaat worden gegeven aan nieuwe (gezamenlijke) benaderingen voor het anders erkennen en waarderen van wetenschappers. Hiervoor zijn (NWO bijeenkomst «Evolutie of Revolutie, «anders waarderen en belonen») en worden dit jaar verschillende activiteiten georganiseerd waarin de vier organisaties samenwerking zoeken met wetenschappers;

  • 2. voorbereiding en uitvoering van de Roadmap Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur en ondersteuning van de Permanente Commissie. Deze Permanente Commissie-Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur is er, onder leiding van NWO, in tientallen gevallen in geslaagd separate faciliteiten met vergelijkbare infrastructuur ertoe te bewegen gezamenlijk op te trekken bij planvorming zodat er een werkelijk nationale Roadmap is ontstaan. Ook voor digitale/ICT-infrastructuur speelt NWO een dergelijke rol;

  • 3. ook op internationaal vlak speelt NWO een trekkersrol. Zij is lid van Science Europe, het Europese samenwerkingsverband van nationale onderzoeksfinanciers. Binnen dit verband heeft NWO een leidende rol om samen met Science Europe de eisen en criteria ten aanzien van het research data management (RDM) te harmoniseren. Verder heeft NWO een cruciale rol gespeeld op het gebied van Open Science. Zij was een van de eerste die het Nationaal Plan Open Science ondertekende en zij maakt zich nu in cOAlition S sterk om in internationaal verband een transitie naar open access te versnellen. Verder heeft NWO als een van de eerste wetenschapsorganisaties de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA) ondertekend. Internationaal gezien is DORA een belangrijke katalysator van Open Access en Open Science omdat de verklaring oproept onderzoekers niet te beoordelen op basis van metrieken zoals de Journal Impact en de H-index maar ook op andere criteria. Ook nationaal maakt NWO zich tezamen met VSNU, NFU en ZonMw sterk om te komen tot andere manieren om onderzoekers te belonen en waarderen.

Andere, minder in het oog lopende, coördinerende en strategische taken van NWO liggen onder andere bij de institutenorganisatie bij NWO maar ook bij de regieorganen NRPO-SIA (praktijkgericht onderzoek) en NRO (onderwijsonderzoek). Na verschillende evaluaties die hebben plaatsgevonden zowel bij de instituten (portfolioanalyse 2018) als bij NPRO-SIA (2017) en NRO (2018), zijn op basis van de aanbevelingen uit de evaluatiecommissies nieuwe plannen gemaakt die nu worden opgepakt en uitgevoerd.

Op grond van het voorgaande concludeer ik dat NWO haar coördinerende rol voortvarend oppakt. Uiteraard blijf ik in gesprek met NWO over de uitvoering van deze rol.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven