29 338 Wetenschapsbudget

Nr. 123 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 september 2013

In mijn brief van 15 juli 2013 over Onderzoekscholen: financiering en positionering in perspectief (Kamerstuk 29 338, nr. 122) heb ik onder meer inzicht gegeven in de bekostiging van onderzoekscholen en de afspraken die VSNU en SODOLA op 3 juli jl. hebben gemaakt om te komen tot normbedragen die uitgangspunt zullen zijn voor de vergoeding voor een onderzoekschool.

Conform uw verzoek van 26 juli 2013 zal ik geen onomkeerbare stappen zetten bij de bekostiging van onderzoekscholen: de middelen blijven beschikbaar.

Na 3 juli 2013 hebben VSNU en SODOLA het overleg over de vergoeding voor onderzoekscholen voortvarend opgestart. VSNU en SODOLA hebben in mijn richting herbevestigd dat de bestuurlijke wil groot is op korte termijn tot overeenstemming te komen. Tevens voorzien zij voor een gedragen uitwerking van dat voorstel meer tijd nodig te hebben dan de deadline van 16 september die in de brief is genoemd. SODOLA en VSNU hebben mij verzocht toe te staan uiterlijk eind oktober in gezamenlijkheid op die afspraak terug te komen. Ik heb daarin bewilligd. Daarmee ben ik niet in de gelegenheid op 18 september bij het nu voorziene algemeen overleg wetenschapsbeleid hierover nadere informatie te verschaffen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

Naar boven