Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201429323 nr. 89

29 323 Prenatale screening

Nr. 89 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 december 2013

Hierbij bied ik de Kamer het rapport van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) over de Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT) en de Zorgverzekeringswet aan dat het CVZ 17 december 2013 aan mij heeft uitgebracht1. In dit rapport gaat het CVZ in op de vraag of de NIPT, als onderdeel van het door de Gezondheidsraad geadviseerde proefimplementatieprogramma voor prenatale screening, onderdeel uitmaakt van het basispakket. Het CVZ concludeert dat dit het geval is.

Het CVZ concludeert eveneens dat vrouwen met een medische indicatie of vrouwen van 36 jaar en ouder, die een combinatietest hebben ondergaan waarvan de uitslag «positief» was, aanspraak hebben op vergoeding van de NIPT. Voor vrouwen jonger dan 36 jaar die geen medische indicatie hebben, maakt de NIPT geen onderdeel uit van het verzekerde pakket. Dit komt omdat de NIPT een kansbepalende test is. Kansbepalende testen zijn voor vrouwen jonger dan 36 die geen medische indicatie hebben uitgesloten van het verzekerd pakket op grond van de Zvw.2

Ik ben voornemens om de Kamer voor 1 april mijn reactie te zenden op de duiding van het CVZ. Daarin zal ik een zorgvuldige afweging maken met betrekking tot de vergoeding van de NIPT. Zoals ik de Kamer op 17 december jongstleden heb laten weten, mag de NIPT vanaf 1 april onder bepaalde voorwaarden worden toegepast in Nederland.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
2

Zie hiervoor artikel 2.4, lid 1, sub a, onderdeel 2 Besluit Zorgverzekering.