29 282 Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector

Nr. 175 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 maart 2013

Met uw brief van 7 februari 2013 heeft u ons om een reactie gevraagd op het rapport «De vergrijzing voorbij» van Berenschot. Het rapport gaat in op verschillende aspecten van de zorgverlening in Nederland. Aangezien u in uw brief met name in gaat op de in het rapport opgenomen constatering over de toekomstige personeelstekorten in de zorg, beperkt onze reactie zich tot de relatie tussen deze constatering en de door het ministerie van VWS eerder gerapporteerde dreigende tekorten in de zorg.

In het rapport «De vergrijzing voorbij» constateert Berenschat dat «Als gevolg van de eerdergenoemde ingrepen van het kabinet verwachten wij in de komende jaren eerder een overschot dan een tekort aan personeel in de ouderenzorg». Aan deze constatering ligt geen uitvoerige analyse ten grondslag, het is – zoals Berenschot zelf ook aangeeft – een verwachting op basis van het recent afgesloten Regeerakkoord, zonder dat de effecten daarvan gekwantificeerd zijn. Een aantal opmerkingen is relevant in dit verband. Berenschot heeft het in zijn rapport alleen over de ouderenzorg, niet over de gehele zorg. Naast maatregelen die de zorgvraag (en dus ook de personeelsvraag) beperken, zijn in het Regeerakkoord ook maatregelen opgenomen die leiden tot meer vraag naar personeel. Denk daarbij onder andere aan de uitbreiding van het aantal wijkverpleegkundigen en ook aan het faciliteren van de autonome groei van de zorgvraag.

In uw brief geeft u aan dat het ministerie van VWS er recentelijk nog van uit ging dat er in de toekomst een tekort van 400.000 mensen in de zorg zou ontstaan. Dat is geen geheel correcte weergave van hetgeen wij en onze voorgangers gecommuniceerd hebben. De afgelopen jaren is het vooral gegaan over de constatering dat als we op dezelfde wijze zorg blijven verlenen, er op termijn 400.000 extra personeel in de zorg nodig zijn. Dat wil niet zeggen dat er een tekort is aan 400.000 mensen, ook niet als de beroepsbevolking niet verder groeit. De zorgsector is namelijk goed in staat om extra mensen te werven en te behouden. Dat heeft het in het (recente) verleden afdoende bewezen. Waar het met name om gaat is dat – mede ingegeven door de stagnerende beroepsbevolking – het beslag van de zorg op de arbeidsmarkt dermate groot wordt, dat arbeidsmarktknelpunten niet uitgesloten moeten worden.

Om dergelijke arbeidsmarktknelpunten te voorkomen is door vorige kabinetten een driesporenbeleid ontwikkeld, waar wij ons van harte achter scharen en voort zullen zetten. Het eerste spoor betreft het verhogen van de productiviteit van het zorgsysteem. Met name in de curatieve zorg is daar het nodige beleid in gang gezet en zijn inmiddels ook de nodige resultaten behaald. Het tweede spoor betreft het verhogen van de instroom en het behoud van zorgpersoneel. Daar is de afgelopen jaren het nodige in geïnvesteerd, zorgbreed. Denk daarbij onder andere aan de specifieke fondsen voor het opleiden van zorgpersoneel, maar ook aan de versterking van het regionale arbeidsmarktbeleid. Het derde spoor betreft het beperken van de groei van de zorgvraag. In het Regeerakkoord «Bruggen slaan» is daar voor het eerst echt werk van gemaakt, met name in de AWBZ en Wmo. Zorgbreed gezien gaat het daarbij niet om een beperking van de zorgvraag, maar om een beperking van de groei ervan. Door de expliciete keuzes die gemaakt zijn, kan dat voor specifieke onderdelen anders uitpakken. In de hoofdlijnenbrief die de staatssecretaris u binnenkort toestuurt, wordt daar nader op ingegaan.

In welke mate er in de (nabije) toekomst tekorten dreigen aan zorgpersoneel is op dit moment – als gevolgen van de voorgenomen maatregelen – ongewis. Mede om die reden is in overleg met sociale partners in de zorg besloten om een ArbeidsmarktEffectRapportage uit te (laten) voeren. De eerste uitkomsten van de deze AER verwachten we in mei 2013 te ontvangen. Uiteraard zullen we uw Kamer daarvan op de hoogte stellen.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

Naar boven