Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201229282 nr. 127

29 282 Arbeidsmarbeleid en opleidingen zorgsector

Nr. 127 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 oktober 2011

Tweede Kamerlid Voortman (Groenlinks) heeft gevraagd om een schriftelijke reactie op het artikel van Nu’91 inzake een onderzoek over onderbezetting in de zorg tijdens de zomer. Met deze brief zal ik ingaan op het onderzoek en de maatregelen die genomen zijn en die ik nog in gang zal zetten.

Zoals het voor iedere werkgever is het ook voor de zorg een uitdaging om in de zomer het werk zo te organiseren dat er geen onoverkomelijke gaten vallen in de zorgverlening. Nu’91, een beroepsorganisatie voor personeel in de zorg, stelt jaarlijks een beeld op over de onderbezetting in de zorg tijdens de zomerperiode. Dit doet zij door een meldpunt te openen voor verzorgenden en verplegers. Dit jaar stond het meldpunt van 21 juli tot 15 september 2011 open. Hierop zijn 1050 meldingen binnen gekomen die veelal terug te voeren zijn op klachten over te weinig personeel of het inzetten van onervaren/ongeschoolde krachten. Ik neem dit signaal serieus en vind het belangrijk dat zorginstellingen hierop goed beleid voeren, al dan niet met steun van de sociale partners. Het is primair aan de zorginstellingen zelf om binnen de kaders tot oplossingen te komen

Vorig jaar heb ik de sociale partners aangesproken op de klachten die met name uit de VVT-sector kwamen. De sociale partners en zorginstellingen hebben hier naar geluisterd getuige de daling in het aantal meldingen met 30%. Via goed beleid zoals flexibel roosteren en het bevorderen van zelfsturing is deze problematiek aangepakt. De «best practices» worden onderling uitgewisseld in het project «In voor Zorg» en via de regionale samenwerkingsverbanden. Beide worden gesubsidieerd door VWS.

Daarnaast heeft de staatssecretaris met mijn mede weten op 2 mei 2011 alle zorginstellingen een brief gestuurd over het inzetten van vakantiekrachten voor handelingen waarvoor ze niet adequaat zijn opgeleid. De Raden van Bestuur zijn toen ook herinnerd aan het feit dat zijn hiervoor verantwoordelijk zijn. De Inspectie voor de Gezondheidszorg ziet toe of vakantiekrachten op de juiste manier worden ingezet.

Dankzij die extra aandacht die werkgevers in de zorg hieraan besteden lijkt de problematiek van het vakantieseizoen beperkt gebleven. Ik ben ook blij te constateren dat het beleid daadwerkelijk zijn vruchten heeft afgeworpen. Zo is het totaal aantal meldingen met 7,5% gedaald t.o.v. 2010.

Maar helaas moet ik constateren dat het aantal meldingen in de ziekenhuizen en in de GGZ is gestegen. Ik zal hierop de sociale partners en hun zorginstellingen aanspreken.

Tevens is onlangs de arbeidsmarktbrief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin de staatssecretaris en ik ons arbeidsmarktbeleid uiteenzetten. Met het algemene arbeidsmarktbeleid proberen we ook deze specifieke problematiek op te vangen.

Zo zullen de extra investeringen in de zorg de zorginstellingen meer ruimte geven om hier specifiek beleid op te voeren.

De minister van Volksgezondheid,Welzijn en Sport, E. I. Schippers