nr. 14
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 juni 2009
Bij brief van 29 mei 2009 (2009Z08630/2009D26416) vraagt uw commissie
mijn reactie op twee brieven gericht aan de vaste commissie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap van de HBO-raad d.d. 8 mei en VNO-NCW en MKB-Nederland
d.d 15 mei 2009 inzake mijn brief d.d. 20 april 2009 (29 281-13)
over titulatuur in het hbo.
Graag voldoe ik hierbij aan uw verzoek.
Te uwer informatie bericht ik u dat ook de VSNU heeft gereageerd op mijn
voorstellen in genoemde brief van 20 april 2009. De VSNU kan zich vinden
in mijn voorstellen1.
In de aan u gerichte brief van de HBO-raad d.d. 8 mei 2009 geeft
de HBOraad aan teleurgesteld te zijn over mijn reactie op het advies van de
Commissie titulatuur, bestaande uit de voorzitters van de Onderwijsraad en
de AWT en de directeur van de NUFFIC.
Hoewel de HBO-raad met mij de observatie van deze commissie in haar advies «Betekenisvolle
graden in het hoger onderwijs» deelt, nl. dat er internationaal geen
eenduidig beeld bestaat rond de titulatuur van afgestudeerden, gaat de HBO-raad
niet in op de bevindingen van de commissie dat een groot deel van de huidige
graden die het grootste deel van de in Nederland afgestudeerde hbo-studenten
krijgen, internationaal herkenbaar en bruikbaar zijn2. Met mijn voorstel beoog ik deze herkenbaarheid en bruikbaarheid nog
te versterken.
Blijkens de brief aan uw commissie is de HBO-raad het kennelijk niet eens
met de constatering in het advies van de commissie dat de huidige graden internationaal
herkenbaar en bruikbaar zijn en is de raad van mening dat hbo-afgestudeerden
door gebrek aan internationale herkenning op achterstand worden gezet.
Mijn voorstel om ter aanvulling van de huidige titulatuur de herkenbaarheid
en bruikbaarheid van hbo-titulatuur te vergroten vindt de HBO-raad geen verruiming,
omdat hbo-instellingen ook nu al de graden Bachelor of Applied Arts en Bachelor
of Applied Sciences mogen uitgeven.
Mijn voorstel is echter breder dan de HBO-raad veronderstelt.
Met mijn voorstel verruim ik in het bijzonder de mogelijkheid voor afgestudeerden. Zo kunnen zij nu, naast de huidige mogelijkheid
om de graad die de instelling afgeeft, kiezen voor het gebruik van de graden
BAA of BASc. Deze verruiming heeft met name meerwaarde waar het gaat om graden
waarvan de internationale bruikbaarheid volgens de commissie nog niet zo groot
is, bijvoorbeeld bij opleidingen in HRM, Media en Communicatie.
Daarnaast stel ik voor om de lijst van de door de HBO-raad aanbevolen
graden (als bijlage bij het advies van de cie titulatuur gevoegd) met de raad
door te nemen om te bezien waar de eenduidigheid en helderheid kan worden
vergroot. Dat zou dan via een ministeriële regeling kunnen worden geregeld.
Mijn voorstel biedt ook verruiming van de titulatuur voor eerder afgestudeerden.
Momenteel is het inderdaad zo, dat individuele hogescholen zeer ruime
mogelijkheden hebben bij de graadverlening en dus ook nu al kunnen kiezen
voor de toevoeging of Applied Arts, cq of Applied Sciences.
Omwille van het binaire onderscheid is het echter niet toegestaan om de
toevoeging of Science, dan wel of Arts te hanteren als het een hoger beroepsopleiding betreft die
door de instelling wordt verzorgd. Zoals de commissie ook aangeeft kan en
gebeurt het in de praktijk ook, zij het niet vaak, dat hbo-instellingen een
geaccrediteerde wo-opleiding aanbieden. In dat geval mag wel of Science dan wel of Arts worden toegevoegd.
De HBO-raad geeft in zijn reactie op mijn voorstel aan, dat zij wèl
gebruik wil maken van de graden Bachelor/Master of Arts/Science, eventueel
met toevoeging van het vakgebied.
Dit voorstel doet naar mijn mening geen recht aan het binaire onderscheid
tussen en hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs; de helderheid
en transparantie van ons hoger onderwijs wordt daarmee niet gediend. Daarbij
speelt ook een rol dat in de praktijk niet gegarandeerd kan worden dat het
toe te voegen vakgebied gebruikt zal worden.
In de aan u gerichte brief van VNO-NCW en MKB-Nederland d.d. 15 mei
2009 geven deze organisaties aan het positief te achten, dat in mijn voorstel
ook in de titulatuur de binariteit van ons stelsel van hoger onderwijs herkenbaar
blijft en gekozen wordt voor verschillende graadaanduidingen in hbo en wo.
Deze organisaties constateren bovendien dat het aantal landen toeneemt
waarin Universities of Applied Sciences een aanduiding
is voor beroepsgericht hoger onderwijs en zij geven aan dat dat mogelijk ook
kan gaan gelden voor de nu gekozen introductie van de graden BAA en BASc.
Deze organisaties plaatsen wel een belangrijke kanttekening bij mijn voorstel.
Zij bepleiten sterk dat de huidige internationaal herkenbare graden door de
instellingen toegekend blijven worden, zodat op de diploma’s de meer
informatieve graadaanduiding komt te staan, terwijl de student de vrijheid
heeft om de graden BAA of BASc te gebruiken. Zij steunen mijn suggestie om
in het verlengde van de thans door de HBO-raad aanbevolen graadaanduidingen
met de sector te willen komen tot landelijk te hanteren bruikbare hbo-graden.
Ik beschouw deze reactie van de VNO-NCW en MKB-Nederland inclusief deze
kanttekening, als steun voor mijn voorstel en het verheugt mij dat het voorstel
kan bogen op draagvlak bij de werkgevers. Ik neem daarbij ook de opmerking
die de organisaties terecht maken in verband met het feit dat één
van de opleidingsclusters binnen de sector techniek Bachelor of Applied Science
is, ter harte, zodat verwarring wordt voorkomen bij de introductie van de
graad Bachelor of Applied Sciences voor het bredere terrein.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R. H. A. Plasterk