29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 795 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 juni 2023

Naar aanleiding van het verzoek van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid van 30 mei 2023 om een actuele planning voor de inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek van Strafvordering ontvangt u hierbij mijn reactie.

Tijdens het wetgevingsoverleg van de Innovatiewet Strafvordering in uw Kamer (Kamerstuk 35 869, nr. 26) heb ik invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering in 2026 als doelstelling genoemd. In dat wetgevingsoverleg heb ik ook aangegeven dat in dit proces continu de vinger aan de pols moet worden gehouden. De eerste vaststellingswet is in maart van dit jaar bij uw Kamer ingediend.

Kort na indiening van het wetsvoorstel (Kamerstuk 36 327) bij de Tweede Kamer in maart 2023 heb ik de achtste voortgangsrapportage over het wetgevingsproject nieuw Wetboek van Strafvordering aan de Tweede Kamer gezonden.1. In die voortgangsrapportage is een planning voor wetgeving opgenomen. Deze wetgevingsplanning is nog altijd actueel.

Voor wat betreft de implementatie van het nieuwe wetboek geldt als uitgangspunt dat dit een zorgvuldig proces is waarbij het van belang is dat alle organisaties in de strafrechtketen op hetzelfde moment klaar moeten zijn voor de inwerkingtreding. In de achtste voortgangsrapportage is tevens aangegeven dat deze organisaties, zoals zij uw Kamer ook hebben aangegeven tijdens het rondetafelgesprek verkenning strafrechtketen, na parlementaire goedkeuring van de wetteksten nog enkele jaren nodig hebben om systemen en werkprocessen aan te passen en in te regelen en alle betrokken medewerkers op te leiden.

Momenteel vinden gesprekken plaats met de organisaties over de daarvoor te hanteren gezamenlijke termijn. Zodra die besprekingen zijn afgerond, zal ik u na de zomer over de voorgestelde implementatieperiode informeren. Gelet op de huidige stand van zaken van de twee vaststellingswetten en de verdere procedure van die wetten waaronder begrepen de parlementaire behandeling in Tweede en Eerste Kamer, en de omvang van de opgave die ketenpartners vervolgens hebben

in de implementatie van het wetboek kan nu al wel worden gesteld dat inwerkingtreding van het nieuwe wetboek in 2026 niet meer realistisch is.

De Minister voor Rechtsbescherming, F.M. Weerwind


X Noot
1

Kamerstuk 29 279, nr. 782.

Naar boven