Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201929279 nr. 461

29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 461 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 oktober 2018

Hierbij bied ik uw Kamer het rapport «Advies uitvoering gevangenisstraffen: Reactie op de kabinetsvisie Recht doen, kansen bieden» van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) aan1. Ik heb met belangstelling kennis genomen van het advies.

Op 17 juni 2018 heb ik mijn visie «Recht doen, kansen bieden. Naar effectievere gevangenisstraffen» aan uw Kamer aangeboden.2 De RSJ is van mening dat deze visie goede elementen bevat, maar plaatst ook kritische kanttekeningen bij een aantal keuzes die ik heb gemaakt in mijn visie. Zo is de RSJ positief over de aandacht voor screening en ondersteuning van gedetineerden ten behoeve van hun re-integratie. Tegelijkertijd ligt het accent in de visie volgens de RSJ sterk op vergelding en gaat er te weinig aandacht uit naar resocialisatie.

In reactie hierop wil ik benadrukken dat een gevangenisstraf in mijn ogen een dubbel doel dient. Ik vind het belangrijk dat een straf ook echt een straf is. De kern van de gevangenisstraf is dat de vrijheid van een veroordeelde wordt ontnomen, waardoor hij voor een bepaalde periode uit de samenleving wordt verwijderd. Maar een straf is meer dan het ontnemen van iemands vrijheid. Een straf moet ook bijdragen aan een veilige terugkeer van ex-gedetineerden in de samenleving. Werken aan re-integratie voor recidivevermindering is daarom voor mij net zo belangrijk. Ik wil gedetineerden weer op het goede pad krijgen en voorkomen dat zij na detentie terugvallen in de criminaliteit. Ook daar is de samenleving natuurlijk bij gebaat.

In mijn visie heb ik diverse plannen gepresenteerd die bijdragen aan re-integratie. Zo wordt gedrag tijdens de straf belangrijker, we gaan gedetineerden hier meer op aanspreken. Goed gedrag kan worden beloond met meer vrijheden, aan slecht gedrag worden consequenties verbonden. Uiteraard houden we daarbij rekening met iemands beperkingen en bieden we waar nodig steun. Zo kunnen gedetineerden hun tijd in detentie goed benutten om zich voor te bereiden op terugkeer. Daarnaast wil ik het huidige verlof vervangen door re-integratieverlof. Dat verlof moet in het teken staan van een concreet re-integratiedoel. Elke regio krijgt de beschikking over een beperkt beveiligde afdeling voor gedetineerden die in de laatste fase van hun detentie buiten de gevangenismuren werk verrichten.

Zoals ik in mijn visie heb aangegeven gaan we steviger inzetten op de vijf basisvoorwaarden (wonen, inkomen, schulden, ID-bewijs en zorg). Dat doen we door de screening van gedetineerden bij binnenkomst te versnellen en te verbeteren, zodat we zo snel mogelijk weten wie we voor ons hebben en hoe het gesteld is met de vijf basisvoorwaarden. De uitkomsten nemen we op in het individuele detentie- en re-integratieplan. Dat plan wordt scherper, concreter en activerender dan nu. De casemanagers spelen een belangrijke rol bij de begeleiding van gedetineerden bij re-integratie. In drie inrichtingen start ik een proef met extra inzet van casemanagers. Om de samenwerking tussen de reclassering en de casemanagers te versterken gaan we reclassering ook meer binnen de gevangenismuren halen zodat tijdens de straf al aan de re-integratie wordt gewerkt. Tot slot wil ik inzetten op arbeid in detentie, omdat dit kan bijdragen aan een goede terugkeer in de samenleving. Daarom start ik een proef met de uitbreiding van het aantal uren arbeid in drie inrichtingen.

Op 6 september 2018 heb ik met uw Kamer gesproken over mijn visie tijdens het Algemeen Overleg Gevangeniswezen (Kamerstuk 24 587, nr. 736). Binnenkort stuur ik het wetsvoorstel v.i. en detentiefasering naar de Tweede Kamer. Daarin zijn ook de opmerkingen van de partijen die geraadpleegd zijn in de consultatie (waaronder de RSJ) en de opmerkingen van de Raad van State betrokken. Zoals toegezegd tijdens het AO Gevangeniswezen van 6 september 2018 zal ik uw Kamer in het eerste kwartaal van 2019 informeren over de voortgang van de implementatie van de visie.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstuk 29 279, nr. 439.