29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 339 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 september 2016

In mijn brief van 12 mei jl. (Kamerstuk 29 279, nr. 320) heb ik u geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van de maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van het rapport van de «Onderzoekscommissie strafrechtelijke beslissingen openbaar ministerie naar aanleiding van de zaak-Bart van U.» (Commissie Hoekstra).

De maatregelen hebben betrekking op DNA-onderzoek bij veroordeelden, de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen, de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en de toekomstige Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De uitvoering is nog steeds in volle gang.

Voorts heb ik gemeld dat de Inspectie Veiligheid en Justitie en de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad elk vanuit hun eigen verantwoordelijkheid toezicht houden op de uitvoering van de maatregelen en de rechtmatigheid daarvan. Daarnaast verricht de Inspectie voor de Gezondheidszorg onderzoek naar de zorgverlening die is uitgevoerd met betrekking tot Bart van U.

Mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (VenJ) heb ik aan de heer Hoekstra opdracht verleend de uitvoering van de verbetermaatregelen te monitoren en te adviseren naar aanleiding van zijn bevindingen. In zijn rapportage zal de heer Hoekstra de bevindingen van de toezichthouders, alsmede van het Aanjaagteam verwarde personen betrekken. De heer Hoekstra zal zijn monitorrapportage voor 15 oktober a.s. aan mij aanbieden.

In november zal ik u mede namens de Minister van VWS en de Staatssecretaris van VenJ informeren over de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de maatregelen waarbij ik tevens zal ingaan op de bevindingen van de toezichthouders en de monitor van de heer Hoekstra.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

Naar boven