29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 267 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 juli 2015

Hierbij bied ik u aan het rapport «Onbeperkt toegang tot het recht? Slachtoffers met een licht verstandelijke beperking in de strafrechtsketen»1. Dit rapport is in opdracht van het WODC gemaakt door de Hogeschool Leiden.

De ontwikkelingen rondom bescherming van kwetsbare slachtoffers in de strafrechtsketen leidde tot een aantal vragen met betrekking tot slachtoffers met een licht verstandelijke beperking. Het rapport geeft antwoord op de vraag in hoeverre slachtoffers met een licht verstandelijke beperking hun rechten kunnen effectueren. Ook is er gekeken naar kennis en werkwijzen in aanpalende werkvelden om te komen tot handvatten voor het versterken van de positie van slachtoffers met een licht verstandelijke beperking.

Uit het onderzoek blijkt dat in ieder geval een deel van de slachtoffers met een licht verstandelijke beperking op een aantal gebieden extra problemen ervaart in de strafrechtsketen. Een licht verstandelijke beperking kan leiden tot een hoger risico op secundaire victimisatie. Het rapport noemt verschillende oplossingsrichtingen waarbij de aandacht vooral moet gaan naar communicatie, herkenning, kennis en houding. De doelgroep blijkt heel heterogeen te zijn waardoor niet kan worden volstaan met een standaard benadering of het protocol. Er zal steeds gekeken moeten worden naar de behoeften van het individu.

Het rapport biedt veel aanknopingspunten waar in de praktijk mee aan de slag kan worden gegaan. De uitkomsten van het rapport zullen dan ook gebruikt worden bij de verdere uitwerking van het justitiële beleid ten aanzien van verdachten en slachtoffers met een licht verstandelijke beperking. Na de zomer start een project dat tot doel heeft de signalering en benadering van mensen met een licht verstandelijke beperking in het justitiële domein te verbeteren.

Specifiek voor slachtoffers is de individuele beoordeling nog van belang. De individuele beoordeling vloeit voort uit de Europese Richtlijn minimumnormen voor slachtoffers2 en heeft tot doel een systematische bescherming van slachtoffers tegen secundaire victimisatie, herhaald slachtofferschap, intimidatie en vergelding. Dit instrument is thans in ontwikkeling als onderdeel van de implementatie van de richtlijn in Nederland3. Op termijn zal dit instrument bij dragen aan een betere signalering en bejegening van deze doelgroep.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Richtlijn 2012/29/EU van het Europees parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ

X Noot
3

Kamerstuk 24236.

Naar boven