29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 1065 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juli 2026

1. Inleiding

Conform de toezegging van mijn ambtsvoorganger in de brief van 10 november 20251, ontvangt uw Kamer met deze brief de tweede voortgangsrapportage aanpak foutieve tenaamstellingen in vonnissen. Het gaat om zaken waarin na het onherroepelijk worden van een strafvonnis signalen bestaan dat de identiteit zoals die in de ketenregistraties beschikbaar is, afwijkt van de tenaamstelling in het vonnis.

Een juiste vaststelling en verwerking van de identiteit van personen in de strafrechtketen is van groot belang. Fouten kunnen gevolgen hebben voor burgers, voor de tenuitvoerlegging van straffen, en voor het vertrouwen in de strafrechtspleging. De aanpak van deze problematiek is daarom met urgentie opgepakt.

Het betreft een complex vraagstuk. Identiteitsgegevens worden in de strafrechtketen op verschillende momenten vastgesteld, verwerkt, gecontroleerd en aangevuld. Zo kan het voorkomen dat bij een eerste contact met de verdachte alleen een opgegeven naam beschikbaar is, en dat betrouwbaardere gegevens pas later in het strafproces beschikbaar komen. Bij dit proces zijn meerdere organisaties betrokken, waaronder de Nationale Politie, de Koninklijke Marechaussee, het Openbaar Ministerie, de Rechtspraak, het Centraal Justitieel Incassobureau, de Dienst Justis, partners in de migratieketen en Justid; steeds vanuit een eigen taak en verantwoordelijkheid. Hierdoor kan de problematiek doorwerken in verschillende processen, zoals tenuitvoerlegging, signaleringen, beoordeling van een Verklaring Omtrent het Gedrag en gegevensuitwisseling met andere ketens. Hoewel de Matching Autoriteit van Justid hierin een centrale rol heeft, omdat zij signalen over afwijkende identiteitsgegevens in de registers kan zien en de gevolgen daarvan in de keten zichtbaar kan maken, kan zij niet in alle gevallen zelfstandig tot herstel overgaan. Wanneer herstel verder gaat dan een administratieve correctie en raakt aan de inhoud of rechtsgevolgen van een onherroepelijk rechterlijk oordeel, dan is rechterlijke tussenkomst nodig.

De inzet hierbij is tweeledig: de risico’s voor burgers en ketenprocessen zo snel mogelijk beperken en, waar nodig, met ketenpartners en de rechterlijke macht spoedig rechtsstatelijk en zorgvuldig herstel organiseren.

Ik waardeer dat de Algemene Rekenkamer in haar Verantwoordingsonderzoek 2025 2 heeft vastgesteld dat in de afgelopen tijd belangrijke stappen zijn gezet en dat de betrokken organisaties voortvarend aan de slag zijn gegaan. Dat komt tot uiting in het gegeven dat de Algemene Rekenkamer de «ernstige onvolkomenheid» heeft afgeschaald naar een «onvolkomenheid». Dat betekent niet dat de problematiek is opgelost. De Algemene Rekenkamer vraagt in het bijzonder aandacht voor automatische wijzigingen, het verder in beeld brengen van de totale omvang, het maken van ketenafspraken en het belang van de burger.

De rapportage is als volgt opgebouwd. In paragraaf 2 ga ik in op de voortgang binnen de vier onderdelen van het plan van aanpak: het ontwikkelen van een toetsings- en handelingskader; het met prioriteit toetsen en behandelen van de bekende zaken; het voorkomen van nieuwe onjuiste tenaamstellingen en het verbeteren van de correctiemogelijkheden. In paragraaf 3 bespreek ik de opvolging van de aanvullende bevindingen en aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer. In paragraaf 4 geef ik de stand van zaken van de genomen maatregelen naar aanleiding van het onderzoek van de Auditdienst Rijk. Tot slot komt het vervolg van de aanpak aan de orde in paragraaf 5.

2. Uitvoering plan van aanpak

2.1 Ontwikkeling toetsings- en handelingskader

Er is een toetsings- en handelingskader voor de Matching Autoriteit ontwikkeld voor het toetsen en behandelen van signalen over onjuiste tenaamstellingen in onherroepelijke strafvonnissen.

Dit toetsings- en handelingskader onderscheidt vier gevalstypen:

  • 1. zaken waarbij de naam in het vonnis een omissie/onjuistheid bevat, maar er geen vraagtekens zijn over de persoon;

  • 2. zaken waarbij de naam in het vonnis niet meer klopt omdat sprake is geweest van een officiële naamswijziging;

  • 3. zaken waarbij significante afwijkingen tussen de geregistreerde identiteitsgegevens en de in vonnissen opgenomen identiteit zijn geconstateerd, waarbij er geen signalen zijn van nadelige gevolgen voor een derde (zoals het gebruik van een alias door de verdachte);

  • 4. zaken waarbij dergelijke afwijkingen in de persoonsgegevens zijn geconstateerd, waarbij er wel signalen zijn van nadelige gevolgen voor een derde (zoals identiteitsfraude).

Het onderscheid tussen gevalstypen is belangrijk, omdat de stappen die nodig zijn voor de afhandeling van een zaak per gevalstype verschillend zijn.

Bij gevalstypen 1 en 2 gaat het om zaken waarin de onjuistheid administratief buiten twijfel staat, en kan de Matching Autoriteit dit zelf administratief in de systemen verwerken.

Bij gevalstypen 3 en 4 ligt dat anders. Daarin raakt herstel aan de inhoud of rechtsgevolgen van een onherroepelijk rechterlijk oordeel. Om die reden kan de Matching Autoriteit dat niet zelf corrigeren zonder betrokkenheid van de organisaties in de strafrechtketen. Als een correctie invloed heeft op de inhoud of de juridische gevolgen van een definitieve rechterlijke uitspraak, dan is een rechter nodig om hierover te beslissen.

De afgelopen periode is de juridische grondslag voor het toetsings- en handelingskader uitgewerkt en extern gevalideerd. Zowel het toetsings- en handelingskader als de juridische grondslag zijn conform toezegging in het eerste kwartaal van 2026 vastgesteld. Op grond van de ervaringen in de uitvoering kan het toetsings- en handelingskader periodiek worden verfijnd. Voor een uiteenzetting van het toetsings- en handelingskader verwijs ik u naar de eerste voortgangsrapportage van 10 november 2025.

2.2 Toetsing en afhandeling van bekende zaken

De afgelopen maanden is er voortgang geboekt met de aanpak van de lijst van 867 zaken waarin signalen waren van onjuiste tenaamstellingen in onherroepelijke strafvonnissen. Kort samengevat geldt dat in alle zaken waarin is gebleken dat onschuldige derden nadelige gevolgen konden ondervinden, mitigerende maatregelen zijn getroffen in afwachting van een rechterlijke uitspraak.

In alle bekende zaken, met uitzondering van enkele gevallen die in de bijlage worden toegelicht, zijn er geen aanwijzingen dat het vonnis op de verkeerde persoon ten uitvoer is gelegd of nog kan worden. Dit geldt ook in situaties waarin er onduidelijkheid bestond over de identiteit van de veroordeelde.

In de voortgangsrapportage van 10 november 2025 is gemeld dat er 867 zaken zijn geregistreerd waarin een signaal bestaat dat de tenaamstelling van een onherroepelijk vonnis mogelijk niet juist is. Hierbij zijn de in de eerste voortgangsrapportage genoemde 65 zaken, waarvan was geconstateerd dat daarover geen informatie meer beschikbaar was, voor de zekerheid alsnog opnieuw meegenomen in de toetsing en waar mogelijk in de afhandeling.

Van deze 867 zaken zijn tot dusver:

  • – 147 zaken ingedeeld onder gevalstypen 1 en 2;

  • – 607 zaken ingedeeld onder gevalstype 3;

  • – 87 zaken ingedeeld onder gevalstype 4 en

  • – 26 zaken vastgesteld waarin het vonnis niet onherroepelijk was of sprake was van een dubbele registratie.

Tot 1 mei 2026 is 61% van deze 867 zaken getoetst en waar mogelijk afgehandeld.

Nieuwe zaken

Buiten de oorspronkelijke lijst van 867 zaken zijn vanaf 2025 tot 1 mei 2026 in totaal 99 nieuwe zaken geïdentificeerd met een mogelijke onjuiste tenaamstelling in een onherroepelijk vonnis. Deze nieuwe zaken worden beoordeeld aan de hand van het toetsings- en handelingskader. Hiermee hebben de medewerkers van Justid het nodige handelingsperspectief om met nieuwe zaken om te gaan. Zaken waarin mogelijk een onschuldige derde is betrokken, hebben daarbij vanzelfsprekend prioriteit.

Ik licht de aantallen nader toe in bijlage 1 van deze brief.

Schrijfwijze namen

Tijdens het Wetgevingsoverleg van 23 juni 2026 is gevraagd of de bekende zaken verband houden met de omzetting van namen uit het Arabisch of andere niet-Latijnse schriften naar het Latijnse schrift, en of er in de strafrechtketen een tool bestaat om dit in goede banen te leiden.

In bijlage 2 bij deze brief ga ik hier nader op in.

Markering en signalering

Bij de toetsing en afhandeling wordt aandacht besteed aan markering van mogelijke tenaamstellingsproblematiek in de systemen en aan signalering. De markering houdt in dat de ketenpartners die de Strafrechtketendatabank of het Justitieel Documentatiesysteem raadplegen, kunnen zien dat er in een zaak mogelijk sprake is van tenaamstellingsproblematiek. Hierdoor worden zij erop gewezen dat de gegevens niet zonder meer kunnen worden gebruikt, maar dat zij zelf moeten beoordelen welke betekenis de gegevens hebben voor hun eigen taak en verantwoordelijkheid. Dit helpt te voorkomen dat mogelijk onjuiste gegevens tijdens het onderzoek onbedoeld blijven doorwerken. Signalering houdt in dat actief wordt bezien of bepaalde gegevens relevant zijn voor lopende processen bij de ketenpartners. Als dat het geval is, ontvangen de ketenpartners rechtstreeks een signalering via een informatiebericht.

Nadelige gevolgen beperken

In zaken waarin is gebleken dat onschuldige derden nadelige gevolgen konden ondervinden worden maatregelen getroffen om nadelige gevolgen te beperken en/of op te schorten. Die maatregelen, bestaan onder meer uit het hiervoor genoemde markeren van zaken, het informeren van betrokken ketenpartners, het opschorten van signaleringen of andere maatregelen wanneer gegevens onjuist kunnen doorwerken, en – waar nodig en mogelijk – het contact zoeken met betrokkenen in individuele gevallen waarin duidelijk is dat sprake is van een onschuldige derde. Daarmee wordt niet vooruitgelopen op eventueel rechterlijk herstel, maar wordt wel voorkomen dat mogelijk onjuiste gegevens zonder meer blijven doorwerken in de keten.

2.3 Zoveel mogelijk voorkomen van nieuwe gevallen van onjuiste tenaamstellingen

Het vraagstuk van onjuiste tenaamstellingen in onherroepelijke vonnissen is een uitvloeisel van het complexe proces van identiteitsvaststelling in de strafrechtketen. Binnen het Programma Modernisering Identiteitsbehandeling en Vindbaarheid, waarover u in de eerste brief van 28 mei 2025 bent geïnformeerd, wordt hieraan door departement en ketenpartners samen gewerkt. Het gaat dan bijvoorbeeld om protocollen over identiteitsbehandeling die gehanteerd moeten worden door de partijen in de strafrechtketen, maar ook om het verder ontwikkelen van mobiele identiteitsvoorzieningen. Beleid en uitvoering werken hierin nauw samen.

Identiteitsgegevens worden op verschillende momenten in het strafproces vastgesteld, verwerkt en aangevuld. Betere of meer betrouwbare gegevens komen soms pas later in het strafproces beschikbaar. Daarnaast kunnen menselijke invoerfouten of onvolledige gegevens niet volledig worden uitgesloten, en kan het voorkomen dat een verdachte belang heeft bij het achterhouden of bemoeilijken van de identiteit. De inzet is dan ook fouten zoveel mogelijk te voorkomen, signalen sneller te herkennen en waar nodig binnen de juiste kaders zorgvuldig te corrigeren of mitigeren.

De aanpak van het tenaamstellingsvraagstuk heeft tot concrete verbeteringen geleid. Dat constateert ook de Algemene Rekenkamer. Zoals aangegeven onder paragraaf 2.2 zijn markeringsfunctionaliteiten gerealiseerd in de Strafrechtketendatabank en het Justitieel Documentatiesysteem. Deze markeringen kunnen ook preventief worden aangebracht als aliassen of gestolen identiteiten in andere zaken naar voren komen. Voor slachtoffers van identiteitsfraude is een extra functionaliteit, een SOS-signaal, geïntroduceerd. Dit signaal stelt de Matching Autoriteit direct in kennis wanneer een persoon die eerder betrokken was bij identiteitsfraude, opnieuw gebruik maakt van een valse identiteit. Daardoor kan sneller worden beoordeeld of maatregelen nodig zijn om hernieuwde nadelige gevolgen voor een onschuldige derde te voorkomen. Deze markeringen en signaleringen kunnen bijdragen aan het voorkomen en het vroegtijdig ondervangen van nieuwe gevallen. Een andere verbetering in dit verband is de inrichting van een periodiek ketenoverleg met vertegenwoordigers van de straf- en migratieketen. In dit ketenoverleg worden casussen besproken, risico’s in beeld gebracht, maatregelen getroffen en afspraken gemaakt over de wijze van samenwerking op uitvoerend niveau in zaken waar tenaamstellingsproblematiek speelt.

Aanvullend heeft EY-onderzoek verricht naar mogelijke verbeteringen in het huidige proces van identiteitsvaststelling in de strafrechtketen.3 Zij concluderen dat er geen snelle maatregelen of «quick wins» zijn geïdentificeerd waarmee deze problematiek op korte termijn structureel kan worden verbeterd. Het onderzoek bevestigt het belang van de voortzetting van het eerder genoemde programma. Daarnaast wordt geadviseerd het beleid en de wetgeving met betrekking tot identiteitsvaststelling in de strafrechtketen te evalueren. In het rapport staan ook enkele observaties over sturing en governance ten aanzien van identiteitsbehandeling in de strafrechtketen.

Ik deel deze conclusies. De adviezen worden betrokken bij de activiteiten van het Programma Modernisering Identiteitsbehandeling en Vindbaarheid. Die activiteiten worden de komende drie jaar voortgezet in nauwe samenwerking met de ketenpartners. De observaties van EY over sturing en governance worden betrokken in de bredere versterkingsplannen voor de strafrechtketen. Over de voortgang in dit verband wordt uw Kamer geïnformeerd in de voortgangsrapportage over de strafrechtketen, die in het najaar van 2026 wordt verwacht.

2.4 Verbetering van correctiemogelijkheden

Voor een deel van de zaken kan Justid een administratieve correctie binnen de ketenregistraties toepassen. Waar correctie van identiteitsgegevens raakt aan de inhoud of rechtsgevolgen van een onherroepelijk rechterlijk vonnis, is rechterlijke betrokkenheid nodig. Bestaande procedures, zoals de herzieningsprocedure bij de Hoge Raad, bieden hiervoor niet altijd een passende route, onder meer omdat zij langdurig zijn en niet (altijd) een rechtsingang voor de overheid bieden om een correctie proactief in gang te zetten.

Daarom wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een aanvullende rechterlijke procedure waarmee onjuiste tenaamstellingen in daarvoor geschikte gevallen sneller kunnen worden gecorrigeerd. Uitgangspunt daarbij is dat het initiatief tot correctie van identiteitsgegevens niet uitsluitend bij de burger wordt gelegd, omdat betrokkenen niet altijd weten dat sprake is van een onjuiste tenaamstelling, maar ook bij de overheid. Zo wordt het mogelijk proactief registratiecorrecties door te voeren.

Er wordt gewerkt aan een startnotitie waarin de contouren van een aanvullende rechterlijke procedure nader worden uitgewerkt. Hierover zal ik uw Kamer op de hoogte houden.

3. Opvolging bevindingen en aanbevelingen Algemene Rekenkamer

Ik waardeer dat de Algemene Rekenkamer in haar Verantwoordingsonderzoek 2025 oog heeft gehad voor de grote stappen die het afgelopen jaar zijn gezet in de aanpak van foutieve tenaamstellingen. Kern van mijn aanpak was te komen tot een afgestemd herstelproces in de keten. Dat proces loopt voorspoedig en zorgvuldig. Zoals ik hiervoor heb vermeld, is daarmee niet gezegd dat de problematiek is opgelost. Hieronder ga ik in op de aanvullende acties die inmiddels lopen of nog genomen zullen worden ter opvolging van de bevindingen en aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer.

3.1 Automatische wijzigingen

De Algemene Rekenkamer heeft aandacht gevraagd voor de verwerking van automatische wijzigingen uit onder meer de Basisregistratie Personen, inclusief de Registratie Niet-Ingezetenen, en uit de Basisvoorziening Vreemdelingen. De Algemene Rekenkamer stelt dat deze werkwijze niet volledig aansluit op het toetsings- en handelingskader, omdat wijzigingen zonder voorafgaande beoordeling kunnen worden verwerkt. Dit terwijl zij gevolgen kunnen hebben voor onherroepelijke vonnissen en ketenprocessen.

Naar aanleiding hiervan heeft Justid een risicoanalyse uitgevoerd naar mogelijke gevolgen voor burgers en overige maatschappelijke effecten. Uit de analyse blijkt dat het automatisch overnemen en achteraf beoordelen van wijzigingen uit de (basis-)administraties in de Strafrechtketendatabank, risico’s kan opleveren in het geval die wijzigingen betrekking hebben op een onherroepelijk vonnis. Bijvoorbeeld als door een automatische wijziging een naam in het register afwijkt van de naam in het onherroepelijke vonnis. Daarmee kan bij de tenuitvoerlegging mogelijk een verkeerde persoon worden betrokken. Ook kan de verkeerde persoon dit op het strafblad krijgen en daardoor geen Verklaring Omtrent het Gedrag krijgen, of omgekeerd dat de schuldige deze ten onrechte wel kan krijgen.

Tegelijk blijkt uit de praktijkervaring met het toetsings- en handelingskader tot nu toe dat het risico op maatschappelijke schade als gevolg van deze automatische wijzigingen beperkt is.

Om volledig volgens het toetsings- en handelingskader te kunnen werken, dienen identiteitsgegevens afkomstig uit de hiervoor genoemde registers door de Matching Autoriteit te worden beoordeeld voordat die gegevens in de Strafrechtketendatabank worden verwerkt. Dit geldt voor zover die gegevens gevolgen kunnen hebben voor een onherroepelijk vonnis. Dat is niet onmiddellijk te realiseren zonder mogelijke nadelige gevolgen voor andere strafvorderlijke processen, waar het tijdig kunnen beschikken over wijzigingen van groot belang is. Daarom wordt gewerkt aan maatregelen voor de korte en de langere termijn.

Voor de korte termijn is een technische aanpassing gerealiseerd om de Matching Autoriteit in staat te stellen automatische wijzigingen achteraf gericht te kunnen beoordelen en indien nodig terug te kunnen draaien. Daarmee blijft actuele informatie uit de genoemde registers beschikbaar voor de strafrechtketen, terwijl mogelijke nadelige gevolgen voor burgers en ketenprocessen sneller kunnen worden gesignaleerd en gemitigeerd. Voor de langere termijn wordt gewerkt aan een structurele aanpassing waarmee relevante automatische wijzigingen niet meer zonder voorafgaande beoordeling worden overgenomen door de Matching Autoriteit. Dat zou betekenen dat vooraf wordt beoordeeld of een wijziging uit de Basisregistratie Personen, de Registratie Niet-Ingezetenen of de Basisvoorziening Vreemdelingen gevolgen kan hebben voor de tenaamstelling van een onherroepelijk vonnis en of opname in de strafrechtregistratie verantwoord is. De hiervoor vereiste systeem- en procesaanpassingen worden met prioriteit uitgewerkt.

Verder wordt, gelet op de verwerking van gevoelige strafrechtelijke persoonsgegevens, een Data Protection Impact Assessment (DPIA) uitgevoerd op de werkwijze rond onjuiste tenaamstellingen in onherroepelijke vonnissen. Daarbij worden de Functionarissen Gegevensbescherming van JenV en de betrokken ketenpartners geconsulteerd. De Autoriteit Persoonsgegevens is hierover geïnformeerd.

3.2 In beeld krijgen van de totale omvang

De Rekenkamer heeft aangegeven dat de geconstateerde 867 zaken als ondergrens zijn te beschouwen. In het plan van aanpak is daarom een haalbaarheidsonderzoek opgenomen naar de vraag of in de periode 2011–2025 meer zaken met een onherroepelijk vonnis met een mogelijke onjuiste tenaamstelling kunnen worden achterhaald. Dat onderzoek is complex. Organisaties in de strafrechtketen gebruiken ieder eigen systemen, registreren gegevens op verschillende manieren en werken binnen verschillende wettelijke kaders. Daardoor beschikt de strafrechtketen niet over één volledig gekoppeld historisch overzicht waaruit zonder meer kan worden afgeleid of er sprake kan zijn van een mogelijk onjuiste tenaamstelling in een onherroepelijk strafvonnis.

Het haalbaarheidsonderzoek is toegespitst op de bestandsvergelijking tussen de belangrijkste registraties van identiteitsgegevens. Het richt zich op de vergelijking van de Strafrechtketendatabank en het Justitieel Documentatiesysteem met de Basisvoorziening identiteitsvaststelling (BVID) bij de politie en met de Basisregistratie Personen (inclusief het Register Niet-Ingezetenen) en de Basisvoorziening Vreemdelingen.

De vergelijking met het BVID leverde op dat er 1.319 zaken met een onherroepelijk vonnis zijn gevonden, waarbij op enig moment in het strafproces geregistreerde identiteitsgegevens zijn gewijzigd. Daarvan is op grond van eerdere werkinstructies van de Matching Autoriteit in 292 zaken bepaald dat er mogelijk sprake is van een onjuiste tenaamstelling van een onherroepelijk vonnis. Deze 292 zaken maken deel uit van de bekende 867 zaken. Om te achterhalen of in het zoekgebied van 1.027 zaken zich toch zaken bevinden waarin op grond van het toetsings- en handelingskader een tenaamstellingsvraagstuk speelt, moeten deze zaken individueel worden beoordeeld. Deze zaken zijn in de Strafrechtketendatabank vanaf 2010 geregistreerd, waardoor wijzigingen waarschijnlijk nog te achterhalen zijn. Bovendien is in die zaken ook (veelal) biometrie aanwezig. Om deze redenen zou een herbeoordeling van het hele zoekgebied van 1.027 zaken arbeidsintensief maar uitvoerbaar zijn.

Het verdere onderzoek zal zich dan ook concentreren op de analyse van de zaken in het zoekgebied van de 1.027 zaken uit signalen van de BVID. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan signalen met de grootste mogelijke maatschappelijke impact, zoals signalen waarbij niet duidelijk is of de juiste persoon is gestraft, waarbij tenuitvoerlegging aan de orde is geweest of waarbij aanwijzingen bestaan dat een onschuldige derde betrokken kan zijn geraakt. Op basis van de uitkomsten wordt bepaald of verdere analyse nodig en proportioneel is.

De bestandsvergelijking met de Basisregistratie Personen (inclusief het Register Niet-Ingezetenen) en de Basisvoorziening Vreemdelingen leverde een zoekgebied op van 4.529 zaken met een onherroepelijk vonnis waarin op enig moment in het strafproces geregistreerde identiteitsgegevens significant zijn gewijzigd. Het is niet met zekerheid uit te sluiten dat in dit zoekgebied zaken zitten waarin sprake kan zijn van een onjuiste tenaamstelling. Ook hier geldt dat een individuele zaakbeoordeling nodig is om dat te kunnen bepalen. Omdat voor deze 4.529 zaken geen historie beschikbaar is, is vrijwel niet te achterhalen of in dit zoekgebied nog relevante zaken zijn terug te vinden. Nader onderzoek legt een aanzienlijk beslag op de schaarse capaciteit van de ketenpartners terwijl de slaagkans vrijwel nihil is.

Over de voortgang en uitkomsten van de gefaseerde vervolgaanpak zal ik uw Kamer in de volgende voortgangsrapportage informeren.

3.3 Ketenafspraken

De oplossing van onjuiste tenaamstellingen is een ketenopgave. De Matching Autoriteit van Justid heeft een centrale rol, maar de verdere afhandeling van zaken die zij niet zelfstandig administratief kan corrigeren, kan afhankelijk zijn van onder meer het Openbaar Ministerie, de Rechtspraak, het Centraal Justitieel Incassobureau, de Nationale Politie, de Koninklijke Marechaussee, de Dienst Justis en partners in de migratieketen.

Er is door Justid een operationeel ketenoverleg ingericht met vertegenwoordigers van de straf- en migratieketen. Daarin worden casussen besproken, risico’s in beeld gebracht en maatregelen afgestemd. Daarnaast is een Tenaamstellingsoverleg ingericht waarin de betrokken ketenpartners zijn vertegenwoordigd. Dit overleg richt zich op het maken van verdere afspraken over de afhandeling van onjuiste tenaamstellingen van de zaken onder gevalstypen 3 en 4, de versterking van het casusoverleg en de verdere voorbereiding van de aanvullende rechterlijke procedure. Daarmee wordt de operationele behandeling van individuele zaken verbonden met de benodigde structurele ketenafspraken. De ervaringen uit dit overleg kunnen eveneens worden benut om de toepassing van het toetsings- en handelingskader in de praktijk te verduidelijken en waar nodig te verfijnen.

3.4 Het belang van de burger

De Algemene Rekenkamer heeft terecht aandacht gevraagd voor het belang van de burger. Dit belang staat centraal bij de aanpak en de maatregelen die ik hiervoor uiteen heb gezet. Onschuldige burgers moeten zoveel mogelijk worden beschermd tegen de gevolgen van onjuiste strafregistraties. Daarbij is van belang dat burgers niet altijd zelf direct merken dat sprake kan zijn van een onjuiste tenaamstelling of een onjuiste registratie. Soms blijkt dat pas bij een controle, bij de tenuitvoerlegging van een straf of bij een aanvraag voor een Verklaring Omtrent het Gedrag. Als zich toch een situatie voordoet waarin een onschuldige burger negatieve gevolgen ervaart van identiteitsfraude of onjuiste registraties, moet zo snel mogelijk worden ingegrepen om die gevolgen te beperken of te herstellen.

Daarom wordt bij de toetsing en behandeling van zaken steeds gekeken of een onschuldige derde betrokken kan zijn geraakt en of onmiddellijke mitigerende maatregelen nodig zijn. In individuele gevallen waarin duidelijke aanwijzingen bestaan dat een onschuldige derde is betrokken, wordt contact gezocht met de betrokkene. Daarnaast wordt in het vervolg van de aanpak nadrukkelijker bezien hoe burgers beter kunnen worden geïnformeerd en ondersteund, en hoe voorkomen kan worden dat zij tussen instanties in de knel komen. Ook bij de verdere uitwerking van de aanvullende rechterlijke procedure wordt het burgerperspectief en de belangen van burgers nadrukkelijk meegewogen.

Ter uitvoering van de motie van het lid Faber4 en in overeenstemming met wat daarover is besproken tijdens het Wetgevingsoverleg van 23 juni 2026, start ik een verkenning naar de wenselijkheid en mogelijkheid om burgers op een verantwoorde en uitvoerbare manier te informeren bij wijzigingen met betrekking tot hun strafblad.

4. Onderzoek Auditdienst Rijk

In de brief van 19 december 2025 is uw Kamer geïnformeerd over het onderzoek van de Auditdienst Rijk (ADR) naar, kort gezegd, de oorzaken waardoor het vraagstuk van onjuiste tenaamstellingen in eerdere jaren onopgelost is gebleven. Daarbij is aangegeven dat de aanbevelingen van de ADR zijn overgenomen.5

Een deel van de aanbevelingen die volgens de ADR acuut opgepakt dienen te worden, is onderdeel van het hierboven omschreven plan van aanpak/verbeterplan, zoals het in kaart brengen van de volledige problematiek van de correcties en het opgestelde en gevalideerde toetsings- en handelingskader. In het kader van de zorg voor medewerkers, zijn de integriteitsprocedure en de positie van vertrouwenspersonen versterkt.

Ook op de andere terreinen is opvolging gegeven aan de aanbevelingen. Deze zien op het versterken van het ambtelijk vakmanschap binnen Justid en de beleidsverantwoordelijke afdeling bij het ministerie, de verdere professionalisering binnen Justid en de onderlinge samenwerking tussen het ministerie en Justid. Zo is binnen het leiderschapsprogramma voor leidinggevenden binnen Justid specifiek gevraagd de belangrijkste lering uit het ADR-rapport om te zetten in cultuurelementen voor de gewenste cultuur van Justid, in lijn met de missie en visie van de organisatie. Het gesprek daarover wordt doorlopend binnen de organisatie gevoerd. Belangrijk hierbij is dat signalen worden gemeld via de reguliere kanalen, dan kan een proces van hoor en wederhoor plaatsvinden om de aard te bepalen en de juiste maatregelen te treffen. De psychosociale veiligheid heeft in dit verband hoge prioriteit. Dit draagt bij aan bewustwording van het belang van goede arbeidsomstandigheden: het zo veilig, gezond en plezierig mogelijk kunnen werken. Binnen de betreffende beleidsafdeling van het ministerie is tevens een (cultuur)verandertraject ingezet, waar de door de ADR gedane aanbevelingen in worden meegenomen.

Al deze activiteiten zien voornamelijk op het veranderen van de cultuur en het gedrag in de organisaties, maar ook van de onderlinge samenwerking. Dat vergt tijd. Om te zorgen dat deze inspanningen recht blijven doen aan de door de ADR gedane aanbevelingen, wordt hier in het reguliere overleg tussen Justid en het ministerie nadrukkelijk bij stil gestaan en toegezien op de voortgang.

5. Vervolg

De aanpak van onjuiste tenaamstellingen heeft aantoonbaar voortgang geboekt, maar is nog niet afgerond. De juiste tenaamstelling van een vonnis in de strafrechtketen heeft de blijvende aandacht van alle betrokken ketenpartners en vergt een lange adem. In de komende periode ligt de nadruk op de volgende trajecten: verdere toetsing en behandeling van bekende en nieuw geïdentificeerde zaken, uitvoering van de gefaseerde vervolgaanpak om het beschikbare beeld van de omvang van het tenaamstellingsvraagstuk te verdiepen en eventuele nadelige gevolgen te mitigeren, structurele aanpassing van de werkwijze voor automatische wijzigingen, nadere ketenafspraken over toetsing, afhandeling en mitigatie, en verdere voorbereiding van een aanvullende rechterlijke procedure.

Ik informeer uw Kamer uiterlijk voor de zomer van 2027 over de voortgang op deze trajecten.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen

BIJLAGE 1 NADERE TOELICHTING VAN DE STAND VAN ZAKEN OVER DE TOETSING EN AFHANDELING VAN BEKENDE ZAKEN (PEILDATUM: 1 MEI 2026)

Deze bijlage bevat een nadere toelichting op de cijfers en stand van zaken die in paragraaf 2.2 van de tweede voortgangsrapportage op hoofdlijnen zijn weergegeven. De bijlage heeft betrekking op de oorspronkelijke lijst van 867 bekende zaken, de indeling in gevalstypen, de zaken die buiten de gevalstypen vallen, de nieuwe zaken die na de oorspronkelijke lijst zijn geïdentificeerd en de eerder gemelde zware zaken.

Van de 867 bekende zaken vallen 147 zaken onder gevalstypen 1 en 2 (17%). Deze zaken zijn inmiddels getoetst en afgehandeld. Dit betekent dat de registraties zijn aangepast in de Strafrechtketendatabank en het Justitieel Documentatiesysteem. Het werkproces voor deze gevalstypen is nu geïntegreerd in de reguliere werkwijze van de Matching Autoriteit.

Gevalstype 3 betreft 607 zaken, 70% van de oorspronkelijke lijst. In deze zaken is sprake van significante afwijkingen tussen geregistreerde identiteitsgegevens en de tenaamstelling in het vonnis, zonder signalen dat een derde daardoor nadeel heeft ondervonden. Op basis van beschikbare biometrische gegevens is in hoge mate aannemelijk dat het om dezelfde natuurlijke persoon gaat. De bekende zaken onder gevalstype 3 zijn gemarkeerd in de Strafrechtketendatabank en daarover is met ketenpartners gecommuniceerd. Ook in het Justitieel Documentatiesysteem, onder meer gebruikt voor de screening voor de afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag, is deze markering op de zaak aangebracht. Bij raadpleging van deze zaak is het voor de ketenpartners zichtbaar dat er een onderzoek naar de identiteit loopt, zodat zij binnen hun eigen taak, verantwoordelijkheid en rechtsstatelijke grenzen passende maatregelen kunnen nemen. De betrokken organisaties zijn doordrongen van de noodzaak om dit met urgentie te doen. Voor de tot 1 mei 2026 beoordeelde zaken, in totaal 273, is geconstateerd dat – ondanks meerdere bekende identiteiten – er geen aanwijzingen zijn dat de verkeerde natuurlijke persoon is gestraft. Binnen de Strafrechtketendatabank is de samenhang tussen deze identiteiten inzichtelijk en opvraagbaar gemaakt voor ketenpartners. De resterende zaken worden voor de zomer inhoudelijk behandeld.

Gevalstype 4 betreft 87 zaken, 10% van de oorspronkelijke lijst. In deze zaken is net als bij gevalstype 3 sprake van significante afwijkingen tussen geregistreerde identiteitsgegevens en de tenaamstelling in het vonnis, maar zijn er wel signalen dat een derde daardoor nadeel heeft ondervonden, bijvoorbeeld als gevolg van identiteitsfraude. Mede gelet op dat laatste zijn deze zaken als eerste in onderzoek genomen. In samenwerking met ketenpartners zijn door Justid mogelijk negatieve gevolgen voor derden in beeld gebracht en gemitigeerd. Ten opzichte van de in de vorige voortgangsrapportage genoemde zaken zijn geen nieuwe zaken naar voren gekomen waarbij een onschuldige derde op grond van een onjuiste tenaamstelling van een onherroepelijk vonnis onterecht in detentie heeft gezeten. In alle 87 getoetste zaken zijn er geen aanwijzingen dat de verkeerde natuurlijke persoon de opgelegde straf heeft ondergaan. In 8 zaken stond een signalering op een verkeerde naam en in 1 zaak een inreisverbod. De signaleringen en het inreisverbod zijn opgeschort in afwachting van verdere beoordeling en, waar nodig, rechterlijk herstel.

Voor de hiervoor genoemde zaken onder gevalstype 4 zijn markeringen aangebracht in de Strafrechtketendatabank en is met ketenpartners gecommuniceerd dat sprake is van mogelijke tenaamstellingsproblematiek. Daardoor is bij raadpleging van de gegevens zichtbaar dat de desbetreffende gegevens niet zonder meer mogen doorwerken in de ketenprocessen. Ketenpartners kunnen dan vanuit hun eigen wettelijke taken en verantwoordelijkheden passende maatregelen nemen, bijvoorbeeld bij signaleringen, tenuitvoerlegging of screening. Daarmee wordt niet vooruitgelopen op rechterlijk herstel, maar wordt wel voorkomen dat mogelijk onjuiste gegevens zonder waarschuwing blijven doorwerken in de keten.

Tot slot kon van 26 zaken worden vastgesteld dat het vonnis niet onherroepelijk was of dat sprake was van een dubbele registratie.

Buiten het totaal van de oorspronkelijke 867 bekende zaken zijn vanaf begin 2025 tot 1 mei 2026 in totaal 99 nieuwe zaken geïdentificeerd met een mogelijke onjuiste tenaamstelling in een onherroepelijk vonnis. Daarin begrepen zijn ook de 33 nieuwe zaken die mijn voorganger heeft gemeld in de vorige voortgangsrapportage. De nieuwe zaken worden parallel aan de reeds bekende zaken behandeld aan de hand van het toetsings- en handelingskader. Zaken waarin mogelijk een onschuldige derde is betrokken, hebben vanzelfsprekend prioriteit.

In haar verantwoordingsonderzoek 2025 ging de Algemene Rekenkamer specifiek in op de stand van 19 zware zaken. In de voortgangsrapportage van 10 november 2025 is uw Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van een initiële analyse van de oorspronkelijke lijst van 867 zaken. Daarbij zijn 19 zware zaken benoemd. Daarover kan ik nu een nadere precisering geven. In 17 zaken zijn er geen aanwijzingen dat de straf aan de verkeerde natuurlijke persoon ten uitvoer is gelegd. In alle gevallen waarin de straf ten uitvoer is gelegd, bestaan geen indicaties dat onschuldige personen zijn vastgezet. In 1 zaak gaat het om gegevens uit 1995 die niet meer beschikbaar zijn omdat deze uit de registers zijn verwijderd. In de resterende zaak is nog geen tenuitvoerlegging gestart; er is geen sprake van een onherroepelijk strafvonnis.

Een overzicht van alle genoemde aantallen en een korte duiding daarvan zijn te vinden in de hieronder opgenomen tabel (peildatum: 1 mei 2026).

Aantallen

Duiding

Totaal aantal reeds bekende zaken

867

Oorspronkelijke lijst bekende zaken t/m 2024.

99

Nieuwe zaken buiten de 867 reeds bekende zaken, geïdentificeerd vanaf 2025 tot 1 mei 2026. Worden beoordeeld aan de hand van het toetsings- en handelingskader.

966

Totaal aantal zaken tot 1 mei 2026 (867 + 99).

Uitsplitsing van de 867 reeds bekende zaken

147

Zaken onder gevalstypen 1 en 2. Betreft zaken waarin sprake is van een schrijf- of invoerfout respectievelijk een officiële naamswijziging. Alle zaken zijn getoetst en afgehandeld via aanpassingen in de registers.

607

Zaken onder gevalstype 3. In deze zaken is sprake van significante afwijkingen tussen geregistreerde identiteitsgegevens en de tenaamstelling in het vonnis, zonder signalen dat een derde daardoor nadeel heeft ondervonden.

87

Zaken onder gevalstype 4. Deze zijn met prioriteit beoordeeld. Er zijn geen aanwijzingen dat de verkeerde natuurlijke persoon de opgelegde straf heeft ondergaan.

26

Zaken waarin is vastgesteld dat het vonnis niet onherroepelijk was of dat sprake was van een dubbele registratie.

Nadere precisering van de 867 bekende zaken

273

Zaken onder gevalstype 3 die reeds zijn beoordeeld en waarin geen aanwijzingen zijn dat de verkeerde natuurlijke persoon is gestraft.

8 + 1

Precisering van de 87 zaken onder gevalstype 4. In 8 gevallen een signalering op een verkeerde naam, in 1 geval een inreisverbod.

19

Zware zaken uit eerdere analyse. In 17 zaken geen aanwijzingen verkeerde persoon; in 1 zaak zijn gegevens niet beschikbaar; in 1 zaak geen onherroepelijk vonnis.

Haalbaarheidsonderzoek naar de omvang

2011–2025

Onderzoeksperiode zoekgebied.

4.529

Totaal zoekgebied na bestandsvergelijking met de BRP, RNI en BVV. Betreft zaken met een onherroepelijk vonnis waarin op enig moment in het strafproces geregistreerde identiteitsgegevens significant zijn gewijzigd.

1.319

Zoekgebied na bestandsvergelijking met de BVID. Betreft zaken waarin een onherroepelijk vonnis is gevonden en geregistreerde identiteitsgegevens ooit zijn gewijzigd.

292

Deel van de 1.319 zaken die al deel uitmaken van de 867 reeds bekende zaken. NB: dit betreffen geen nieuwe zaken.

1.027

Deel van de 1.319 zaken die niet al deel uitmaken van de 867 reeds bekende zaken. Hier zal het verdiepende onderzoek zich op richten.

BIJLAGE 2 NADERE TOELICHTING OVER DE OMZETTING VAN NAMEN UIT HET ARABISCH OF ANDERE NIET-LATIJNSE SCHRIFTEN NAAR HET LATIJNSE SCHRIFT, EN DE WERKWIJZE IN DE STRAFRECHTKETEN OM DIT IN GOEDE BANEN TE LEIDEN

Tijdens het Wetgevingsoverleg van 23 juni 2026 is gevraagd of de bekende zaken verband houden met de omzetting van namen uit het Arabisch of andere niet-Latijnse schriften naar het Latijnse schrift, en of er in de strafrechtketen een tool bestaat om dit in goede banen te leiden.

Afwijkingen in identiteitsgegevens kunnen diverse oorzaken hebben. Ook verschillen in schrijfwijzen kunnen daarin een rol spelen. Er is echter niet vast te stellen dat verschillen in schrijfwijze of omzetting de oorzaak zijn geweest van onjuiste tenaamstelling. Dat komt omdat de oorzaak van een afwijkende tenaamstelling niet steeds op dat detailniveau is geregistreerd. Voor de afhandeling van de 867 bekende zaken verwijs ik u naar de relevante passages in de brief waar deze bijlage bij hoort.

Bij de vastlegging van identiteitsgegevens in identiteitsdocumenten gelden internationale standaarden. Deze schrijven voor dat op identiteitsdocumenten zowel het Latijnse als het niet-Latijnse schrift wordt weergegeven. De geautomatiseerde systemen binnen de Nederlandse overheid zijn ingericht op registratie in het Latijnse schrift. Met behulp van een internationaal gestandaardiseerde strook onderaan het identiteitsdocument worden de identiteitsgegevens uitgelezen en geregistreerd in onder meer de Basisregistratie Personen, de Basisvoorziening Vreemdelingen en de Basisvoorziening Identiteitsvaststelling. Indien geen identiteitsdocument beschikbaar is, worden de identiteitsgegevens handmatig ingevoerd.

De Matching Autoriteit ontvangt deze registraties in de Strafrechtketendatabank en beoordeelt afwijkingen ten opzichte van reeds bekende identiteitsgegevens. Daarbij wordt gekeken naar mogelijke invoer- of schrijffouten, verschillen in schrijfwijzen (transliteratie), naamswijzigingen of het gebruik van aliassen.

In de strafrechtketen wordt vervolgens niet uitsluitend naar de schrijfwijze van een naam gekeken, maar ook naar andere identificerende gegevens. Als bij de toetsing blijkt dat een verschil in schrijfwijze of omzetting heeft geleid tot een afwijking in de tenaamstelling, wordt dit binnen het toetsings- en handelingskader behandeld. Als buiten twijfel staat dat het gaat om een administratieve onjuistheid zonder twijfel over de persoon, kan dit administratief worden gecorrigeerd. Op deze wijze zijn de systemen en werkprocessen erop gericht om onzekerheid over identiteiten zo veel mogelijk te beperken en te voorkomen dat verschillende schrijfwijzen en aliassen leiden tot onjuiste of dubbele registraties.


X Noot
1

Kamerstukken II 2025/26, 29 279, nr. 1001.

X Noot
2

Kamerstukken II 2025/26, 36 945 VI, nr. 2.

X Noot
4

Kamerstukken II 2025/26, 36945-VI-13.

X Noot
5

Kamerstukken II 2025/26, 29 279, nr. 1007.

Naar boven