Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201029279 nr. 105

29 279
Rechtsstaat en Rechtsorde

nr. 105
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 maart 2010

Hierbij bied ik u, conform het bepaalde in artikel 102 in de Wet op de Rechterlijke Organisatie, het jaarplan Rechtspraak 2010 aan1.

In bijgevoegd jaarplan wordt uitgegaan van de budgettaire kaders en de productie-afspraken zoals deze voor de Rechtspraak zijn opgenomen in de Justitiebegroting 2010.

De Rechtspraak geeft in het jaarplan de prioriteiten aan voor dit jaar: een nadere invulling van de Agenda voor de Rechtspraak 2008–2011 en de modernisering van de organisatie van de Rechtspraak. Dat laatste betreft de herziening van de gerechtelijke kaart waarover ik met uw Vaste Commissie voor Justitie sprak tijdens een algemeen overleg respectievelijk op 14 januari (eerste termijn) (TK 29 279, nr. 102) en 10 februari (tweede termijn) 2010.

De Agenda voor de Rechtspraak 2008–2011 richt zich op vier thema’s: deskundige rechtspraak, betrouwbare rechtspraak, effectieve rechtspraak en rechtspraak in de samenleving. Het jaarplan Rechtspraak 2010 benoemt de activiteiten en resultaten in 2010 ten aanzien van deze thema’s. Voor het bereiken van de doelstellingen van de Agenda voor de Rechtspraak 2008–2011 is de gehele planperiode tot en met 2011 beschikbaar.

Ik wil twee onderwerpen uit het jaarplan speciaal belichten: de concretisering van de kwaliteitsnormen die de Rechtspraak heeft ontwikkeld met het doel deze in 2010 te bereiken en de specialisatie van rechtspraak.

Kwaliteitsnormen

In de aanbiedingsbrief van het jaarplan Rechtspraak 2009 heb ik opgemerkt dat ten aanzien van de invoering van de zes kwaliteitsnormen nadere concretisering wenselijk is. Ik ben dan ook verheugd dat in het jaarplan van dit jaar een nadere concretisering van de normen is opgenomen. Dit is een belangrijke bijdrage aan de realisering van de doelstelling kwaliteit. Tegelijkertijd constateer ik dat als gevolg van de economische crisis in kwantitatieve zin een groter beroep op de rechtspraak wordt gedaan. Gegeven het feit dat geen financiële middelen beschikbaar zijn voor aanvullende investeringen leidt dit tot toenemende spanning tussen het behalen van de doelstellingen op het gebied van de kwaliteitsverbetering en de beheersing van de werkvoorraden. Dit zal in 2010, en wellicht ook de jaren daarna, de nodige aandacht krijgen.

Bij de behandeling van de Justitiebegroting in de Tweede Kamer is door de leden Azough, Teeven, Gerkens en Heerts op 5 november 2009 een motie ingediend (TK 32 123 VI, nr. 54) die de regering vraagt te komen tot een verdere professionalisering van een consistent communicatiebeleid, uitgaande van de veronderstelling dat de doelstellingen met betrekking tot Promis in 2010 niet worden behaald. In reactie daarop heb ik aangegeven deze motie als een steun in de rug te zien voor het beleid dat mede door de leiding van het Openbaar Ministerie en de Raad voor de rechtspraak wordt uitgevoerd. De inzet van de Raad voor de rechtspraak met betrekking tot de kwaliteitsnormen is hiervan een bevestiging. Daarenboven zullen vrijwel alle gerechten in 2010 initiatieven ontplooien om de betrokkenheid van burgers bij de rechtspraak en van rechters bij de samenleving te versterken. Het jaarplan beschrijft verschillende wijzen waarop de Rechtspraak de dialoog en interactie met de burger zal zoeken. Promis is daar een onderdeel van.

Specialisatie van rechtspraak

Het jaarplan geeft aan dat gerechten in 2010 bij voldoende omvang zullen voorzien in de vereiste deskundigheid door in de eerste plaats binnen het gerecht zaken toe te delen aan kamers. Daarnaast vindt specialisatie ook plaats op bovengerechtelijk, meestal landelijk, niveau. In gevallen waarin dergelijke concentratie geen uitkomst biedt, maar waar wel specifieke deskundigheid nodig is, heeft de Rechtspraak zogenaamde kenniscentra ontwikkeld c.q. zal deze ontwikkelen, voorzover financieel mogelijk. Alhoewel ik deze manier van specialisatie van rechtspraak in beginsel onderschrijf, acht ik een dergelijke manier van specialisatie ontoereikend om adequaat te kunnen reageren op de maatschappelijke problemen die momenteel spelen op de terreinen van milieuhandhaving, mensenhandel en cybercrime. Het is gewenst dat gerechten op deze terreinen specialismen organiseren. Ik zal hierover in 2010 verder het overleg met de Raad voor de rechtspraak voeren.

De minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.