nr. 107
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 december 2009
1. Inleiding
Op grond van artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidszorg (WMG)
informeer ik u hierbij over de zakelijke inhoud van mijn voornemen tot het
geven van een aanwijzing aan de Nederlandse Zorgautoriteit, verder te noemen
de zorgautoriteit, inzake maatregelen medisch specialistische zorg 2010.
2. Kostenontwikkeling medisch specialistische zorg
zoals bekend tot juli 2009
8 juni jongstleden heb ik u middels een zogenaamde voorhangbrief,
geïnformeerd over de kostenontwikkeling medisch specialistische zorg,
in het bijzonder de honoraria van vrijgevestigde medisch specialisten. Er
bleek sprake te zijn van een aanzienlijke overschrijding van het budgettair
kader vrijgevestigde medisch specialisten. In de bovenbedoelde brief heb ik
tevens aangegeven dat de overschrijding moet worden geredresseerd. Voor wat
betreft de context van de overschrijding en de redenen om deze overschrijding
te redresseren verwijs ik kortheidshalve naar mijn brief van 8 juni (Kamerstuk
29 248, nr. 83), het verslag van een schriftelijk overleg de datum
(Kamerstuk 29 248, nr. 94) en het Algemeen Overleg over budgettaire
maatregelen van 1 juli 2009 (kamerstuk 29 248, nr. 174).
Eind juni is de hoogte van de overschrijding op basis van de op dat moment
meest recente gegevens van het College voor zorgverzekeringen (CVZ) uiteindelijk
vastgesteld op € 375 miljoen.
Ten einde zorgvuldig gepaste maatregelen te kunnen treffen, heb ik op
6 juli aan de zorgautoriteit een aanwijzing gegeven met de opdracht de
honorariumtarieven voor de medisch specialisten ter hoogte van dit bedrag
neerwaarts bij te stellen (Staatscourant 2009, nr. 13 394). De zorgautoriteit
heeft op 9 november jongtsleden de DBC-tarieven 2010 voor de ziekenhuiszorg
vastgesteld. Hierin is ook de korting van € 375 miljoen op het honorarium van de vrijgevestigde medisch specialisten verrekend
door de toeslag van de ondersteunende medisch specialisten te verlagen. Zij
werden met de toeslag gecompenseerd voor een terugval aan inkomsten bij de
introductie van het DBC-systeem. Omdat de registratie sinds de invoering van
de DBC-systematiek is verbeterd viel de toeslag voor de ondersteuners onevenredig
hoog uit. Voor 2010 is dit gecorrigeerd.
De correctie van de ondersteunerscompensatie levert een besparing van
circa € 150 miljoen op. Om het restant van de korting (€ 225
miljoen) te realiseren, heeft de zorgautoriteit de honorariumtarieven van
de vrijgevestigde medisch specialisten verlaagd met een generieke korting.
Overeenkomstig de opdracht in de gegeven aanwijzing heeft de zorgautoriteit
onderzocht of per specialisme de normtijden die aan de berekening van het
DBC-tarief ten grondslag liggen, konden worden herijkt. Het onderzoek dat
de zorgautoriteit daarnaar heeft laten doen, leverde echter onvoldoende solide
gegevens op. Daarom heeft de zorgautoriteit besloten de huidige normtijden
te handhaven en een generieke korting toe te passen.
3. Gegevens kostenontwikkeling medisch specialistische
zorg na juli 2009
Zoals hierboven gemeld is de overschrijding eind juni vastgesteld op € 375
miljoen op basis van toen beschikbare informatie. Inmiddels heb ik nieuwe
gegevens ontvangen over de kostenontwikkeling van vrijgevestigde medisch specialisten.
Uit de meest recente cijfers van het CVZ (oktober) blijkt een overschrijding
van de voor vrijgevestigde medisch specialisten beschikbare middelen over
2008 met € 512 miljoen.
De gegevens van het CVZ zijn schadelastgegevens van verzekeraars. Dat
wil zeggen: gegevens van daadwerkelijk gedeclareerde DBC’s. Het CVZ
levert als onafhankelijk fondsbeheerder ook de gegevens aan voor de afrekening
van andere niet-gebudgetteerde sectoren.
Deze overschrijding is volgens dezelfde methodiek vastgesteld als de eerder
genoemde € 375 miljoen.
Tezamen met de redenen die de aanleiding waren om de eerder vastgestelde
overschrijding van € 375 miljoen te redresseren is de aangenomen
motie van de leden Sap/Van der Veen (kamerstuk 32 123 XVI, nr. 63),
ingediend bij de vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van
VWS voor het jaar 2010, over het terughalen van de overschrijding bij medisch
specialisten aanleiding om de thans opnieuw vastgestelde hogere overschrijding
te corrigeren.
De redenen om de eerder vastgestelde overschrijding van € 375
miljoen te redresseren waren:
• de algemeen financieel-economische situatie en de hoogte van de
collectieve uitgaven nopen tot een beheerste kostenontwikkeling in de gezondheidszorg
en een meer doelmatig gebruik van de beschikbare middelen;
• de regels voor de budgetdiscipline vereisen handhaving van het
budgettair kader zorg (BKZ). Het BKZ impliceert dat niet alleen de volume-ontwikkelingen
onder de budgetdiscipline vallen maar ook nominale ontwikkelingen;
• volgens de regels van de budgetdiscipline dienen overschrijdingen
zo veel mogelijk te worden geredresseerd waar de overschrijdingen zich voordoen.
In onderhavig geval bij vrijgevestigde medisch specialisten.
In de Motie Sap/Van der Veen (32 123-XVI, nr. 63) wordt de regering
verzocht om alle mogelijke middelen in te zetten om de overschrijding bij
de medisch specialisten terug te halen.
Vóór 2010 verwacht ik voor wat betreft de omvang van de
overschrijding in 2008 geen nieuwe cijfers meer van het CVZ. Mochten er in
2010 nog nieuwe cijfers komen op basis waarvan de overschrijding
bij de vrijgevestigde medisch specialisten in dat jaar aanpassing behoeft
dan ik ben niet voornemens om hiervoor voor 2010 nog additionele maatregelen
aan te kondigen.
4. Voorgenomen maatregelen
Gezien het bovenstaand ben ik voornemens per 1 januari 2010 een structurele
taakstelling van € 512 miljoen (prijspeil 2008) op te leggen aan
vrijgevestigde medisch specialisten, voor zover die taakstelling niet al door
de eerderbedoelde aanwijzing van 6 juli 2009 wordt gerealiseerd. Ik zal
daartoe aan de zorgautoriteit een aanwijzing geven passende maatregelen te
treffen. Die passende maatregelen van de zorgautoriteit moeten zodanig zijn
dat de opgelegde taakstelling in zijn geheel in 2010 wordt gerealiseerd, ook
indien de daarvoor noodzakelijke tariefaanpassing niet op 1 januari 2010
kan ingaan.
5. Tot slot
De aanwijzing wordt gebaseerd op artikel 7 van de WMG. Overeenkomstig
artikel 8 van die wet zal tot het geven van de aanwijzing niet eerder worden
overgegaan dan nadat dertig dagen zijn verstreken na verzending van deze brief.
Ik verwacht u hierbij voldoende te hebben geïnformeerd.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink