nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP
Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet tot wijziging
van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband
met aanpassing van de regelgeving inzake de vestigingsplaats van een opleiding.
De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden
waarop het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.
's-Gravenhage
11 oktober 2003
Beatrix
nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat Onze Minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Landbouw, Natuur
en Voedselkwaliteit over een instrumentarium beschikken inzake de vestigingsplaats
van opleidingen, onder meer zodanig dat zonder goedkeuring van Onze voornoemde
Ministers het opleidingenaanbod geen wijziging kan ondergaan;
dat daartoe de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
dient te worden gewijzigd;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt als
volgt gewijzigd:
A
Artikel 6.2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In dat lid wordt na «nieuwe opleiding» ingevoegd: ter instemming.
2. Aan dat lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Het instellingsbestuur
verstrekt daarbij het gegeven, in welke gemeente de opleiding wordt gevestigd.
B
Artikel 6.13, vierde lid, onderdeel l, komt te luiden:
l. de gemeente of de gemeenten waar de opleiding is gevestigd;.
C
In artikel 6.15 wordt onder vernummering van het tweede tot derde lid
na het eerste lid een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
2. De Informatie Beheer Groep wijzigt de registratie van het gegeven,
bedoeld in artikel 6.13, vierde lid, onder l, overeenkomstig het besluit,
bedoeld in artikel 7.17a.
D
In artikel 7.1, eerste lid, vervalt «met uitzondering van artikel
7.17».
E
Paragraaf 2 van titel 1 van hoofdstuk 7 komt te luiden:
Paragraaf 2. Vestigingsplaats opleiding
Artikel 7.17. Vestigingsplaats opleiding
1. Onverminderd het tweede lid wordt een opleiding verzorgd in de gemeente
waar die opleiding blijkens het Centraal register opleidingen hoger onderwijs,
bedoeld in artikel 6.13, is gevestigd.
2. Het instellingsbestuur kan besluiten een opleiding of een gedeelte
daarvan in een of meer andere gemeenten te vestigen. Hij legt het voornemen
daartoe ter instemming voor aan Onze minister.
3. Onze minister wordt geacht met het voornemen, bedoeld in het tweede
lid, in te stemmen, indien hij niet binnen vier maanden na ontvangst daarvan
heeft verklaard dat aan het voornemen geen uitvoering kan worden gegeven in
verband met een ondoelmatige spreiding van voorzieningen in het hoger onderwijs
die als gevolg daarvan zou ontstaan.
4. Voorafgaand aan het nemen van een besluit als bedoeld in het tweede
lid overlegt het instellingsbestuur met de daarvoor in aanmerking komende
instellingen.
Artikel 7.17a. Opheffing vestigingsplaats opleiding
1. Onze minister kan besluiten dat een opleiding die in twee of meer gemeenten
is gevestigd, niet langer in een bij zijn besluit genoemde gemeente
is gevestigd, indien de verzorging van de opleiding in die gemeente, gelet
op het geheel van de voorzieningen op het gebied van het hoger onderwijs,
in redelijkheid niet of niet meer doelmatig kan worden geacht.
2. Bij zijn besluit bepaalt Onze minister tevens het tijdstip met ingang
waarvan de opleiding niet langer in de in het eerste lid bedoelde gemeente
is gevestigd.
F
In artikel 16.11, vijfde, zesde en zevende lid, wordt na «artikel
7.17» telkens ingevoegd:, zoals dat artikel luidde op de dag voor de
datum van inwerkingtreding van de wet van ... 2003 (Stb. ...),.
G
Artikel 16.12 vervalt.
H
Na hoofdstuk 17e wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 17F. OVERGANGSRECHT WET VAN .... 2003 (STB.
...)
Artikel 17 f.1. Overgangsrecht vestigingsplaats opleiding
1. De gemeente waar een in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs,
bedoeld in artikel 6.13, opgenomen opleiding op de dag voor de datum van inwerkingtreding
van de wet van ... 2003 (Stb. ...) blijkens dat register wordt verzorgd, is
de gemeente waar die opleiding op de datum van inwerkingtreding van die wet
is gevestigd.
2. Indien ten aanzien van een opleiding toepassing is gegeven aan artikel
7.17, tweede lid, zoals die bepaling luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding
van de wet van ... 2003 (Stb. ...), is de desbetreffende gemeente eveneens
een gemeente waar die opleiding is gevestigd, voorzover die gemeente op die
dag in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs is vermeld.
I
De inhoudsopgave wordt als volgt gewijzigd:
1. Het opschrift van paragraaf 2 van titel 1 van hoofdstuk 7 komt
te luiden:
Paragraaf 2. Vestigingsplaats opleiding.
2. Het opschrift van artikel 7.17 komt te luiden:
Artikel 7.17. Vestigingsplaats opleiding Artikel 7.17a. Opheffing vestigingsplaats
opleiding.
3. Na het opschrift van artikel 17e.3 wordt ingevoegd:
Hoofdstuk 17f. Overgangsrecht wet van ... 2003 (Stb. ...)
Artikel 17f.1. Overgangsrecht vestigingsplaats opleiding.
ARTIKEL II
Indien het bij koninklijke boodschap van 28 mei 2003 ingediende voorstel
voor de Aanpassingswet invoering bachelor-masterstructuur (Kamerstukken II
2002–2003, 28 925, nr. 2) tot wet is verheven en in werking is
getreden, wordt artikel I, onderdeel H, van deze wet als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt de passage, beginnend met «Na hoofdstuk»
en eindigend met «2003 (Stb. ...), vervangen door:
Na artikel 18.49 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
TITEL 7. WET VAN ... (STB. ...).
2. In het opschrift van het artikel wordt «17f.1» vervangen
door: 18.50.
ARTIKEL III
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip
dat voor de onderscheiden artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,