Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2003-200429241 nr. 7

29 241
Voorgenomen huwelijk Z.K.H. prins Johan Friso

nr. 7
BRIEF VAN DE MINISTER-PRESIDENT, MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 november 2003

In mijn brief van 10 oktober jl., kenmerk 03M460514, deelde ik u mee dat door AIVD en DKDB vervolgonderzoek werd verricht met betrekking tot mevrouw M.M. Wisse Smit in het licht van het feit dat zij door haar huwelijk met Z.K.H. Prins Johan Friso zal gaan behoren tot de Koninklijke familie. Het betrof een onderzoek als bedoeld in art. 6, tweede lid, onder a, van de WIV 2002 dat zich, na afstemming tussen mij en de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie, richtte op de vraag of het gegeven dat mevrouw Wisse Smit als lid van de familie gaat behoren tot de kring van personen in de naaste omgeving van het staatshoofd, gevolgen heeft voor de veiligheid en integriteit van het staatshoofd.

Dit onderzoek is thans afgerond en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft mij doen weten dat hij op basis van het rapport van bevindingen van de AIVD de conclusie van de AIVD deelt dat de toekomstige geregelde omgang van mevrouw Wisse Smit in de persoonlijke kring rond het staatshoofd geen gevolgen zal hebben voor de veiligheid en integriteit van het staatshoofd. DKDB deelt het standpunt van de AIVD.

Ik onderschrijf dit oordeel van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het verzoek van de Commissie voor de Inlichtingen- en veiligheidsdiensten deze nader te informeren zal worden ingewilligd.

Deze eindconclusie heb ik in een gesprek aan Z.K.H. Prins Johan Friso en mevrouw Wisse Smit meegedeeld. Ook tegenover hen heb ik verwoord respect te hebben voor de wijze waarop zij terzake hebben gereageerd, zoals ik dit ook op 23 oktober jl. aan het begin van het debat met Uw Kamer heb gezegd. Ik heb daarbij de hoop uitgesproken dat na deze voor hen moeilijke tijd een periode kan aanbreken, waarin zij hun huwelijk kunnen voorbereiden en daarna een gezamenlijke invulling kunnen geven aan hun leven, waarin hun persoonlijke levenssfeer gerespecteerd zal worden.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

J. P. Balkenende