29 240 Veiligheid op school

Nr. 75 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 december 2016

Sinds 1 augustus 2015 zijn scholen in het funderend onderwijs wettelijk verplicht om werk te maken van sociale veiligheid op school. De bijgevoegde monitor Sociale Veiligheid in en rond scholen in het primair en voortgezet onderwijs over 20161 is daarom interessant omdat dit de eerste meting is sinds de invoering van de Wet veiligheid op school. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap onderzoekt sinds 2006 iedere twee jaar de veiligheid op scholen.

De PO-Raad, de VO-raad en Stichting School en Veiligheid zijn gezamenlijk met alle betrokken partijen op scholen, mede op basis van de wettelijke verplichting, aan de slag gegaan om sociale veiligheid op school verder te verbeteren. Zij hebben daarbij uitvoering gegeven aan uiteenlopende activiteiten van het Actieplan sociale veiligheid op school.

Uit de monitor blijkt dat de eerste resultaten van deze inzet op schoolveiligheid voorzichtig merkbaar zijn, maar dat er altijd werk aan de winkel is en blijft. Er is volgens de onderzoekers over de jaren heen een toenemende aandacht voor veiligheid op scholen. Het veiligheidsgevoel van leerlingen en personeel is volgens de onderzoekers stabiel hoog. Van de leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs voelt respectievelijk 97 procent en 95 procent zich veilig. Van het personeel in het primair en voortgezet onderwijs voelt respectievelijk 96 procent en 88 procent zich veilig.

Ook blijkt, zoals ik u reeds eerder meldde, dat in 2016 minder leerlingen aangaven te zijn gepest dan in 2014.2 Twee jaar geleden gaf 14 procent van de kinderen in het primair onderwijs aan gepest te worden. Dit percentage is gedaald naar 10 procent. Ook in het voortgezet onderwijs worden minder kinderen gepest. Twee jaar geleden ging het om 11 procent van de leerlingen. Dat is nu 8 procent. Als de volgende monitoren deze voortgang bevestigen dan is er sprake van een positieve trend.

Ik constateer verder dat de positie van LHBT-leerlingen en LHBT-personeel zorgelijk blijft. Het percentage LHBT-leerlingen en LHBT-personeel dat zich veilig voelt op school is weliswaar gestegen, maar net als in voorgaande jaren blijkt dat deze groep zich minder veilig voelt en meer met pesten en geweldsincidenten te maken heeft dan andere groepen. Inzet om de veiligheid van LHBT-leerlingen en LHBT-personeel te vergroten blijft dan ook hard nodig. In de brief van 2 september 2016 aan uw Kamer, met de reactie op het inspectierapport over de kerndoelen seksualiteit en seksuele diversiteit, geven de Minister en ik aan welke maatregelen we nemen om de veiligheid en sociale acceptatie van deze groep op school te vergroten.3

Een ander aandachtspunt is het veiligheidsgevoel van personeel op scholen in het voortgezet onderwijs. In 2016 is er een stabilisering van de situatie van 2014. In 2014 was echter sprake van een daling ten opzichte van de jaren daarvoor. De veiligheid van personeel gaat mij zeer aan het hart. Docenten en ander personeel moeten zich veilig voelen op hun werkplek. Ik heb de onderzoekers gevraagd de onderzoeksgegevens verder te analyseren en meer inzicht te geven in de factoren in het voortgezet onderwijs die samenhangen met ervaren veiligheid/onveiligheid van personeel. Werkgevers- en werknemersorganisaties moeten zich blijven inzetten om het veiligheidsgevoel van het personeel op scholen in het voortgezet onderwijs te borgen. Sociale partners, verenigd in VOION, hebben de veiligheid van personeel al opgepakt in de programmalijn »Veilig, gezond en vitaal werken».4Mogelijk biedt de nadere analyse van de onderzoekers aanknopingspunten voor de verdere gezamenlijke inzet van sociale partners op deze programmalijn. Stichting School en Veiligheid kan daarbij met hun ondersteuning bij de aanpak van veiligheid van personeel een waardevolle rol spelen.

Voorts heb ik toegezegd om u te informeren of er sprake is van toe- of afname van seksueel geweld op scholen over de jaren heen.5 De onderzoekers constateren dat scholen in het voortgezet onderwijs meer incidenten melden met seksuele uitbuiting. Gevraagd naar ervaringen met seksueel geweld geeft 6 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs aan hiervan slachtoffer te zijn. Dat blijkt een stabiel beeld te zijn over de jaren. Er is geen duidelijke trend zichtbaar. Ik vind dit een onaanvaardbaar hoog percentage. Uit het hierboven genoemde inspectieonderzoek dat op 2 september door de Minister en mij naar uw Kamer is gestuurd, bleek dat een overgrote meerderheid van scholen in de uitwerking van de kerndoelen, die toezien op het respectvol omgaan met seksualiteit en seksuele diversiteit, gelukkig veel aandacht besteden aan het vergroten van de seksuele weerbaarheid van leerlingen.

Uit de monitor blijkt dat scholen in staat zijn de problemen van deze tijd het hoofd te bieden. Scholen maken melding van verschillende incidenten, zoals het verspreiden van seksuele afbeeldingen, radicalisme en wapenbezit. Deze uitdagingen gaan scholen aan en zij slagen er daarbij in om de veiligheidsbeleving op school stabiel te houden en in sommige gevallen zelfs te verbeteren.

Ieder kind of personeelslid dat met geweld op school te maken heeft of zich niet veilig voelt op school is er een te veel. Ik constateer dan ook dat deze monitor duidelijk maakt dat het onderwerp veiligheid nog steeds blijvende aandacht verdient van iedereen.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstuk 29 240, nr. 74, 19 september 2016

X Noot
3

Kamerstuk 27 017, nr. 102, 2 september 2016

X Noot
4

VOION is het Arbeidsmarkt & Opleidingsfonds voor het voortgezet onderwijs. VOION werkt voor en samen met werkgevers en werknemers in het voortgezet onderwijs en wordt bestuurd door de sociale partners in het voortgezet onderwijs.

X Noot
5

Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2015/16, nr. 2660, 26 mei 2016

Naar boven