Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201729237 nr. 172

29 237 Afrika-beleid

Nr. 172 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 mei 2017

Op 22 maart jl. heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken een algemeen ambtsbericht uitgebracht over Burundi. Dit rapport is een actualisering van eerdere ambtsberichten over de situatie in Burundi, waarvan het laatste is verschenen op 6 maart 2009. Het algemeen ambtsbericht beslaat de periode van april 2015 tot eind 2016.

In afwachting van het verschijnen van dit ambtsbericht is in juli 2016 voor Burundi een besluit- en vertrekmoratorium ingesteld. Op 1 juli aanstaande loopt het besluit -en vertrekmoratorium af. Met deze brief informeer ik u over het beleidskader waarbinnen asielaanvragen van Burundese asielzoekers vanaf die datum worden beoordeeld.

Op basis van het ambtsbericht wijs ik journalisten, oppositieleden en personen actief in het maatschappelijk middenveld aan als risicogroepen. Bij die laatste groep gaat het bijvoorbeeld om vertegenwoordigers van non gouvernementele organisaties (NGO’s) of andere organisaties die worden gezien als tegenstanders van de regering.

Aanwijzing als risicogroep betekent dat wanneer een asielzoeker aannemelijk maakt dat hij problemen heeft ondervonden als gevolg van zijn werk als journalist of oppositielid of vanwege zijn activiteiten in het maatschappelijk middenveld (bijvoorbeeld voor een NGO), snel zal worden geconcludeerd dat deze problemen voldoende zwaarwegend zijn om een asielvergunning toe te kennen. Uitgangspunt blijft dat de asielaanvraag individueel wordt beoordeeld. De gestelde vrees voor vervolging moet met individuele feiten en omstandigheden aannemelijk gemaakt worden.

Verder geldt dat de IND aanneemt dat voor de benoemde risicogroepen en voor vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor (seksuele) geweldpleging het niet mogelijk is de bescherming van de Burundese autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.

Ook neemt de IND aan dat er geen vlucht- en vestigingsalternatief is voor benoemde risicogroepen en voor vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor (seksuele) geweldpleging.

Ten aanzien van de adequate opvang van alleenstaande minderjarige Burundezen geldt dat de algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn en de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang. Dat betekent dat een andere vorm van adequate opvang aanwezig moet zijn, zoals bijvoorbeeld opvang bij familie, voordat een alleenstaande minderjarige terug kan keren naar Burundi.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff