nr. 561
VERSLAG OVER HET ADRES2 VAN S. SALOMON
TE KERKRADE BETREFFENDE HET RECHT OP STUDIEFINANCIERING
Vastgesteld 9 september 2004
De commissie3, gelet op de door de staatssecretaris
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verstrekte inlichtingen,
overwegende,
dat adressante zich erover beklaagt dat zij, woonachtig en studente HBO
in Nederland, haar recht op de volledige voorzieningen uit hoofde van de Wet
Studiefinanciering (WSF) volgens de Informatie Beheer Groep slechts behoudt
indien zij naast haar studie werkzaam is in Nederland, hetgeen adressante
in strijd acht met het communautaire recht daar zij, met de Duitse nationaliteit,
EU-onderdaan is en recht heeft op gelijke behandeling als studenten met de
Nederlandse nationaliteit,
dat de ouders van adressante, eveneens van Duitse nationaliteit, zich
met hun gezin in 1988 in Nederland hebben gevestigd, doch dat geen van beiden
in Nederland werkzaam is of is geweest, waardoor zij niet als migrerende werknemer(s)
worden aangemerkt maar als EU-burgers die gebruik maken van het recht op vrij
verkeer van personen,
dat naar Nederlands recht in dat geval het recht op de voorzieningen uit
hoofde van de WSF beperkt blijft tot de zogenoemde Raulin-vergoeding, dat
wil zeggen een tegemoetkoming in de kosten van toegang tot het onderwijs en
niet in de kosten van levensonderhoud, en eerst door een volledig recht op
WSF-voorzieningen vervangen zal worden na implementatie van een recent vastgestelde
EU-richtlijn indien betrokkene tenminste vijf jaar legaal in Nederland verblijft,
dat adressante echter, aangezien zijzelf inmiddels wél in Nederland
werkt, als migrerend werknemer recht heeft op volledige WSF-voorzieningen
en dit recht behoudt ook als zij de status van werknemer verliest,
dat adressante derhalve ten onrechte vooronderstelt, al dan niet op grond
van onjuiste informatie, dat zij haar recht op volledige WSF-voorzieningen
verliest indien zij stopt met werken,
dat, voorzover adressante meent dat het Nederlands recht zich in enig
opzicht niet verdraagt met het communautaire recht, zij daarover het oordeel
van de onafhankelijke rechter kan inroepen, wiens plaats niet door de Kamer
kan worden ingenomen;
van oordeel,
dat er voor de Kamer geen aanleiding is in deze aangelegenheid verder
te treden,
stelt de Kamer voor ten aanzien van dit adres over te gaan tot de orde
van de dag.
De voorzitter van de commissie,
Mosterd
De griffier van de commissie,
Van Dijk
XNoot
1I.v.m. een correctie in de derde alinea.
XNoot
2Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste
hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange
Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.
XNoot
3De commissie bestaat uit de leden: Kalsbeek (PvdA), Tichelaar (PvdA),
De Wit (SP), Van Gent (GL), Van der Staaij (SGP), Mosterd (CDA) (Voorzitter),
Van Fessem (CDA), Kraneveldt (LPF) en Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD)
en de plaatsvervangende leden Tonkens (GroenLinks), Slob (Christen Unie),
Van Vroonhoven-Kok (CDA), Vietsch (CDA), Varela (LPF) en Van Miltenburg (VVD).