29 235
Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften

nr. 48
VERSLAG OVER HET ADRES1 VAN PH. B. VAN DER TOL TE BENNEBROEK BETREFFENDE HET HANDELEN VAN DE BELASTINGDIENST

Vastgesteld 9 september 2004

De commissie2, gelet op de door de staatssecretaris van Financiën verstrekte inlichtingen,

overwegende,

dat adressant zich erover beklaagt dat de belastingdienst gedurende een reeks van jaren, te weten van 1993 tot en met 2002, door middel van inhouding inkomstenbelasting heeft ontvangen over lijfrente-uitkeringen, terwijl die dienst kon weten dat het belastingvrije uitkeringen betrof,

dat de betrokken verzekeraars inderdaad inhoudingen hebben gepleegd op de uitkeringen, waartoe zij ook gehouden zijn zolang de belanghebbende geen verklaring van de belastinginspecteur overlegt waarin deze goedkeurt dat inhouding, met toepassing van de zogenoemde saldomethode, achterwege blijft,

dat adressant eerst in 2002 om deze verklaringen heeft verzocht en dat de belastingdienst eerst vanaf dat moment kon weten dat het onbelaste uitkeringen betrof,

dat de inspecteur der belastingen vervolgens ambtshalve belastingteruggaven heeft verleend over de jaren 1997 tot en met 2001,

dat, voorzover adressant zich erover beklaagt dat hem geen teruggaven zijn verleend over de jaren 1993 tot en met 1996, ingevolge de voorschriften voor onder andere het ambtshalve verlenen van verminderingen deze ten hoogste over een termijn van vijf jaren kunnen worden verleend, tenzij sprake is van herstel van voor de belastingdienst kenbare vergissingen in aangiften, hetgeen hier echter niet aan de orde is,

dat, voorzover adressant zich er voorts over beklaagt dat de teruggaven deels verrekend zijn met een openstaande aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1993, omdat die aanslag buiten invordering is gesteld, die verrekening inmiddels ongedaan is gemaakt,

dat, voorzover adressant zich tenslotte beklaagt over de wijze waarop de belastingdienst op zijn klachtbrieven heeft gereageerd, deze reacties echter correct en gedetailleerd zijn geweest;

van oordeel,

dat, nu adressant op behoorlijke wijze is tegemoetgekomen, er voor de Kamer geen aanleiding is in deze aangelegenheid verder te treden,

stelt de Kamer voor ten aanzien van dit adres over te gaan tot de orde van de dag.

De voorzitter van de commissie,

Mosterd

De griffier van de commissie,

Van Dijk


XNoot
1

Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.

XNoot
2

De commissie bestaat uit de leden: Kalsbeek (PvdA), Tichelaar (PvdA), De Wit (SP), Van Gent (GL), Van der Staaij (SGP), Mosterd (CDA) (Voorzitter), Van Fessem (CDA), Kraneveldt (LPF) en Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD) en de plaatsvervangende leden Tonkens (GroenLinks), Slob (ChristenUnie), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Vietsch (CDA), Varela (LPF) en Van Miltenburg (VVD).

Naar boven