nr. 48
VERSLAG OVER HET ADRES1 VAN PH. B. VAN
DER TOL TE BENNEBROEK BETREFFENDE HET HANDELEN VAN DE BELASTINGDIENST
Vastgesteld 9 september 2004
De commissie2, gelet op de door de staatssecretaris
van Financiën verstrekte inlichtingen,
overwegende,
dat adressant zich erover beklaagt dat de belastingdienst gedurende een
reeks van jaren, te weten van 1993 tot en met 2002, door middel van inhouding
inkomstenbelasting heeft ontvangen over lijfrente-uitkeringen, terwijl die
dienst kon weten dat het belastingvrije uitkeringen betrof,
dat de betrokken verzekeraars inderdaad inhoudingen hebben gepleegd op
de uitkeringen, waartoe zij ook gehouden zijn zolang de belanghebbende geen
verklaring van de belastinginspecteur overlegt waarin deze goedkeurt dat inhouding,
met toepassing van de zogenoemde saldomethode, achterwege blijft,
dat adressant eerst in 2002 om deze verklaringen heeft verzocht en dat
de belastingdienst eerst vanaf dat moment kon weten dat het onbelaste uitkeringen
betrof,
dat de inspecteur der belastingen vervolgens ambtshalve belastingteruggaven
heeft verleend over de jaren 1997 tot en met 2001,
dat, voorzover adressant zich erover beklaagt dat hem geen teruggaven
zijn verleend over de jaren 1993 tot en met 1996, ingevolge de voorschriften
voor onder andere het ambtshalve verlenen van verminderingen deze ten hoogste
over een termijn van vijf jaren kunnen worden verleend, tenzij sprake is van
herstel van voor de belastingdienst kenbare vergissingen in aangiften, hetgeen
hier echter niet aan de orde is,
dat, voorzover adressant zich er voorts over beklaagt dat de teruggaven
deels verrekend zijn met een openstaande aanslag in de inkomstenbelasting/premie
volksverzekeringen over het jaar 1993, omdat die aanslag buiten
invordering is gesteld, die verrekening inmiddels ongedaan is gemaakt,
dat, voorzover adressant zich tenslotte beklaagt over de wijze waarop
de belastingdienst op zijn klachtbrieven heeft gereageerd, deze reacties echter
correct en gedetailleerd zijn geweest;
van oordeel,
dat, nu adressant op behoorlijke wijze is tegemoetgekomen, er voor de
Kamer geen aanleiding is in deze aangelegenheid verder te treden,
stelt de Kamer voor ten aanzien van dit adres over te gaan tot de orde
van de dag.
De voorzitter van de commissie,
Mosterd
De griffier van de commissie,
Van Dijk
XNoot
1Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste
hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange
Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.
XNoot
2De commissie bestaat uit de leden: Kalsbeek (PvdA), Tichelaar (PvdA),
De Wit (SP), Van Gent (GL), Van der Staaij (SGP), Mosterd (CDA) (Voorzitter),
Van Fessem (CDA), Kraneveldt (LPF) en Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD)
en de plaatsvervangende leden Tonkens (GroenLinks), Slob (ChristenUnie), Van
Vroonhoven-Kok (CDA), Vietsch (CDA), Varela (LPF) en Van Miltenburg (VVD).