29 235
Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften

nr. 47
VERSLAG OVER HET ADRES1 VAN A.V. TE H.2 BETREFFENDE VRUCHTGEBRUIK ALS REKENVERMOGEN VOOR HUURSUBSIDIE

Vastgesteld 9 september 2004

De commissie3, gelet op de door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de staatssecretaris van Financiën verstrekte inlichtingen,

overwegende,

dat adressante zich erover beklaagt dat de waarde van het vruchtgebruik van haar woonhuis, dat zij geniet sinds de blote eigendom van de woning is verkocht aan haar kinderen, in de fiscale jaren 2001 en 2002 wordt gerekend tot de rendementsgrondslag van het belaste vermogen in box 3 van de inkomstenbelasting, op grond van welk vermogen vervolgens het recht op huursubsidie in de jaren 2002/2003, respectievelijk 2003/2004 wordt vastgesteld,

dat adressante meent dat de waarde van het vruchtgebruik niet als werkelijk vermogen kan worden beschouwd, terwijl zij bovendien in november 2002, dat wil zeggen in het begin van de genoemde huursubsidietijdvakken, de woning heeft verlaten om een huurhuis te gaan betrekken,

dat de wetgever de waarde van vruchtgebruik echter bewust heeft opgenomen in de vermogensrendementsgrondslag, zodat adressante niet op grond van de hardheidsclausule ex artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen tegemoet gekomen kan worden,

dat voorts de waarde van vruchtgebruik volgens vast beleid niet wordt gerekend tot vermogensbestanddelen die op grond van de hardheidsclausule ex artikel 26 van de Huursubsidiewet buiten beschouwing worden gelaten bij het bepalen van het rekenvermogen, dat de aanvankelijk aan adressante toegekende huursubsidie over genoemde tijdvakken is teruggevorderd, na vermogenscontrole over de jaren 2001 en 2002, doch dat de tegen deze terugvordering ingediende bezwaarschriften niet juist zijn afgehandeld, daar adressante slechts uitleg heeft ontvangen en geen voor beroep vatbare beslissingen,

dat dit verzuim zal worden hersteld, waarna adressante tegen eventuele afwijzende beschikkingen beroep kan instellen bij de bestuursrechter,

dat, zolang niet onherroepelijk is beslist, de invordering zal worden opgeschort,

dat adressante, indien zij betalingsmoeilijkheden ondervindt, om een betalingsregeling kan verzoeken;

van oordeel,

dat niet is gebleken dat ten aanzien van adressante een onjuist beleid is gevoerd, doch dat zij op een onderdeel onzorgvuldig is behandeld, hetgeen is hersteld,

stelt de Kamer voor ten aanzien van dit adres over te gaan tot de orde van de dag.

De voorzitter van de commissie,

Mosterd

De griffier van de commissie,

Van Dijk


XNoot
1

Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.

XNoot
2

Naam en adres van verzoeker zijn de commissie bekend.

XNoot
3

De commissie bestaat uit de leden: Kalsbeek (PvdA), Tichelaar (PvdA), De Wit (SP), Van Gent (GL), Van der Staaij (SGP), Mosterd (CDA) (Voorzitter), Van Fessem (CDA), Kraneveldt (LPF) en Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD) en de plaatsvervangende leden Tonkens (GroenLinks), Slob (ChristenUnie), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Vietsch (CDA), Varela (LPF) en Van Miltenburg (VVD).

Naar boven