29 235
Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften

nr. 14
VERSLAG OVER HET ADRES1 VAN A. WILLEMSE TE HAARLEM BETREFFENDE SUCCESSIERECHT EN AFTREK VAN OVERLIJDENSKOSTEN

Vastgesteld 11 december 2003

De commissie2, gelet op de door de staatssecretaris van Financiën verstrekte inlichtingen,

overwegende,

dat adressante zich erover beklaagt dat de staatssecretaris van Financiën heeft geweigerd om op grond van de hardheidsclausule ex artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen goed te keuren dat op haar erfrechtelijke verkrijging na het overlijden van haar partner de zogenoemde echtgenotenvrijstelling van toepassing is en dat de kosten in verband met diens overlijden als buitengewone lasten in mindering kunnen worden gebracht op haar belastbaar inkomen,

dat de partner van adressante in juni 2001 is overleden, enkele dagen vóór de voorgenomen huwelijkssluiting, en adressante als zijn enige erfgename had aangewezen,

dat de staatssecretaris in een besluit van 11 december 2002 het beleid ter zake van de toepassing van de hardheidsclausule in gevallen als het onderhavige heeft vastgelegd, hetgeen inhoudt dat wél het zogenoemde echtgenotentarief kan worden toegepast op de erfrechtelijke verkrijging doch niét de echtgenotenvrijstelling,

dat hiermee tot uitdrukking wordt gebracht dat in gevallen vergelijkbaar met die van adressante het huwelijksvoornemen tot op zekere hoogte maar niet geheel gelijkgesteld kan worden aan een huwelijk,

dat adressante geen omstandigheden heeft aangevoerd die het zouden kunnen rechtvaardigen om in haar geval een verdergaande tegemoetkoming te verlenen,

dat de wetgever in de Wet op de inkomstenbelasting 2001 betreffende de samenvoeging en aftrekbaarheid van buitengewone lasten, bijvoorbeeld overlijdenskosten, onder andere uitdrukkelijk heeft bepaald dat die alleen mogelijk zijn indien sprake is van fiscaal partnerschap, welk partnerschap tussen adressante en haar partner niet bestond op het moment van zijn overlijden,

dat derhalve niet op grond van de hardheidsclausule in een individueel geval van het vereiste van het fiscale partnerschap kan worden afgezien;

van oordeel,

dat niet is gebleken dat ten aanzien van adressante een onjuist fiscaal beleid is gevoerd,

stelt de Kamer voor ten aanzien van dit adres over te gaan tot de orde van de dag.

De voorzitter van de commissie,

Mosterd

De griffier van de commissie,

Van Dijk


XNoot
1

Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.

XNoot
2

De commissie bestaat uit de leden: Kalsbeek (PvdA), Van Heemst (PvdA), Giskes (D66), De Wit (SP), Van Gent (GL), Van der Staaij (SGP), Mosterd (CDA) (Voorzitter), Blok (VVD), Van Fessem (CDA), Kraneveldt (LPF) en Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD) en de plaatsvervangende leden Tonkens (GroenLinks), Slob (Christen Unie), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Vietsch (CDA), Varela (LPF) en Van Miltenburg (VVD).

Naar boven