nr. 1
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT EN DE MINISTER
VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 september 2003
Onder verwijzing naar artikel 2a, zesde lid, WRO bieden wij u hierbij
het kabinetsstandpunt (PKB deel 3) inzake de partiële herziening van
het Structuurschema Burgerluchtvaartterreinen (SBL, 1988), ter instemming
aan.
Het Structuurschema Burgerluchtvaartterreinen (SBL) is een planologische
kernbeslissing op grond van artikel 2a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening
(WRO). De geldigheidsduur van dit SBL loopt tot 30 december 2003.
Overeenkomstig artikel 2b, lid 2, van de WRO hebben wij de voorzitter
van de Eerste Kamer en de Voorzitter van de Tweede Kamer op 11 december 2002
(kamerstuk 26 893, nr. 38) reeds bericht voornemens te zijn het SBL te
herzien in die zin dat de geldigheidsduur ervan met vijf jaar wordt verlengd.
Het kabinetsstandpunt (PKB deel 3) inzake deze partiële herziening
van het SBL luidt: «Met deze planologische kernbeslissing
wordt het Structuurschema Burgerluchtvaartterreinen in die zin herzien dat
de geldigheidsduur die loopt tot 31 december 2003 met vijf jaar wordt verlengd
of zoveel korter als nodig totdat de nieuwe wet- en regelgeving voor regionale
en kleine luchthavens in werking treedt.»
De reden hiervoor is gelegen in het volgende.
Het SBL vormt de basis voor besluiten op grond van de Luchtvaartwet met
betrekking tot de regionale en kleine luchtvaartterreinen. Momenteel lopen
voor diverse luchtvaartterreinen nog de procedures met het oog op de geluidszonering.
Een groot aantal daarvan bevindt zich in de fase van bezwaar en beroep. In
2004 zullen de laatste aanwijzingsbesluiten met geluidszones worden vastgesteld.
Daarna volgt ook voor deze besluiten nog bezwaar en beroep. Besluiten
die in dit kader worden vastgesteld dienen eveneens gebaseerd te zijn op een
geldige PKB.
Omdat na 30 december 2003 nog een aantal besluiten met betrekking tot
regionale en/of kleine luchtvaartterreinen genomen moet worden op grond van
de Luchtvaartwet is het noodzakelijk de geldigheidsduur van het SBL te verlengen.
Op termijn zullen – conform de situatie bij Schiphol – de
besluiten met betrekking tot de kleine en regionale luchtvaartterreinen hun
basis vinden in de Wet Luchtvaart. De voorbereiding van deze regelgeving (RRKL)
is in volle gang.
Voor de goede orde wijs ik erop dat de in het SBL in 1988 opgenomen passages
over het luchtvaartterrein Schiphol inmiddels zijn vervallen. Voorts worden
de passages in het SBL die betrekking hebben op de luchtvaartterreinen Maastricht
en Lelystad vervangen door de PKB luchtvaartterreinen Maastricht en Lelystad.
Aangezien het noodzakelijk is dat de verlenging van het SBL voor 30 december
2003 van kracht wordt, verzoek ik u de nodige spoed te betrachten bij de agendering
van deze herziening en de doorgeleiding daarvan naar de Eerste Kamer.
Een afschrift van deze brief zenden wij aan de Voorzitter van de Eerste
Kamer der Staten-Generaal.
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
S. M. Dekker