nr. 12
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BESTUURLIJKE VERNIEUWING EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 oktober 2004
Hierbij bied ik u, mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
drie rapporten aan die in het kader van de voorbereiding op de invoering van
de gekozen burgemeester in onze opdracht zijn uitgevoerd1.
Het betreft een essay over het thema «direct gekozen politici»,
een onderzoek naar campagnefinanciering en een bewerking van eerder onderzoek
naar de positie van burgemeesters in Duitsland (brief van 9 juli 2004).
Hieronder volgt een korte beschrijving:
• Het essay:«Direct
gekozen politici: vier scenario's voor persoonlijke politiek»
Vanuit het uitgangspunt dat personalisering cultureel en in toenemende
mate ook structureel verankerd is in de Nederlandse politiek beantwoordt de
auteur, Prof. dr. Liesbet van Zoonen van The Amsterdam School of Communications
research, in dit essay een aantal vragen over dit thema in de context van
de gekozen burgemeester:
De auteur bespreekt allereerst bestaand onderzoek over de gekozen burgemeester
in binnen- en buitenland en de verschillende capaciteiten waarover direct
gekozen burgemeesters moeten beschikken. Vervolgens passeren vier scenario's
de revue – lokaal leiderschap, regentschap, wisseling van de wacht en
«sterrenpolitiek» die elk hun eigen kansen en bedreigingen bevatten
als het om de kwaliteit van de lokale democratie gaat. De auteur is van mening
dat de capaciteiten die van de burgemeester worden gevraagd net zo uiteenlopend
zijn als de vermogens die nodig zijn om een triatlon (zwemmen, lopen, fietsen)
tot een goed einde te brengen. Een en ander wordt uitgewerkt op basis van
ervaringen in de Verenigde Staten, Engeland, Duitsland en Noorwegen. Deze
ervaringen – gecombineerd met de taken van de burgemeester in Nederland –
leveren de basis voor de verwachting welk scenario het meest waarschijnlijk
is in de Nederlandse situatie. Concluderend wordt vastgesteld dat de gekozen
burgemeester een figuur zal zijn die het evenwicht moet bewaren tussen de uiteenlopende belangen in de gemeente. Aan al te extreme persoonlijkheden
lijken de lokale structuren geen plaats te bieden.
• Het onderzoeksrapport:«Buitenlandse Burgemeesters Bekeken (IV)- Overheidsregels en -financiering
van burgemeesterscampagnes in Duitsland en Engeland»
In dit onderzoek, van het Centre for Local Democracy van de EUR, worden
wetten en regelingen voor wat betreft de campagnefinanciering in ons omringende
landen (Duitsland en Engeland) vergeleken. Voorts worden de opgedane ervaringen
met campagnes voor burgemeestersverkiezingen beschreven. Naast een beschrijving
van wetten en regelingen komen de financieringssystematiek, het handhavingregime,
de uitvoeringspraktijk, het toezicht, de verantwoordelijkheden en de sancties
aan bod.
Duitsland kent wel een algemene wet voor politieke
partijen, maar die heeft betrekking op de politiek partij op federaal niveau.
Voor burgemeesterskandidaten en hun verkiezingscampagnes bestaan geen wettelijke
regelingen, bij geen enkele bestuurslaag. Ook geeft de overheid op geen enkele
wijze financiële steun aan de campagnes.
In Engeland is de situatie anders: daar is
sprake van gedetailleerde landelijke wettelijke regelingen. Die betreffen
zowel de inkomsten als de uitgaven van politieke partijen. De regels gelden
ook voor de individuele kandidaten, voor de volksvertegenwoordiging als voor
het burgemeesterschap. Financiële ondersteuning voor de burgemeesterscampagnes
blijft beperkt tot het van overheidswege drukken van een boekje met de belangrijkste
programmapunten per burgemeesterskandidaat.
• Het artikel:«Als
burgemeester in Duitsland, ervaringen uit de verschillende deelstaten»
Het betreft hier een bewerking tot een artikel van een onderzoek dat in
tabelvorm (op Cd-rom en met links naar de Duitse wetgeving) op 9 juli
aan de Tweede Kamer werd aangeboden.
In de nu voorliggende bewerking wordt door de auteurs, Dr. H. van
der Kolk (Universiteit Twente) en A. Vetter (Universiteit van Stuttgart),
vanuit historisch perspectief bekeken en verklaard hoe het lokale bestuur
in Duitsland zich heeft ontwikkeld tot de systemen van de verschillende deelstaten
nu. Specifieke aandacht richt zich op de burgemeester: hoe hij wordt gekozen,
hoe hij kan worden afgezet en wat hij doet zolang hij in functie is. Tot slot
presenteren de auteurs enkele observaties over de consequenties van de verschillen
tussen de Duitse deelstaten.
De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,
Th. C. de Graaf