Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-200729221 nr. 5

29 221
Project Future Ground Based Air Defence System (FGBADS)

nr. 5
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 oktober 2006

Inleiding

Het project Future Ground Based Air Defence System (FGBADS) vormt een belangrijke stap in de modernisering van de grondgebonden luchtverdedigingsmiddelen van Defensie.

Het project voorziet in commando- en vuurleidingsmiddelen voor de geïntegreerde inzet van grondgebonden luchtverdedigingssystemen op twee gescheiden locaties, ter beveiliging van een eenheid van bataljonsgrootte op elk van beide locaties. Tevens voorziet dit project in Shorad-lanceersystemen.

Het project FGBADS kent de volgende onderverdeling:

• Deel 1 van het project betreft het commando- en vuurleidingsdeel, BMC4I, dat voorziet in sensoren, datanetwerken en verbindingen met wapencomponenten. Dit deel is gesplitst in twee fasen.

• Fase 1: De Initiële Operationele Capaciteit (Initial Operational Capability, BMC4I-IOC) die in kleine aantallen de voornaamste basisfunctionaliteiten omvat.

• Fase 2: De Volledige Operationele Capaciteit (Full Operational Capability, BMC4I-FOC) die de behoefte in functionaliteiten en aantallen completeert.

• Deel 2 van het project omvat de lanceersystemen voor de Shorad-geleide wapencomponent, Shorad shooter capaciteit (SSC) genaamd.

Met mijn brief van 19 september 2003 (Kamerstuk 29 221, nr. 1), de beantwoording van schriftelijke vragen op 11 november 2003 (Kamerstuk 29 221, nr. 2) en mijn brief van 5 december 2003 (Kamerstuk 29 221, nr. 4) heb ik u geïnformeerd over de hoofdlijnen van het hele project en over het verwerven van BMC4I-IOC (deel 1, fase 1). Hiervoor is op 1 oktober 2004 een contract gesloten met de firma EADS Deutschland GmbH. De levering is voorzien in het vierde kwartaal van 2006.

Met deze brief informeer ik u over de resultaten van de verwervingsvoorbereidingsfase (DMP-D fase) van deel 1, fase 2 (BMC4I-FOC) en deel 2 (SSC) van dit project.

De operationele behoefte

In 2003 bestond nog de verwachting dat met Noorwegen een overeenkomst over materieelsamenwerking kon worden gesloten. In deze beoogde materieelruil was voorzien dat overtollige Nederlandse pantserhouwitsers (PzH2000) met gesloten beurzen zouden worden geruild tegen Noorse Nasams Shorad-systemen. In september 2004 heeft Noorwegen echter van deze overeenkomst afgezien. Hierdoor ontstond de noodzaak om de Nederlandse SSC-behoefte op een andere wijze in te vullen.

In een studie naar alternatieve invulling van de Nederlandse SSC-behoefte zijn drie sporen onderzocht. Allereerst is bezien of de Noorse overheid rechtstreeks overtollig Nasams-materieel aan Nederland wilde en kon verkopen. Daarnaast is onderzocht of in samenwerking met Noorwegen de SSC-behoefte kon worden ingevuld met Noorse lanceercapaciteit. Als derde optie is bezien of het mogelijk was om in de SSC te voorzien door verwerving via de industrie.

Uit de studie is gebleken dat de behoefte aan Shorad-lanceersystemen niet kon worden ingevuld door een samenwerking met Noorwegen of door middel van overname van overtollig materieel van de Noorse overheid. Voorts is uit de studie gebleken dat het mogelijk was met een beperkte verhoging van het bestaande budget via de industrie een SSC-basiscapaciteit van zes lanceersystemen te verwerven.

Resultaten verwervingsvoorbereiding

Een Uitnodiging tot Prijsopgave (UTP) voor de BMC4I-FOC is verzonden aan het Duitse EADS en het Noorse KDA. Tevens is de industrie gevraagd om voor zowel BMC4I als voor SSC volledige logistieke ondersteuning (Supplier Logistic Support, SLS) aan te bieden.

Een UTP voor de SSC is verzonden aan het Amerikaanse Raytheon, EADS, KDA en de Noorse overheid. Hierin is onder meer de eis vervat dat de te leveren lanceerinstallatie geschikt is voor het afvuren van de AMRAAM-120B luchtdoelraket, die reeds aanwezig is bij de Nederlandse krijgsmacht.

In reactie op de UTP hebben zowel de firma Raytheon als de Noorse overheid laten weten geen aanbieding te kunnen doen. Alleen van KDA en EADS zijn offertes ontvangen.

De firma KDA heeft in haar offerte één totaalaanbod gedaan voor het BMC4I-FOC en de SSC. De firma heeft in haar aanbod rekening gehouden met het reeds in de BMC4I-IOC fase van FGBADS bestelde materieel. Het aanbod bestaat voor wat betreft de hardware uit overtollig Nasams-materieel van de Noorse overheid dat via KDA geleverd wordt in de Nasams II-configuratie, waarbij de Noorse overheid schriftelijk garandeert dat het materieel ook beschikbaar is. Ook heeft KDA een offerte uitgebracht voor de logistieke ondersteuning met SLS.

De firma EADS heeft een offerte uitgebracht voor zowel het BMC4I-FOC deel van het project als voor het SSC-deel. Het BMC4I-FOC bestaat grotendeels uit materieel dat reeds als optie in het BMC4I-IOC-contract is verwerkt en sluit naadloos aan op het reeds bestaande BMC4I-IOC materieel. EADS heeft echter géén lanceersysteem aangeboden dat de AMRAAM-120B af kan vuren. Het door EADS aangeboden alternatieve lanceersysteem gaat inclusief de bijbehorende extra aan te schaffen raketten het budget ver te boven, en is dan ook niet verder in beschouwing genomen in het verwervingstraject. Tevens heeft EADS een offerte uitgebracht voor SLS gebaseerd op het reeds bestaande SLS-contract voor het BMC4I-IOC deel.

Uit een evaluatie van de kandidaten bleek dat de offerte van KDA niet voldeed aan de eisen voor BMC4I, maar wel genoeg mogelijkheden bood om de SSC te kunnen invullen en dat EADS de BMC4I-FOC kan leveren op basis van hetgeen al is besteld in het contract voor BMC4I-IOC. Beide firma’s is daarop gevraagd opnieuw offertes uit te brengen die elkaar aanvullen, KDA voor het SSC-deel en EADS voor het BMC4I-FOC deel alsmede het SLS. De integrale systeemverantwoordelijkheid zou dan bij EADS moeten komen te liggen. Dit heeft geresulteerd in een samenwerkingsverband waarbij EADS het BMC4I-FOC deel voor zijn rekening zal nemen en KDA het SSC-deel. EADS zal zorgdragen voor de systeemintegratie en zal de uiteindelijke integrale systeemverantwoordelijkheid op zich nemen.

Verdere onderhandelingen op basis van de voorliggende offertes en onderzoek van de Auditdienst Defensie (ADD) hebben ertoe geleid dat het uiteindelijk aangeboden systeem voldoet aan de gestelde eisen en is te realiseren binnen het vastgestelde budget.

Het contract voor BMC4I-FOC en SSC omvat de levering van zes Nasams II-lanceerinrichtingen inclusief de dragende vrachtauto’s, en vier radarsystemen inclusief dragende vrachtauto’s en aanhangers. Voorts worden aangeschaft een draadloze netwerkcomponent, achttien wapenterminals ten behoeve van de Stingerplatforms, 29 «command and control»-componenten ten behoeve van inbouw in commandovoerings- en verkenningsvoertuigen, zes vuurleidingscomponenten, en diverse componenten voor externe verbindingen met onder meer «Link-11B» en «Link-16» voor de uitwisseling van luchtverdedigingsinformatie met Patriot-eenheden en vliegtuigen, alsmede Titaan.

Net als bij de totstandkoming van het contract voor de BMC4I-IOC zal als «Government Furnished Equipment» materieel worden gebruikt dat reeds aanwezig is bij Defensie. Het betreft hier materieel dat afkomstig is van opgeheven eenheden zoals Mercedes Benz-terreinwagens, vrachtauto’s, shelters, FM9000-radio’s en aggregaten. Tevens worden de inbouwapparatuur en de terminals voor aansluiting op «Link-11B», «Link-16» en Titaan, alsmede de software voor het «command and control»-framework (C2FW) door Defensie geleverd.

Supplier Logistic Support (SLS)

Het FGBADS-project omvat een aantal verschillende componenten in geringe hoeveelheden. Grote investeringen in reservedelen, opleidingen, personeel voor het hoger onderhoudsniveau, documentatie, etc., zijn dan ook niet efficiënt. Defensie heeft reeds ervaring met het uitbesteden van hoger onderhoud aan de industrie. Een vergelijking van de levensduurkosten op basis van SLS met andere logistieke mogelijkheden toont aan dat het wenselijk is al het onderhoud aan het FGBADS-materieel boven het gebruikersniveau door de industrie te laten uitvoeren. Daarom is ervoor gekozen het hoger onderhoud in de vorm van SLS uit te besteden aan de industrie voor een periode van vijf jaar met als uitgangspunt deze overeenkomst periodiek te verlengen.

Nationale en internationale samenwerking

De realisatie van het project FGBADS zal een katalysator zijn voor nauwere samenwerking tussen de luchtverdedigingseenheden van Defensie. Hiermee ontstaat de mogelijkheid samen procedures te ontwikkelen en te beoefenen. Uiteindelijk kunnen de eenheden «joint» worden ingezet. Een gemengde en gelaagde luchtverdediging met daarin een Vshorad-, een Shorad- en een Patriot-component wordt met de realisatie van FGBADS een feit.

Duitsland, Frankrijk, Italië, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Nederland hebben in 2003 een raamwerk-Memorandum of Understanding (MoU) gesloten voor de inrichting van een gemeenschappelijk luchtverdedigingssysteem. Voorts is door Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Turkije, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Nederland een MoU gesloten voor de onderlinge verbinding tussen luchtverdedigingssystemen. Naar verwachting zullen binnenkort ook onder meer Noorwegen en Finland zich hierbij aansluiten. Met de invoering van FGBADS wordt in dit kader de verbinding met het Duitse geïntegreerde luchtverdedigingssysteem mogelijk.

Nederland en Noorwegen zullen, gezien de aanwezigheid van gelijksoortig Nasams II-materieel, diverse mogelijkheden voor samenwerking onderzoeken, waaronder opleiding en training.

Veel Navo-landen onderkennen de noodzaak van verwerving van moderne luchtverdedigingssystemen. Gezien de sterk afwijkende voornemens van andere landen ten opzichte van die van Nederland zijn echter geen verdere mogelijkheden tot samenwerking onderkend bij de verwerving van FGBADS BMC4I-FOC en SSC, dan de reeds hierboven genoemde samenwerkingsvormen.

Inschakeling Nederlandse industrie

Beide opdrachten, zowel de opdracht aan EADS voor het BMC4I-FOC als de opdracht aan KDA voor de SSC, zullen voor 100% worden gecompenseerd bij de Nederlandse industrie. Hiertoe zullen op korte termijn door het ministerie van Economische Zaken afzonderlijke compensatieovereenkomsten worden gesloten met EADS en KDA.

Personele en infrastructurele gevolgen

De personele consequenties van de invoering van FGBADS worden opgevangen binnen de personele plafonds van de te reorganiseren luchtverdedigingseenheden van het Commando landstrijdkrachten.

De infrastructurele consequenties zijn meegenomen in het project «Infrastructuur De Peel», dat de verhuizing van het Commando luchtdoelartillerie van Ede naar de Peel behelst. Hierin is de opslag van het materieel, de legering van het personeel, alsook de behoefte aan onderhoudslocaties van de voertuigen uitgewerkt.

Financiële aspecten

Voor de verwerving van het BMC4I-FOC deel van het project (deel 1, fase 2) was een taakstellend budget opgenomen van € 99 miljoen. De verwerving van het SSC-deel (deel 2) was oorspronkelijk niet begroot omdat die deel zou uitmaken van de materieelruil met Noorwegen, die met gesloten beurzen zou plaatsvinden. Toen bleek dat deel 2 met een beperkte eigen capaciteit moest worden ingevuld is hiervoor een aanvullend budget van € 25 miljoen opgenomen. Naar aanleiding van ingediende aanvullende behoeftes is het budget recent nog eens vergehoogd met € 2 miljoen. Het taakstellende budget voor het project FGBADS deel 1, fase 2 en deel 2 omvat hiermee € 126 miljoen (prijspeil 2006, inclusief 19% BTW). Van dit bedrag is € 119,4 miljoen nodig om de uitbreiding van FGBADS BMC4I-IOC hard- en software naar FOC-niveau, Nasams II-vuureenheden en een integratiepakket te contracteren. Het resterende bedrag van€ 6,6 miljoen is bestemd voor de te maken kosten in verband met aan de industrie toe te leveren materieel, het afvuren van een echte luchtdoelraket («live firing») ten behoeve van de verificatie van het systeem, en een post onvoorzien. De met de industrie overeengekomen prijzen gelden voor de looptijd van de overeenkomst en zijn derhalve niet onderhevig aan prijsstijgingen.

Het met de industrie overeengekomen bedrag voor de realisatie van SLS bedraagt € 21,5 miljoen (prijspeil 2006, inclusief 19% BTW). Dit bedrag is geaccommodeerd binnen de reguliere exploitatiebudgetten. Het bedrag is onderhevig aan een jaarlijkse prijsaanpassing op basis van de economische ontwikkelingen.

Slot

Op basis van het bovenstaande ben ik voornemens een contract voor BMC4I-FOC inclusief de integratie van de SSC van FGBADS te sluiten met de firma EADS, met daarin opgenomen de logistieke ondersteuning van het gehele FGBADS-systeem door middel van «Supplier Logistic Support» voor een periode van 5 jaar. Tevens ben ik voornemens een contract voor SSC van FGBADS af te sluiten met de firma KDA.

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap