nr. 5
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 oktober 2005
Per brief van 22 september 2003 (TK, 29 220, nr. 1) en
8 juli 2004 (TK, 29 220, nr. 3) heb ik u geïnformeerd
over mijn voornemens en de voortgang ten aanzien van de herziening van de
curatieve soa-bestrijding. Op 19 september jl. is de paragraaf «aanvullende
curatieve soa-bestrijding» als onderdeel van de «Subsidieregeling
publieke gezondheid» gepubliceerd in de staatscourant (zie bijlage)1. Hierbij wil ik kort de gekozen financieringswijze toelichten.
Omdat de seksueel overdraagbare aandoeningen, waaronder hiv-infecties,
de laatste jaren flink toenemen heb ik maatregelen genomen om de aanvullende
curatieve soa-bestrijding te verbeteren en versterken. Deze soa-zorg is en
blijft aanvullend op de soa-zorg die de huisarts biedt. Voor de aanvullende
soa-zorg is Nederland opgesplitst in acht verzorgingsgebieden. Per gebied
neemt een coördinerende GGD de organisatie van de soa-bestrijding op
zich. In samenwerking met andere GGD'en en samenwerkingspartners realiseert
de coördinerende GGD een optimaal aanbod van soa-bestrijding in het verzorgingsgebied.
De GGD is al verantwoordelijk voor de preventie van soa. Door de GGD ook verantwoordelijk
te maken voor de aanvullende soa-zorg, worden preventie en genezen dichter
bij elkaar gebracht.
De aanvullende soa-zorg is bedoeld voor mensen die per se anoniem willen
blijven maar ook om uitvoering te kunnen geven aan het «actief testbeleid»
bij hoog risicogroepen. Daarom heb ik uit verschillende alternatieven uiteindelijk
gekozen voor een financieringsstructuur die recht doet aan deze doelstellingen
en tegelijk efficiënte zorg stimuleert.
De acht coördinerende GGD'en ontvangen jaarlijks een «lumpsum»-subsidie
die uit drie componenten bestaat:
1. een vast bedrag van € 20 000 voor coördinatiekosten;
2. een bedrag voor het in stand houden van een basisvoorziening om te kunnen voldoen aan de vraag naar anonieme zorg. Dit bedrag is gerelateerd
aan het aantal inwoners in het verzorgingsgebied;
3. een aanvullend bedrag voor elke gevonden soa (een beloning naar prestatie).
Vanuit volksgezondheidsoverwegingen is immers het belangrijkste doel van de
regeling om zoveel mogelijk soa op te sporen en te behandelen. Door uit te
keren per gevonden soa, worden GGD'en gestimuleerd om in de juiste groepen
te zoeken en zo veel mogelijk op te sporen.
Via de soa-surveillance en een onafhankelijke controle wordt het aantal
gevonden soa geteld. Het aantal gevonden soa in het jaar T-1 is bepalend voor
het budget in het jaar T+1. Het budget beweegt dus vertraagd mee met de grootte
van de soa-problematiek.
De regeling is opgesteld in nauw overleg met het veld, de beroepsgroepen
en de acht GGD'en. Het Centrum Infectieziektenbestrijding van het RIVM
gaat de regeling beheren.
Ik ben ervan overtuigd dat met deze regeling de soa-bestrijding die impuls
krijgt die nodig is om het soa-probleem duurzaam het hoofd te bieden.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J. F. Hoogervorst