29 218
Wijziging en aanvulling van de Wet op de identificatieplicht, het Wetboek van Strafrecht, de Algemene wet bestuursrecht, de Politiewet 1993 en enige andere wetten in verband met de invoering van een identificatieplicht van burgers ten opzichte van ambtenaren van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en van toezichthouders (Wet op de uitgebreide identificatieplicht)

nr. 18
MOTIE VAN DE LEDEN VAN DER LAAN EN WOLFSEN

Voorgesteld 10 december 2003

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat de regering drie jaar na de inwerkingtreding de Wet op de uitgebreide identificatieplicht zal evalueren;

overwegende, dat de uitgebreide identificatieplicht slechts nut heeft als deze werkelijk bijdraagt aan het terugdringen en voorkomen van criminaliteit en ongewenst gedrag;

verzoekt de regering om evaluatiecriteria te ontwikkelen die meten in hoeverre de uitgebreide identificatieplicht bijdraagt aan het terugdringen en voorkomen van criminaliteit en ongewenst gedrag en deze vóór de inwerkingtreding voor te leggen aan de Tweede Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van der Laan

Wolfsen

Naar boven