Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2003-200429218 nr. 13

29 218
Wijziging en aanvulling van de Wet op de identificatieplicht, het Wetboek van Strafrecht, de Algemene wet bestuursrecht, de Politiewet 1993 en enige andere wetten in verband met de invoering van een identificatieplicht van burgers ten opzichte van ambtenaren van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en van toezichthouders (Wet op de uitgebreide identificatieplicht)

nr. 13
AMENDEMENT VAN HET LID VOS

Ontvangen 8 december 2003

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel B, wordt voor de tekst van artikel 2 de aanduiding «1.» geplaatst.

Toegevoegd wordt een lid, luidende:

2. Op verzoek vindt registratie van de reden van de in het eerste lid gedane vordering plaats in het politieregister, bedoeld in de Wet politieregisters, dan wel een daartoe bestemd register.

Toelichting

Dit amendement strekt ertoe dat degene, van wie gevorderd wordt zijn bewijs van identificatie ter inzage aan te bieden, kan verzoeken dat wordt geregistreerd wat de reden is geweest waarom tot de betreffende vordering werd overgegaan. In de gevallen waarin iemand van oordeel is dat ten onrechte gebruik is gemaakt van de bevoegdheid, kan gebruik worden gemaakt van de algemene klachtenregeling; voor een goede afhandeling van de klacht is het gewenst dat de ambtenaar, indien daarom wordt gevraagd, de reden van de vordering tot identificatie registreert.

Vos