Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2003-200429217 nr. 4

29 217
Herstel van wetstechnische gebreken en leemten alsmede aanbrenging van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetten op het terrein van het Ministerie van Justitie (Reparatiewet I Justitie)

nr. 4
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT1

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 4 augustus 2003 en het nader rapport d.d. 15 september 2003, aangeboden aan de Koningin door de minister van Justitie. Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Bij Kabinetsmissive van 26 mei 2003, no.03.002230, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting tot herstel van wetstechnische gebreken en leemten alsmede aanbrenging van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetten op het terrein van het Ministerie van Justitie (Reparatiewet I Justitie).

Het wetsvoorstel beoogt een aantal onvolkomenheden in diverse wetten te repareren. De Raad van State is het in grote lijnen eens met het voorstel, maar is wel van oordeel dat enige onderdelen van het voorstel aangepast moeten worden.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 26 mei 2003, nr. 03.002230, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 4 augustus 2003, nr. W03.03.0183/I, bied ik U hierbij aan.

1. Kantongerecht (artikel VI)

In artikel VI, onder B, wordt de term «het kantongerecht» vervangen door «de rechtbank». Deze wijziging wordt niet doorgevoerd in andere bepalingen, zoals bijvoorbeeld de artikelen 1, 2, 4 en 14 van het Reglement voor de pachtkamers, de artikelen 13a, eerste lid, en 26, vierde lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, artikel 1 van het Sociaal beleidskader reorganisaties zittende magistratuur, artikelen 3, eerste lid, 5, vierde lid, en 72, tweede lid, van de Wet militaire strafrechtspraak, artikel 21, onder 3°, van de Wet oorlogsstrafrecht en artikel 663 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Raad adviseert de gehele bestaande wetgeving te bezien op het gebruik van de term «kantongerecht» en de nodige aanpassingen voor te stellen.

1. In navolging van het advies van de Raad van State wordt in het wetsvoorstel «het kantongerecht» vervangen door «de rechtbank», met dien verstande dat Artikel VI, onderdeel B, van het wetsvoorstel is geschrapt, aangezien de daarin voorgestelde wijziging reeds is opgenomen in artikel VII, onderdeel D, van het bij koninklijke boodschap van 5 juni 2003 ingediende wetsvoorstel Veegwet modernisering rechterlijke organisatie (Kamerstukken 29 958). Daarnaast worden in het wetsvoorstel Veegwet modernisering rechterlijke organisatie enkele door de Raad van State bedoelde aanpassingen van bestaande wetgeving voorgesteld.

De lagere regelingen komen niet voor wijziging of intrekking in dit verband in aanmerking, nu deze regelingen niet bij wet worden gewijzigd of ingetrokken. De Wet militaire strafrechtspraak komt evenmin voor wijziging in dit verband in aanmerking. Deze dient namelijk bij rijkswet te worden gewijzigd.

2. Remigratiewet (artikel XI)

Het oude artikel 8j, eerste lid, van de Remigratiewet somt een reeks artikelen van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) op, die niet van toepassing zijn op de Remigratiewet. Voordat de Wet SUWI in werking trad, verklaarde artikel 8j van de Remigratiewet een aantal bepalingen uit de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 buiten toepassing. Met het vervallen van laatstgenoemde wet en het in werking treden van de Wet SUWI diende artikel 8j van de Remigratiewet inhoudelijk corresponderende bepalingen van de Wet SUWI uit te zonderen. In het wetsvoorstel wordt deze reeks ingrijpend gewijzigd. Verscheidene artikelen vallen nu niet meer onder de uitzondering en aan de uitzondering wordt een tiental artikelen toegevoegd. Volgens de toelichting betreft het hier de correctie van enige onjuistheden. Dit is echter een te summiere toelichting, gezien de complexiteit van de regeling en de substantiële wijziging. De Raad beveelt aan in de toelichting te expliciteren waarom nu andere artikelen van de Wet SUWI onder de uitzondering moeten vallen.

2. Overeenkomstig het advies van de Raad van State wordt in de toelichting verduidelijkt waarom thans andere artikelen van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen onder de uitzondering dienen te vallen.

3. Huiszoeking (artikel XXVI)

Ingevolge de wet van 20 juni 2002 tot aanpassing van het Wetboek van Strafvordering (WvSv) (herziening van het gerechtelijk vooronderzoek) is in het WvSv het begrip «huiszoeking» vervangen door «doorzoeking». Bij die gelegenheid is in het WvSv de term «huiszoeking» op enkele plaatsen blijven staan. Het onderhavige wetsvoorstel beoogt dat verzuim te herstellen. Deze wijziging wordt echter ten onrechte elders niet doorgevoerd, zoals bijvoorbeeld in artikel 552a WvSv, artikel 39 van de Oorlogswet voor Nederland, artikel 16 van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag, artikel 370 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 18 van het Besluit Buitengewone Rechtspleging, artikel 9 van het Besluit politieke delinquenten 1945 en artikel 41 van het Tribunaalbesluit.

De Raad beveelt aan om bestaande wetgeving op het gebruik van de term «huiszoeking» te bezien en in voorkomende gevallen de term te vervangen door «doorzoeking». Voorzover dit bij sommige bepalingen mocht zijn nagelaten omdat ze in de praktijk niet meer worden toegepast, kan worden overwogen die bepalingen te laten vervallen.

3. In het wetsvoorstel wordt overeenkomstig de aanbeveling van de Raad van State, in artikel 39, eerste lid, van de Oorlogswet voor Nederland en in artikel 16, eerste lid, van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag het begrip «huiszoeking» vervangen door «doorzoeking».

Artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering wordt in het voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Telecommunicatiewet in verband met nieuwe ontwikkelingen in de informatietechnologie (computercriminaliteit II) (26 671) zodanig gewijzigd dat daarin de term «huiszoeking» niet meer voorkomt.

Zodanige wijziging is ook voorzien met betrekking tot artikel 370 van het Wetboek van Strafrecht, in dit geval in het voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994, in verband met de herijking van een aantal wettelijke strafmaxima (28 484).

De drie genoemde algemene maatregelen van bestuur komen niet voor wijziging via het onderhavige wetsvoorstel in aanmerking, nu zodanige regelingen niet bij wet plegen te worden gewijzigd.

4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

4. Aan de redactionele kanttekeningen van de Raad van State is gevolg gegeven.

5. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om het voorstel van wet uit te breiden met een aantal technische wijzigingen dat niet het gevolg is van het advies van de Raad van State maar nadien wenselijk is gebleken.

Voorts is de wijzigingsbepaling met betrekking tot artikel 204 van Boek 1 van het Burgerlijke Wetboek komen te vervallen. Bij nader inzien is het namelijk niet strikt noodzakelijk om de redactie van het artikel in overeenstemming te brengen met de Wet openstelling huwelijk.

De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De waarnemend Vice-President van de Raad van State,

P. van Dijk

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Bijlage bij het advies van de Raad van State van 4 augustus 2003, no.W03.03.0183/I, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

– In de toelichting op artikel XVI de aanhef «A.1.a, 2, 3.b, 4.a, B.1» vervangen door: A.1.a, 2, 3.b, 4.a, B.2.

– In de toelichting op artikel XVI de aanhef «A.1.b, A.4.e, 4.c, 4.d, B.2» vervangen door: A.1.b, A.4.e, 4.c, 4.d, B.1.

– De toelichting op artikel I is gelijk aan die op artikel XIII; artikel I van de juiste toelichting voorzien.


XNoot
1

De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.