Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 maart 2026
Hierbij zend ik uw Kamer de evaluatie die is uitgevoerd naar de subsidieregeling opvang
kinderen van ouders met een trekkend of varend bestaan. In lijn met artikel 4:24 van
de Awb en artikel 4.20, tweede lid, onder f, van de Comptabiliteitswet, waarin is
bepaald dat over een subsidie die op een wettelijke bepaling berust ten minste eenmaal
in de vijf jaar een verslag gepubliceerd wordt over de doeltreffendheid en de effecten
van de subsidie in de praktijk, wordt deze regeling ten minste eenmaal per vijf jaar
geëvalueerd.
De desbetreffende subsidieregeling verstrekt subsidies aan schippersinternaten, die
huisvesting, verzorging en opvoeding bieden aan kinderen van ouders met een varend
of trekkend bestaan, zodat zij – conform de Leerplichtwet – regulier onderwijs kunnen
volgen.
In opdracht van VWS is door Improven B.V. de desbetreffende subsidieregeling geëvalueerd.
In het rapport «Evaluatie subsidieregeling opvang kinderen van ouders met een trekkend
of varend bestaan», beoordeelt zij in een context van krimp de doeltreffendheid en
doelmatigheid van de huidige subsidieregeling en geschiktheid van de huidige financieringsmodaliteiten.
Op hoofdlijnen concludeert Improven dat de subsidieregeling doeltreffend en doelmatig
functioneert. Volgens Improven draagt de huidige internaatsvorm bij aan het realiseren
van de doelstellingen van de regeling en is er geen aanleiding om deze inrichting
te wijzigen. Wel adviseert Improven om het financieringsmodel nader te bezien in het
kader van de geconstateerde krimp.
Op 1 januari 2027 loopt de huidige subsidieregeling af. Ik ben voornemens de regeling
te verlengen en betrek de uitkomsten van de evaluatie bij de vormgeving van de nieuwe
regeling. Ik zal hierbij ook de sector betrekken. Naar verwachting wordt uw Kamer
in het najaar over de ontwerpregeling geïnformeerd.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk