29 210
Wijziging van enkele belastingwetten c.a. (Belastingplan 2004)

nr. 61
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN BUSSEMAKER EN VENDRIK TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 37

Ontvangen 10 november 2003

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Na artikel I, onderdeel H, wordt ingevoegd:

Ha. Na artikel 3.29 wordt ingevoegd:

Artikel 3.29a. Waardering van een als belegging gehouden onroerende zaak

1. Een onroerende zaak die bestemd is om direct of indirect hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan een ander dan een met de belastingplichtige verbonden persoon, wordt te boek gesteld voor de aanschaffings- of voortbrengingskosten, of, indien dat lager is, de gecorrigeerde waarde in het economische verkeer.

2. Voor de toepassing van dit artikel:

a. worden de samenstellende onderdelen van een opstal en de daarbij behorende ondergrond en aanhorigheden, alsmede daarmee samenhangende rechten, als één onroerende zaak aangemerkt;

b. wordt onder een met de belastingplichtige verbonden persoon verstaan:

1°. een persoon als bedoeld in artikel 3.91, tweede lid, onderdelen b en c;

2°. een vennootschap waarin de belastingplichtige of een persoon als bedoeld in artikel 3.91, tweede lid, onderdelen b en c, een aanmerkelijk belang heeft als bedoeld in hoofdstuk 4 behoudens indien sprake is van een aanmerkelijk belang op grond van de artikelen 4.10 of 4.11;

c. wordt onder gecorrigeerde waarde in het economische verkeer verstaan de waarde in het economische verkeer van de onroerende zaak vermeerderd met de met betrekking tot die zaak gevormde passiefposten in verband met toekomstige uitgaven;

d. worden, ingeval de onroerende zaak aanvankelijk niet de bestemming had als bedoeld in het eerste lid, vanaf de bestemmingswijziging de aanschaffings- of voortbrengingskosten gesteld op de aanschaffings- of voortbrengingskosten verminderd met de op de voet van artikel 3.30 tot en met artikel 3.34 gepleegde afschrijvingen alsmede met de op de voet van artikel 3.54 gepleegde afboekingen.

3. Op een onroerende zaak waarop dit artikel van toepassing is, vindt geen afschrijving plaats.

II

In artikel V, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

A. Aan artikel 11, eerste lid, wordt na onderdeel s, onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel s door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

t. geschenken in natura ter gelegenheid van algemeen erkende feestdagen en het Sint-Nicolaasfeest, een jubileum van de inhoudingsplichtige, dan wel de verjaardag en andere persoonlijke feestdagen van de werknemer, voorzover de waarde welke daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend, met overeenkomstige toepassing van het krachtens artikel 13, tweede lid, bepaalde, € 45 per jaar niet overtreft.

III

In artikel XI, onderdeel B, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A. De aanhef van onderdeel B, eerste lid, wordt vervangen door:

1. Onder vernummering van het zesde tot en met twaalfde lid tot achtste tot en met veertiende lid worden na het vijfde lid twee nieuwe leden ingevoegd, luidende:

B. In onderdeel B, eerste lid, wordt na het zesde lid van artikel 8 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 een nieuw lid opgenomen, luidende:

7. Voor de toepassing van artikel 3.29a van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt voor een met de belastingplichtige verbonden persoon gelezen: een met de belastingplichtige verbonden lichaam in de zin van artikel 10a, vierde lid.

C. Onderdeel B, tweede lid, wordt vervangen door:

2. In het tot twaalfde lid vernummerde tiende lid wordt «zesde lid» vervangen door: achtste lid.

IV

Artikel XI, onderdeel C, wordt vervangen door:

C. In artikel 18, eerste lid, wordt «artikel 8, eerste tot en met het zesde, achtste, tiende en twaalfde lid» vervangen door: artikel 8, eerste tot en met het achtste, tiende, twaalfde en veertiende lid.

V

Aan artikel XXVI wordt een nieuw onderdeel C toegevoegd, luidende:

C. Overgangsrecht inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting

1. Voor de toepassing van artikel 3.29a van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden de aanschaffings- of voortbrengingskosten van een onroerende zaak gesteld op de aanschaffings- of voortbrengingskosten verminderd met de daarop tot 1 januari 2004 op de voet van artikel 3.30 tot en met 3.34 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of de daarmee vergelijkbare artikelen van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, gepleegde afschrijvingen alsmede met de op de voet van artikel 3.54 vande Wet inkomstenbelasting 2001, of het daarmee vergelijkbare artikel 14 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, gepleegde afboekingen.

2. Op een onroerende zaak als bedoeld in artikel 3.29a van de Wet inkomstenbelasting 2001 met betrekking waartoe voor 1 januari 2004 voor de verwerving of verbetering verplichtingen zijn aangegaan of voortbrengingskosten zijn gemaakt, is artikel 3.39 van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet van toepassing.

3. Indien hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel M, of hoofdstuk 2, artikel IV, onderdeel C, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 met betrekking tot de onroerende zaak van toepassing is, worden, in afwijking van het eerste lid, de aanschaffings- of voortbrengingskosten gesteld op de boekwaarde per 1 januari 2001, verminderd met de daarop tot 1 januari 2004 op de voet van artikel 3.30 tot en met 3.34 van de Wet inkomstenbelasting 2001 gepleegde afschrijvingen.

Toelichting

Dit amendement bewerkstelligt dat de per 1 januari 2003 afgeschafte feestdagenregeling per 1 januari 2004 weer wordt ingevoerd voor zover het om geschenken in natura gaat en het bedrag van € 45 per jaar niet overschreden wordt. Dit leidt tot een structurele budgettaire derving van € 72 mln.

Dekking vindt plaats door een begrenzing van afschrijving op onroerende zaken in te voeren. Voorgesteld wordt om onroerende zaken die als belegging worden gehouden fiscaal gelijk te behandelen als effecten en andere beleggingen. Voor een uitgebreide toelichting op dit punt kan worden verwezen naar de parlementaire behandeling van het Belastingplan 2003 (Kamerstukken II, 2002/2003, 28 607).

Bussemaker

Vendrik

Naar boven