Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2003-2004 | 29200-XV nr. 105 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2003-2004 | 29200-XV nr. 105 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 augustus 2004
Sinds 1 juli 2004 is het convenant gesubsidieerde arbeid en de Tijdelijke stimuleringsregeling regulier maken 10 000 ID-banen definitief ten einde. Op de sluitingsdatum van de stimuleringsregeling hebben ruim 12 500 werkgevers een aanvraag gedaan voor subsidie om een ID'er een reguliere baan te bieden.
Met deze brief informeer ik u over de conclusies die ik trek op basis van de resultaten tot nog toe van het convenant. Op 6 juli jl. heb ik hierover een afsluitend Bestuurlijk Overleg gevoerd met alle convenantpartijen.
In de bijlage vindt u een samenvatting van de afspraken in het convenant, de geleverde inspanningen door alle partijen en de behaalde resultaten in termen van aantal aanvragen voor de stimuleringsregeling en de instroom- en uitstroomcijfers voor de ID-banen en Wiw-dienstbetrekkingen.
1. Algemene conclusies en afspraken met convenantpartijen
Werkgevers hebben tot de sluitingsdatum van 30 juni 2004 ruim 12 500 aanvragen gedaan voor een subsidie om een ID-baan om te zetten in een gewone baan. Op grond van dit aantal aanvragen lijkt de doelstelling van 10 000 omgezette ID-banen binnen handbereik. Op dit moment zijn ca 6 000 aanvragen toegekend en ca. 1000 aanvragen afgewezen. De overige aanvragen worden nog beoordeeld. Eind 2004 zal bekend zijn hoeveel van de aanvragen uiteindelijk hebben geleid tot daadwerkelijke omzettingen van ID-banen en reguliere banen. Werkgevers hebben namelijk vanaf de datum van de voorlopige toekenning nog 20 weken de tijd om de banen waar zij subsidie voor aangevraagd hebben daadwerkelijk om te zetten. De laatste baan za1 op 1 december 2004 omgezet moeten zijn.
Voor het resultaat van de doelstelling om gedwongen ontslag uit ID-banen als direct gevolg van de bezuinigingen te voorkomen wijs ik op de cijfers ID-banen 2003 (tabel 5 en 6 in de bijlage) zoals deze ook aan u zijn gepresenteerd in het kwartaalbericht arbeidsmarkt van mei 2004.
2003 was het jaar waarbinnen gemeenten de door het rijk opgelegde bezuiniging van € 520 mln. op gesubsidieerde arbeid moesten realiseren. Dit betekende voor de ID-banen een reductie van 53 000 ID banen medio 2002 tot 45 500 ID-banen eind 2003. Waar in 2002 nog sprake was van groei in het bestand ID-banen (met 11,5%) is in het jaar 2003 het bestand ID-banen (met 15,1%) tot 45 000 gekrompen.
In 2003 is zowel in absolute aantallen als qua aandeel de uitstroom naar (ander) werk toegenomen: in 2003 stroomden 3 695 personen uit naar werk (58% van de totale uitstroom) en in 2002 2200 personen (43% van de totale uitstroom). Het aantal personen dat niet naar werk uitstroomde (gedwongen ontslag, persoonlijke redenen en overig) was in 2003 2674 (42% van de totale uitstroom) en in 2002 2898 (57% van de totale uitstroom).
Het effect van de stimuleringsregeling vertaalt zich in 2003 dus in een stijging van de uitstroom naar werk. Ik verwacht overigens dat het effect van het convenant en de stimuleringsregeling in de cijfers over 2004 (die in 2005 beschikbaar komen) nog meer zichtbaar zullen zijn omdat in 2004 het grootste deel van de ID-banen wordt omgezet.
Het kabinet heeft altijd gesteld dat gedwongen ontslag niet kon worden uitgesloten, maar dat dankzij de stimuleringsregeling en de afspraken in het convenant, gedwongen ontslag als direct gevolg van bezuinigingen niet nodig zou hoeven zijn. Dat is ook gebleken uit het feit dat in absolute aantallen in het bezuinigingsjaar 2003 uitstroom anders dan naar werk is gedaald ten opzichte van 2002. Het aanjaagteam van de convenantpartijen heeft er alles aan gedaan om gedwongen ontslagen te voorkomen. Alle gedurende de convenantperiode ontvangen signalen van de bonden en van CWI over (dreigingen met) gedwongen ontslag zijn door het aanjaagteam opgepakt en in veel gevallen konden partijen weer met elkaar in gesprek komen over alternatieve oplossingen. Soms bleken de gevallen van gedwongen ontslag geen direct gevolg van bezuinigingen en soms hebben individuele gemeenten respectievelijk werkgevers ontslag niet willen of kunnen voorkomen. Uit de vele contacten van het aanjaagteam met gemeenten bleek dat zij ontslagen ID-werknemers dan vaak weer in een reïntegratietraject terugnamen.
Er is zelfs sprake geweest van ruimte voor nieuwe instroom in ID-banen (850 personen) en in Wiw-dienstbetrekkingen (7900 personen), terwijl gemeenten de door het rijk opgelegde bezuiniging op gesubsidieerde arbeid eind 2003 volledig hebben gerealiseerd. Met de afloop van het convenant per 1 juli 2004 gaan gemeenten verder zelf aan de slag met hun verantwoordelijkheid voor reïntegratie en gesubsidieerde arbeid. Zij kunnen met de Wet Werk en Bijstand per 1-1-2004 hier zelf zonder rijksbemoeienis invulling aan geven. Gemeenten hebben hiervoor in 2004 € 1,6 miljard beschikbaar.
Tijdens het BO van 6 juli jl. heb ik met de convenantpartijen geconstateerd dat in de convenantperiode flinke prestaties zijn geleverd. Zeker tegen de achtergrond van de door het rijk opgelegde bezuinigingen en het feit dat het ging om incidentele en geen structurele subsidie voor werkgevers. Daarnaast waren gemeenten zich aan het voorbereiden op de komst van de WWB per 1-1-2004. Een prestatie die mede dankzij de inspanningen van alle convenantpartijen is geleverd. Inspanningen die deels bestonden uit extra financiële middelen van kabinet, VNG en vakbonden, maar ook uit de aanvullende acties en de intensieve en betrokken personele inzet vanuit alle organisaties, de werkgevers en hun branche organisaties, de VNG en Stimulansz, de vakbonden en de betreffende vakdepartementen.
Ik zal de komende twee jaar via het systeem van subsidietoekenning (de subsidie wordt verspreid over twee jaren verstrekt) blijven volgen hoeveel banen daadwerkelijk zijn omgezet en hoe duurzaam deze zullen blijken. Ik heb met de convenantpartijen afgesproken om elkaar nogmaals te spreken wanneer de realisatiecijfers onverhoopt tegenvallen waardoor het budget voor de stimuleringsregeling niet volledig wordt benut.
1. Het convenant en de stimuleringsregeling
Zowel het convenant als de stimuleringsregeling waren een uitvloeisel van het najaarsoverleg 2002 en een bestuurlijk akkoord met de VNG. In het convenant was de afspraak dat kabinet, sociale partners en VNG zich gezamenlijk zouden inzetten om met een tijdelijke impuls de doorstroom van werknemers in gesubsidieerde arbeid naar reguliere arbeidsplaatsen te bevorderen. Daartoe is de Tijdelijke stimuleringsregeling regulier maken 10 000 ID-banen geïntroduceerd. Deze regeling voorzag in een vergoeding aan werkgevers die een ID-baan omzetten in een reguliere arbeidsplaats met een lage CAO loonschaal vóór 1 juli 2004. Voor de regeling was een bedrag van € 170 miljoen beschikbaar. Tevens waren middelen vrij gemaakt (€ 40 mln) om ook bij de Wiw gedwongen ontslagen als direct gevolg van de bezuinigingen te voorkomen.
Convenantpartijen hebben de volgende financiële bijdragen geleverd aan de stimuleringsregeling:
| SZW | € 38 miljoen |
| Werknemersorganisaties | € 90 miljoen |
| (uit conditionele lastenverlichting) | |
| VNG (uit Wiw scholings- en activeringsbudget 2003 22 miljoen en uit reïntegratiebudget WWB2004 20 miljoen) | € 42 miljoen |
| Totaal | € 170 miljoen |
De afspraken in het convenant zijn gemaakt in aanvulling op het kabinetsbeleid 2003 waardoor gemeenten een ombuiging op het gemeentelijke reïntegratiebudget moesten realiseren. Alle convenantpartijen waren van mening dat de maatregelen een extra bijdrage zouden leveren aan het beleid om een deel van de gesubsidieerde arbeidsplaatsen om te zetten in reguliere arbeid en dat door deze maatregelen ook ruimte gecreëerd zou worden om binnen de gesubsidieerde arbeid voor andere werknemers goede arbeidsplaatsen met perspectief te creëren. Tevens hebben partijen in het convenant opgenomen dat met de aanvullende maatregelen, gedwongen ontslagen als gevolg van bezuinigingen op gesubsidieerde arbeid niet nodig zouden hoeven te zijn.
Een aantal vakdepartementen had bovenop de stimuleringsregeling extra middelen beschikbaar gesteld voor de onder hen ressorterende sectoren ter bevordering van uitstroom uit gesubsidieerde banen. Afspraken hierover waren deels vastgelegd in sectorconvenanten (onderwijs, zorg, kinderopvang). Een deel van de middelen werd als aanvulling op de SZW stimuleringsregeling toegekend (cultuur, kinderopvang, zorg, welzijn en jeugdhulpverlening samen ca. € 18 miljoen). Hiervoor gold de tijdelijke aanvullende stimuleringsregeling regulier maken 10 000 ID-banen die ook per 1 juli 2004 definitief ten einde is. Middelen voor onderwijs (OCenW), veiligheid (BZK), sport (VWS) en milieu-educatie (VROM) zijn of worden door de betreffende ministeries zelf toegekend.
De regeling van VWS die per 1-1-2004 van start is gegaan is structureel. Iedere werkgever in de zorg die een ex-ID'er in dienst neemt voor ten minste 24 uur krijgt eenmalig een subsidie van € 12 000.
Tabel 1: overzicht bijdragen naar sector
| Wie | Hoeveel | Hoe/wat |
|---|---|---|
| VWS Zorg en jeugdhulpverlening | € 30,0 mln. structureel | – aanvulling SZW stimuleringsregeling eenmalig € 3 500,- voor zowel Zorg als Jeugdhulpverlening.– vanaf 2004 € 12 000,- voor elke werkgever in de zorg die een ex-ID'er in dienst nemen |
| VWS (Welzijn) | € 3 628 mln. | – aanvulling SZW stimuleringsregeling eenmalig € 4 000,- per baan |
| VWS (sport) | € 1.2 mln. | – behoud (gesubsidieerde) banen in de sport door eenmalige bijdrage aan gemeenten die momenteel gesubsidieerde dienstbetrekkingen in de sport hebben gecreëerd. |
| SZW (Kinderopvang) | € 1,8 mln. | – Aanvulling SZW stimuleringsregeling eenmalig € 2 500,- per baan |
| OCenW (Cultuur) | € 3,75 mln. | – Aanvulling SZW stimuleringsregeling eenmalig € 9 000,- per baan |
| OCenW (Onderwijs) | € 3,75 mln. | Stimuleren regulier maken 1 930 banen door: – alle ID-werkgevers ontvangen € 1 750,- per ID-werknemer – structureel bedrag voor onderwijsondersteunende activiteiten (4 uur per week) aan elke school, inzetbaar voor financiering ID-werknemer |
| BZK (Veiligheid) | € 10 mln. | In het kader van het GSB-convenant met de G30 zijn door de G30 de volgende ambities uitgesproken: – 431 banen regulier maken – 1 025 ID'ers krijgen een traject gericht op uitstroom reguliere baan. Voor beide ambities is per januari 2004 € 6 424 per ID'er in de veiligheidssector beschikbaar. |
| VROM (milieueducatie) | € 1.9 mln. | Structureel budget voor behoud van 225 banen in de milieu-educatie. |
Implementatie door gemeenten: uitstroom in goede banen
Het initiatief om met werkgevers tot afspraken te komen lag bij gemeenten. Daarom heb ik de VNG subsidie gegeven voor het project Uitstroom in goede banen dat in 2003 is uitgevoerd. In het kader van het project zijn drie rondes met bijeenkomsten voor gemeenten georganiseerd. Tijdens alle drie de rondes is ca. 50% van de gemeenten bereikt. Deze gemeenten vertegenwoordigen gezamenlijk ca. 60% van het ID-bestand. De eerste ronde bijeenkomsten is vooral gebruikt om het bewustzijn van gemeenten met betrekking tot de nieuwe situatie te vergroten en het belang van het regulier maken van ID-banen duidelijk te maken. De tweede ronde is gebruikt om informatie aan te reiken over de stand van zaken. Tevens zijn er handreikingen uitgereikt en toegelicht en heeft kennisuitwisseling tussen gemeenten plaatsgevonden. Tijdens de derde ronde is de vraag aan de orde geweest hoe het regulier maken van banen in de praktijk verloopt, wat er lukt en waar problemen zitten.
Naast de voorlichtingsbijeenkomsten is gezorgd voor een website en telefonische helpdesk en was een «vliegende keep» beschikbaar op het moment dat er signalen waren dat zich problemen voordoen. Bijvoorbeeld in het geval dat een of meerdere ID'ers hun baan dreigden kwijt te raken.
2. Aanvullende gezamenlijke inspanningen betrokken partijen
| 20 december 2002 | Ondertekening convenant gesubsidieerde arbeid. Er wordt een aanjaagteam ingesteld waarin alle convenantpartijen zitting hebben om voortgang van convenant te volgen en te zoeken naar oplossingen in geval van praktische problemen o.a. bij signalen gedwongen ontslag. Het aanjaagteam is gedurende de volledige looptijd van het convenant operationeel. |
| Maart 2003 | De stimuleringsregeling treedt in werking. Er zijn door SZW voorlichtingsbijeenkomsten voor grote gemeenten en werkgevers in die gemeenten georganiseerd en informatiepakketten met brochures voor werkgevers en werknemers verspreid. Het agentschap SZW voert de regeling uit en heeft een telefonische helpdesk. |
| Juli 2003 | De stimuleringsregeling wordt in overeenstemming met convenantpartijen versoepeld. Uitstroom van een ID'er naar een reguliere baan bij dezelfde werkgever is subsidiabel geworden en niet alleen het omzetten van de bestaande ID-baan. |
| November 2003 | Meldweek bij de Abvakabo en branche-organisaties van werkgevers voor knelpunten en «best practices» als input voor de «Actie eindspurt». Deze vond plaats op 18 en 19 november in het SER-gebouw. Naast de convenantpartijen hebben ook de relevante sectorwerkgevers actief deelgenomen. Doel van de actie was het enthousiasmeren en het stimuleren van werkgevers en gemeenten tot het maken van een eindspurt bij de omzetting van de ID-banen. De convenantpartijen en sectorwerkgevers hebben daarbij aan sectortafels een intermediaire rol vervuld bij het zoeken naar oplossingen van knelpunten bij het regulier maken van banen en bij dreiging van gedwongen ontslag. Mede door de «Actie Eindspurt» stijgt het aantal aanvragen in de laatste twee maanden van 2003 enorm: 2500 aanvragen in 8 weken. |
| December 2003 | Verlenging convenant en stimuleringsregeling tot 1 juli 2004 opdat het extra potentieel dat door de «Actie Eindspurt» in beweging is gebracht wordt benut om meer ID'ers naar reguliere banen te brengen SZW heeft met CWI de afspraak gemaakt dat ontslagaanvragen waarbij ID-werknemers betrokken waren aan het aanjaagteam door te geven. Het aanjaagteam heeft de betrokken partijen actief benaderd en geholpen met het vinden van een oplossing. |
| Januari 2004 | Verruiming stimuleringsregeling in overeenstemming met convenantpartijen. Uitstroom naar een reguliere baan voor onbepaalde tijd bij een andere werkgever wordt per 1-1-2004 subsidiabel. Tegelijkertijd wordt de termijn waarbinnen de baan regulier moet worden gemaakt verlengd. Werkgevers hebben nadat het Agentschap een voorlopige beschikking heeft afgegeven 20 in plaats van 6 weken de tijd om de baan regulier te maken. |
| maart- juni 2004 | 10 regionale bijeenkomsten voor de onderwijssector georganiseerd door de sector zelf. Gerichte acties op regionaal/ lokaal niveau bij achterblijvende gemeenten én op eigen initiatief van gemeenten via een daartoe landelijk ingestelde helpdesk. Het aanjaagteam heeft daarbij (inhoudelijke) ondersteuning geboden onder andere in de vorm van een eenmalig adviesgesprek en of hulp bij het organiseren van een lokale sectortafel. De regionale pers is actief benaderd met aansprekende goede voorbeelden uit de regio. |
Aantal aanvragen stimuleringsregeling 10 000 ID-banen
Tabel 2: cumulatie aantal aanvragen naar week.
Het totaal aantal aanvragen is per 1 juli ruim 12 500. Zowel aan het einde van 2003 als aan het definitieve einde van de aanvraagtermijn op 1 juli 2004 zijn er grote pieken in de aanvragen te zien.
Tabel 3: Reservering per sector op basis van proportionele verdeling in verhouding tot aantal aanvragen (per 1 juli 2004)
| Sector | Aantal gereserveerd | Aantal aanvragen (stand 26 juni) | Percentage aanvragen t.o.v. reserveringen |
|---|---|---|---|
| Zorg en jeugdhulpverlening | 2 586 | 3 325 | 129 |
| Kinderopvang | 720 | 582 | 80 |
| Welzijn | 907 | 2 773 | 300 |
| Openbare veiligheid | 1 810 | 1 774 | 66 |
| Cultuur en overig | 1 008 | 1 564 | 98 |
| Onderwijs | 1 930 | 1 916 | 99 |
| Beheer openbare ruimte | 1 039 | 815 | 78 |
| Totaal | 10 000 | 12 749 | 127 |
Tabel 4: Gebruik stimuleringsregeling naar grootteklasse gemeente en provincie (in 2003)
| Gemeenten van | Gebruik stimuleringsregeling t.o.v. beginstand 2003 |
|---|---|
| Nederland | 11,1% |
| G4 | 8,5% |
| G25 | 9,3% |
| G26 | 9,5% |
| G86 | 10,7% |
| Groningen | 14,6% |
| Friesland | 14,2% |
| Drenthe | 16,4% |
| Overijssel | 8,9% |
| Gelderland | 9,5% |
| Utrecht | 9,7% |
| Noord-Holland | 11,6% |
| Zuid-Holland | 9,0% |
| Zeeland | 10,2% |
| Noord-Brabant | 9,9% |
| Limburg | 10,4% |
| Flevoland | 55,0% |
* Om de 10 000 te behalen moest ca. 19% van de resterende ID-banen regulier worden gemaakt.
Ontwikkelingen aantal ID-banen
Naast het omzetten van 10 000 ID-banen hadden convenant en stimuleringsregeling ook tot doel meer uitstroom uit gesubsidieerde banen naar regulier werk en het voorkomen van gedwongen ontslag als direct gevolg van de bezuinigingen. De behaalde resultaten op basis van de landelijke beschikbare cijfers (2003) zijn als volgt.
In 2002 is de totale uitstroom ten opzichte van het aantal ID-banen 10,3%. In 2003 is dit percentage gestegen naar 15,0%. De uitstroom naar werk qua aandeel in de totale uitstroom gestegen van 43% (2200) in 2002 naar 58% (3695) in 2003. Overigens is de verwachting dat de effecten van de regeling op de uitstroom naar werk eind 2004 het beste zichtbaar zullen zijn omdat dan pas de meeste banen omgezet zullen zijn.
Het aandeel ID-werknemers dat uitstroomt als gevolg van ontslag is in 2003 gedaald ten opzichte van eerdere jaren. Ook in absolute aantallen. Tegelijkertijd is eind 2003 de bezuinigingstaakstelling van het rijk op de ID-banen door gemeenten volledig gerealiseerd. Eind 2003 waren er iets minder dan 45 000 ID-banen terwijl er ruimte was voor 45 500 banen. Het convenant en de regeling hebben ook de vacaturestop verzacht. In 2003 zijn nog ruim 850 nieuwe werklozen op een ID-baan ingestroomd.
Tabel 5: Landelijke ontwikkeling van aantallen ID-werknemers, 2002 en 2003
| Kenmerk | 2002 | 2003 |
|---|---|---|
| Ultimo-stand | 52 299 | 44 988 |
| Instroom | 10 482 | 853 |
| Uitstroom | 5 097 | 6 371 |
| Groei bestand | + 11,5% | – 15,1 |
| Instroompercentage a) | 21,2% | 1,8 |
| Uitstroompercentage b) | 10,3% | 15,0 |
Bron: ECORYS-NEI (2004), Concept Jaarrapportage 2003
Tabel 6: Ontwikkelingen in de uitstroom naar reden
| Aandeel in uitstroom 2002 | Absolute aantallen | Aandeel in uitstroom | 2003 Absolute aantallen | |
|---|---|---|---|---|
| Uitstroom naar werk | 43% | 2 200 | 58% | 3 695 |
| Uitstroom agv ontslag (ontslag, slecht functioneren/inpassing) | 20% | 1 012 | 11% | 700 |
| Overige redenen (persoonlijke sfeer, ziekte, terug in bemiddeling) | 37% | 1 885 | 31% | 1 976 |
| Totaal | 100% | 5 097 | 100% | 6 371 |
Bron: Concept I/D-monitor 2003, ECORYS-NEI.
Ontwikkelingen aantal Wiw-dienstbetrekkingen
In absolute aantallen ontstaat het volgende beeld voor de WIW-dienstbetrekkingen.
Tabel 7: Aantal WIW-dienstbetrekkingen
| jaar | beginstand | instroom | uitstroom | eindstand |
|---|---|---|---|---|
| 2002 | 30 740 | 10 592 | 13 580 | 27 752 |
| 2003 | 27 516 | 7 921 | 9 879 | 25 558 |
Het verschil tussen de begin en eindstand ontstaat doordat gemeenten gecorrigeerde cijfers nasturen.
Bron: WIW-monitor 2002 en concept-rapportage WIW-monitor 2003
Daarnaast waren er eind 2003 nog circa 1500 personen via een WIW-werkervaringsplaats werkzaam.
De uitstroom naar werk, afgezien van uitstroom naar gesubsidieerd werk (ID-banen) is in aandeel van de totale uitstroom licht gestegen. De doorstroommogelijkheden vanuit de WIW naar ID-banen waren in 2003 beperkt. In 2002 was 28% van de uitstroom naar werk uitstroom naar ID-banen. In 2003 was dit nog maar 4%.
In 2003 zijn minder van de 2-jarige contracten voor nieuwe instromers verlengd. Gemeenten lijken de inzet van de WIW-dienstbetrekkingen, vooruitlopend op de invoering van de WWB, in 2003 meer te hebben ingericht als een tijdelijke voorziening richting reguliere arbeidsmarkt in plaats van een permanente voorziening. Dit kan ook mede een verklaring zijn voor het feit dat het aantal ontslagen is gestegen, bijvoorbeeld wegens het weigeren van passende arbeid buiten de WIW. Tot de overige redenen (onderste regel) in de tabel behoren verhuizingen en dergelijke. De toename van deze categorie lijkt niet samen te hangen met het veranderende karakter van de regeling.
Tabel 8 : Uitstroom uit Wiw-dienstbetrekkingen
| Redenen uitstroom uit WIW-dienstbetrekkingen | 2002 | 2003 |
|---|---|---|
| Uitstroom naar werk (incl. ID-baan en werkervaringsplaats) en scholing | 60% | 38% |
| Beëindiging wegens aflopen van contract voor bepaalde tijd | 10% | 22% |
| Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid | 4% | 4% |
| Ontslag overig (ontslag wegens arbeidsongeschiktheid niet meegerekend) | 14% | 20% |
| Overige redenen | 11% | 16% |
| Totaal | 100% | 100% |
Bron: WIW-monitoren 2000, 2001 en 2002 concept-rapportage WIW-monitor 2003
Het pakket aanvullende maatregelen voor de WIW in het convenant is als volgt benut.
A. Compensatieregeling (t.w.v. € 11 miljoen):
De gemeenten die gecompenseerd zijn omdat ze een meer dan gemiddelde uitstroom moesten realiseren om de bezuinigingsdoelstelling te halen blijken meer te sturen op uitstroom dan de overige gemeenten. Dit blijkt op basis van een korte analyse van de SZW-kwartaalcijfers van instroom en uitstroom in 2003 (de nadeelgemeenten zijn gemeenten die gecompenseerd zijn voor het meerdere boven 30% te realiseren uitstroom). Ook de beduidend lagere instroom in deze gemeenten is een indicatie dat zij meer dan de overige gemeenten ernaar streven hun volume WIW-dienstbetrekkingen omlaag te krijgen.
B. Werkervaringsplaatsen (aanvulling van € 10 miljoen op oorspronkelijk in SZW-begroting opgenomen bedrag):
Gemeenten hebben de mogelijkheden (macro) voor het realiseren van werkervaringsplaatsen als tussenstop naar regulier werk niet volledig benut. Voor individuele gemeenten is de compensatie wel zinvol geweest: een aantal (grote) gemeenten heeft meer gebruik gemaakt van werkervaringsplaatsen dan in voorgaande jaren.
C. Compensatie normbedragen voor afbouw SPAK en voor jongeren VLW bij de dienstbetrekkingen (€ 19 miljoen)
Uit de blijvende instroom in de dienstbetrekkingen, met name – maar niet uitsluitend – voor jongeren, valt af te leiden dat de financiering van de WIW-dienstbetrekkingen in voldoende mate kostendekkend is geweest om ontslagen op deze grond te voorkomen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29200-XV-105.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.