nr. 53
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 juli 2004
1. Inleiding
Hierbij informeer ik u, mede namens de minister van Justitie, over de
uitvoering van de motie Ten Hoopen c.s. (29 200 XIII, nr. 6).
Met de motie verzoekt de Kamer de regering om de wetgeving zodanig te
wijzigen dat bedrijfspanden niet door krakers kunnen worden bewoond en dat
een effectieve regeling wordt opgezet voor het verhaal van de kosten en schade
veroorzaakt door krakers.
2. Algemeen
Voor een zorgvuldige behandeling van de motie is de problematiek aangaande
het kraken van bedrijfspanden en de achterliggende oorzaken in kaart gebracht.
Hiervoor is ondermeer contact opgenomen met de Vereniging van Nederlandse
Gemeenten (VNG), Politie, VNO-NCW, Verbond van Verzekeraars en met contactpersonen
op bedrijventerreinen. Daarnaast is overleg gevoerd met het Ministerie van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Uit deze contacten blijkt dat het niet mogelijk is om exact te achterhalen
welk gedeelte van het totale bestand van bedrijfspanden gekraakt is. Algemene
gegevens hierover zijn niet beschikbaar omdat noch de politie, de gemeenten
of enige andere partij registreert welke bedrijfspanden zijn gekraakt. Wel
bestaat een ruwe schatting voor alleen Amsterdam. Hierbij wordt uitgegaan
van 200 à 300 kraakpanden, waarbij geen onderscheid is gemaakt tussen
woonhuizen en bedrijfspanden. Een goed landelijk inzicht in het aantal gekraakte
bedrijfspanden is niet te geven.
Dit laat echter onverlet dat er in voorkomende gevallen sprake kan zijn
van een probleem, zoals door de heer Ten Hoopen aan de orde is gesteld tijdens
de EZ-begrotings-behandeling in de Tweede Kamer. Het kabinet heeft daarom
zorgvuldig gekeken naar de mogelijkheden om de motie uit te voeren.
3. Huidige regelgeving aangaande het kraken
Het eerste deel van de motie verzoekt de regering om de wetgeving zodanig
te wijzigen dat bedrijfspanden niet door krakers kunnen worden bewoond.
Het kraken van een bedrijfspand is binnen de bestaande wetgeving1 strafbaar indien het pand korter dan één
jaar leeg staat. Indien een bedrijfspand binnen deze periode wordt gekraakt,
kan de eigenaar, als rechthebbende op het pand, aangifte doen bij de politie,
indien de krakers weigeren op zijn vordering het pand te verlaten. De Officier
van Justitie kan dan opdracht geven het pand te ontruimen. Van deze mogelijkheid
tot strafrechtelijke ontruiming wordt in de praktijk gebruik gemaakt. Voor
de eigenaar van het pand zijn hieraan geen kosten verbonden.
Indien het bedrijfspand langer dan een jaar heeft leeggestaan, voordat
het wordt gekraakt, ontstaat een andere situatie. De krakers zijn dan niet
in overtreding. De eigenaar kan dan nog steeds naar de politie, maar ontruiming
van het pand zal alleen plaatsvinden, indien de eigenaar kan aantonen een
nieuwe bestemming te hebben voor het pand. Zonder een nieuwe bestemming zijn
de krakers niet in overtreding en zal de Officier van Justitie niet tot ontruiming
kunnen overgaan.
Indien een bedrijfspand wordt gekraakt, kan de eigenaar langs civielrechtelijke
weg ontruiming vorderen.2 Een gewone procedure
zal wegens de duur daarvan gewoonlijk geen oplossing zijn, maar de eigenaar
kan wel een kort geding tegen de krakers aanspannen, een ontruimingsbevel
halen en de ontruiming in gang zetten. Daarvoor is nodig dat de zaak spoedeisend
is.3 De eigenaar zal daarvoor bijvoorbeeld moeten
aantonen dat hij een andere bestemming voor het pand heeft of dat hij het
zelf in gebruik neemt. De eigenaar kan de krakers anoniem dagvaarden4 waarna gedwongen ontruiming mogelijk is.5
Het kraken van bedrijfspanden is echter te voorkomen door bijvoorbeeld
het pand op grond van een anti-kraak-overeenkomst te laten bewonen door een
anti-kraak-wacht.
Geconcludeerd kan worden dat de bestaande (wettelijke) mogelijkheden afdoende
zijn om het kraken van bedrijfspanden tegen te gaan. Kraken is voor een aantal
bedrijven echter wel een probleem.
Binnenkort zal ik daarom een handleiding publiceren hoe bedrijven kunnen
omgaan met de problematiek van het kraken. Deze handleiding zal richtlijnen
bevatten hoe bedrijven kunnen voorkomen dat hun pand wordt gekraakt, en –
indien dit toch gebeurt – hoe ze hiermee het beste kunnen omgaan.
4. Verhaal kosten en schade van krakers
Voor het tweede onderdeel van de motie Ten Hoopen c.s., zijnde het verhaal
van kosten voor water, gas en elektra en aan het pand toegebrachte schade,
kan ik het volgende melden.
Indien een pand wordt gekraakt op het moment dat de nutsvoorzieningen
nog zijn aangesloten, zullen de krakers op kosten van de eigenaar elektra,
gas en water gaan verbruiken. De pandeigenaar kan dit verhinderen door zijn
contract met de betreffende nutsbedrijven te beëindigen. Hierdoor wordt
het voor krakers onmogelijk elektra e.d. af te nemen op kosten van de eigenaar.
Energiemaatschappijen zijn verplicht om krakers van een nieuwe aansluiting
te voorzien indien zij hierom verzoeken. Hierbij komen de kosten
ten laste van de krakers. De eigenaar is dan niet langer aansprakelijk voor
het verbruik en lijdt dus ook geen schade door kosten in de hierboven bedoelde
zin. Tijdens het gebruik van een kraakpand kan andere schade ontstaan. Hierbij
moet worden gedacht aan vernieling van sanitair e.d.
Indien een pand is gekraakt worden de aan het pand gerelateerde verzekeringen
door de verzekeringsmaatschappij beëindigd. In sommige gevallen wordt
kraken expliciet genoemd als grond voor beëindiging. Indien dit niet
het geval is zal de verzekerings-maatschappij de verzekeringen beëindigen
vanwege een gewijzigde bestemming van het bedrijfspand. Het pand heeft immers
een woonbestemming gekregen. Het pand is dan onverzekerd en de schade wordt
niet gedekt.
Bij het verhalen van aan het pand toegebrachte schade doet zich in een
deel van de gevallen het probleem voor dat de identiteit van de krakers niet
kan worden achterhaald. Ook indien de krakers een leveringscontract hebben
afgesloten met een energiemaatschappij bestaat dit probleem. Maatschappijen
kunnen vanwege de privacywetgeving niet worden verplicht deze gegevens te
leveren. In die situatie is de mogelijkheid tot verhaal illusoir. De ervaring
leert bovendien dat verhaal in het geval dat de identiteit van de krakers
wel bekend is, evenmin soelaas biedt, aangezien de betrokkenen daarvoor onvoldoende
financiële middelen plegen te hebben.
Om deze situatie te voorkomen bevat de anti-kraakhandleiding concrete
maatregelen om het kraken van panden te voorkomen.
De conclusie is dat het op basis van de bestaande wetgeving niet mogelijk
is tot een effectievere regeling te komen voor het verhalen van de schade
veroorzaakt door krakers van bedrijvenpanden.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
C. E. G. van Gennip