29 200 XII
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 2004

nr. 83
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 december 2003

Op verzoek van de Vaste Kamercommissie van Verkeer en Waterstaat geef ik u middels deze brief, mede namens de staatssecretaris, inzicht in de wijze waarop met de moties van de begrotingsbehandeling van 4–6 november 2003 is omgegaan.

Motie nr. 23 lid Boelhouwer cs inzake het niet aanwenden van middelen infrastructuurfonds voor nieuwbouw Smedinghuis

De motie is aangenomen. De Kamer ontvangt separaat een reactie op deze motie (29 200 XII/A, nr. 77).

Motie nr. 26 lid Boelhouwer c.s. met het verzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 1 januari 2005, 149 extra manschappen spoorwegpolitie aan te stellen

De motie is aangehouden. Tijdens de begrotingsbehandeling en het AO Spoor van 3 december 2003 is aangegeven dat de Spoorwegpolitie valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), en dus onderdeel uit maakt van de begroting van BZK. Van een toezegging van een uitbreiding van de spoorwegpolitie met 200 fte is nooit sprake geweest. Bij de totstandkoming van het Aanvalsplan SVOV in 2002 is in overleg tussen de ministers van BZK, Justitie en Verkeer en Waterstaat uiteindelijk een uitbreiding van 51 fte's overeengekomen. In het kader van de lokale veiligheidsarrangementen wordt voorts aangegeven welke inzet van de regiopolitie op de stations verwacht kan worden, naast de inzet van de spoorwegpolitie in de trein.

Motie nr. 27 lid Verdaas c.s. inzake het verzoek om met betrokken partijen te zoeken naar alternatieve financieringsmogelijkheden voor spoortunnel Delft

Motie is ingetrokken onder de voorwaarde van een gesprek om met betrokken partijen op zoek te gaan naar alternatieve financieringsmogelijkheden voor de spoortunnel Delft. Voor mijn reactie op deze motie verwijs ik naar mijn brief van 5 december 2003 (29 200 XII/29 200 A, nr. 79) die separaat aan u is gezonden.

Motie nr. 28 leden Verdaas en Slob met het verzoek een verdeling binnen het kwartje van Kok te maken waarbij 50% naar weg en 50% naar spoor en water gaat

De motie is aangehouden. Door mij is tijdens de begrotingsbehandeling aangegeven op basis van welke overwegingen de betreffende middelen zijn verdeeld. Daarnaast is er sprake van een evenwichtige verdeling tussen openbaar vervoer en weg als naar de totale uitgaven t/m 2010 wordt gekeken. Om die reden is de motie door mij toen ook ontraden.

Motie nr. 30 leden Verdaas en Hofstra met het verzoek het mogelijk te maken lokale en regionale boetes te innen en te bestemmen voor herkenbare veiligheidsdoelen

De motie aangenomen en de Kamer is eerder al gemeld (kamerstuk 29 200 XII, nr. 54) dat overleg met Justitie is gestart. Over de resultaten wordt de Kamer t.z.t. geïnformeerd.

Motie nr. 31 lid Van Haersma Buma c.s inzake het toevoegen van € 5 mln uit het budget voor regionale samenwerking aan het budget voor sociale veiligheid OV

De motie is aangenomen en zal worden uitgevoerd.

Motie nr. 33 lid Gerkens om ervoor te zorgen dat er geen transitie plaatsvindt van transport over water naar wegtransport

De motie is aangehouden naar aanleiding van de toelichting tijdens de begrotingsbehandeling dat het een proef betreft met een beperkt aantal langere en zwaardere vrachtauto's. De proef zal worden geëvalueerd en de resultaten aan de Kamer gestuurd. In die evaluatie wordt ook zichtbaar gemaakt of en zo ja welke effecten er zijn op de binnenvaart. Pas na de evaluatie zal worden besloten welke beleidsconclusies t.a.v. de toelating van deze voertuigen worden getrokken.

Motie nr. 36 lid Geluk cs met het verzoek het kierbesluit Haringvlietsluizen te heroverwegen

De motie is aangehouden onder de toezegging (zoals ook verwoord is in de brief van 18 november 2003, kamerstuk 29 200 XII, nr. 54) dat, op initiatief van de drie provincies op 28 november 2003 een overleg zou plaatsvinden tussen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de drie betrokken gedeputeerden. Geagendeerd voor dat overleg stond, naast Haringvlietsluizen-de Kier, de verkenning Oplossingrichtingen Volkerak-Zoommeer en de Visie Delta in Zicht. Op basis van de uitkomst van dit overleg zullen de minister van LNV en de Staatssecretaris van V&W hun standpunt bepalen ten aanzien van Haringvlietsluizen-de Kier. Hierover zal de Tweede Kamer zo snel mogelijk per brief op de hoogte worden gesteld.

Motie nr. 37 (gewijzigd) lid Geluk cs met het verzoek aan de regering een samen met de provincie Zuid Holland binnen 2 jaar een verkenning op te stellen van een integrale multifunctionele, duurzame en gefaseerde kustuitbereiding, waarbij veiligheid, nut, noodzaak, maatschappelijk draagvlak, de mogelijkheid van PPS-constructie en een maatschappeiljke KBA centraal staan en dit aan de Kamer voor te leggen.

De motie is aangenomen en de Kamer is bij brief van 18 november 2003 (kamerstuk 29 200 XII, nr. 54) gemeld dat Verkeer en Waterstaat het initiatief hiertoe zal nemen, maar vooral een faciliterende rol zal innemen bij de uitvoering. Vanuit het ruimtelijke ordeningsaspect ligt er een belangrijke rol voor het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Lokale overheden en partijen worden betrokken in dit traject.

Motie nr. 38 lid Hofstra cs met het verzoek een concreet actieplan op te stellen om komende jaren aantal belangrijke projecten ter hand te kunnen nemen, bij voorkeur via gezamenlijk met bedrijfsleven op te richten Investerings Maatschappij Infrastructuur

De motie is aangenomen. Het Ministerie van Financiën heeft het initiatief genomen om samen met het Ministerie van Economische Zaken en het ministerie van Verkeer en Waterstaat uitvoering te geven aan deze motie.

Motie nr. 39 lid Hofstra cs om de taakstelling m.b.t. ziekteverzuim alleen door te voeren in gebieden waar het OV niet is aanbesteed en de korting te laten afhangen van het daadwerkelijke ziekteverzuim.

De motie aangenomen. Voor mijn reactie op deze motie verwijs ik u naar de brief van 5 december 2003 (kamerstuk 29 200 XII/29 200 A, nr. 78) die separaat aan u is toegestuurd.

Motie nr. 40 lid Hofstra cs verzoekt de regering voor heel Nederland een nieuwe indeling van snelwegen naar snelheidslimieten bij de Kamer in te dienen.

De motie aangenomen en de Kamer zal vóór 1 juli 2004 een voorstel hieromtrent worden aangeboden.

Motie nr. 43 Hermans met het verzoek de doorstroming op het onderliggend wegennet te bevorderen en daarvoor een plan van aanpak naar de TK te sturen.

De motie is aangenomen. Tijdens de begrotingsbehandeling is aangegeven dat dit onderwerp deel uit maakt van de nota mobiliteit (waarin ook voortgeborduurd wordt op het rapport van de commissie Luteijn).

Motie nr. 44 motie Van der Ham c.s. met de oproep om aan de regio's de overweging mee te geven de gelden voor regionale bereikbaarheid ook voor OV in te zetten.

De motie is aangenomen en was onderdeel van het bestuurlijk overleg inzake het MIT. Voor de resultaten daarvan verwijs ik naar de brief die hierover aan de Kamer is gestuurd (kamerstuk 29 200 A, nr. 15).

Motie nr. 45 lid Duyvendak cs met het verzoek voor de MIT-behandeling inzicht te geven in hoe de problemen over de financiering van de spoortunnel Delft kunnen worden opgelost.

De motie is aangehouden. Ik verwijs voor mijn reactie hierop naar mijn brief van 5 december 2003 (kamerstuk 29 200 XII/29 200 A, nr. 79).

Motie nr. 46 lid Duyvendak met het verzoek om vóór een beroep op de risicoreservering eerst vooraf toestemming van de Kamer te vragen.

De motie is aangenomen. In de voortgangsrapportage van de Betuweroute en HSL-Zuid die de Kamer binnenkort ontvangt, wordt aangegeven hoe deze motie zal worden uitgevoerd.

Motie nr. 47 motie lid v/d Staaij inzake het eenvoudiger en meer efficiënt verdelen van de verantwoordelijkheden bij aanpak criminaliteit en overlast rond treinstations.

De motie is aangenomen en is onder de aandacht gebracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, dit als input voor het Nationaal Veiligheidsarrangement, alsmede voor de handreiking lokale veiligheidsarrangementen.

Motie nr. 48 lid v/d Staaij c.s. vóór MIT-behandeling een plan van aanpak op te stellen ter uitvoering en financiering van minimumpakket onderhoudsinvesteringen in vaarwegen (i.c. 35 mln euro)

De motie is aangenomen. De Kamer ontvangt separaat een reactie op deze motie (29 200 XII/A, nr. 77).

Motie nr. 49 (was nr. 25) lid Boelhouwer inzake de te hanteren doelstelling dat eind 2006 het aantal geweldsdelicten in de trein met 25% moet zijn afgenomen.

De motie is aangenomen en is besproken met de NS. NS zal bezien in welke mate dit kan worden opgenomen in het lopende programma Sociale Veiligheid.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K. M. H. Peijs

Naar boven