Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2003-2004 | 29200-VI nr. 170 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2003-2004 | 29200-VI nr. 170 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 juni 2004
Op 18 november 2003 heeft uw Kamer een motie van de Leden Griffith en Wolfsen aangenomen, waarin wordt ingestemd met de door mij voorgestelde stelselwijziging van de gesubsidieerde rechtsbijstand en wordt verzocht om een periodieke voortgangsrapportage.1 Door middel van deze brief kom ik tegemoet aan dit verzoek. Zoals ik heb aangegeven in mijn brief van 19 december jl., zal ik uw Kamer twee keer per jaar informeren over de implementatie van de wijziging van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand.2
Onderhavige rapportage heeft betrekking op de periode tot 1 mei 2004. Zij bestaat uit 7 paragrafen. Voor de duidelijkheid wordt in paragraaf 2 nogmaals de aanleiding voor de stelselwijziging toegelicht. Paragraaf 3 schetst een beeld van de inrichting van het implementatietraject en van enige daarmee samenhangende onderwerpen. Met paragraaf 4 wordt u geïnformeerd over de opbouw en inrichting van het juridische loket. Paragraaf 5 gaat in op de versterking van het aanbod van gesubsidieerde rechtsbijstand; hij wordt gevolgd door paragraaf 6, waarin de besteding van de middelen wordt toegelicht. Tot slot wordt in paragraaf 7 een korte vooruitblik gegeven op de volgende rapportageperiode, die loopt van 1 mei 2004 tot 1 november 2004.
De afgelopen jaren zijn in toenemende mate ontwikkelingen gesignaleerd die de werking van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand belemmeren. Deze ontwikkelingen worden deels veroorzaakt door een (ambitie voor) accentverschuiving bij de Bureau's Rechtshulp naar de toevoegingenpraktijk en bij een aantal Bureaus zelfs naar de betalende praktijk. Door deze verschuiving zijn de publieke en private taken bij de Bureau's steeds meer om aandacht gaan strijden, waarbij in een (aanzienlijk) aantal gevallen de nadruk is komen te liggen op de private taken (i.c. het verlengde spreekuur en het doen van toevoegingen). Dit heeft tot gevolg dat veel Bureau's voor hun (primaire) publieksfuncties onvoldoende bereikbaar zijn geworden. Bovendien heeft zich hierdoor een diversiteit aan uitvoeringspraktijken ontwikkeld en dreigt het moeilijker te worden om gekwalificeerd personeel te vinden en te behouden. Naast problemen bij de Bureau's, zijn er ook problemen ontstaan bij de aanbodzijde: de deelname van de advocatuur aan het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand loopt terug. In verband met de uittreding van ervaren advocaten uit het stelsel en het stagneren van de instroom van jonge, nieuwe advocaten is het de verwachting dat de daling van het aantal advocaten dat deelneemt aan het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand zal doorzetten, tenzij maatregelen worden genomen.
Mijn beleid houdt onder meer een zodanige wijziging van het stelsel in, dat de minder draagkrachtige rechtzoekende bij het juridische loket – eventueel met gebruikmaking van een spreekuur – kosteloos informatie over of een analyse (vraagverheldering) van zijn juridisch probleem kan krijgen, naast eventuele oplossingsrichtingen of een eenvoudig advies. Indien verdergaande juridische hulp gewenst is en indien de rechtzoekende daarvoor kiest, kan hij vervolgens besluiten om een private rechtsbijstandverlener (advocaat) in de arm te nemen, die ook (in of buiten rechte) namens hem kan optreden. Hiervoor is de rechtzoekende dan wel een inkomensafhankelijke eigen bijdrage verschuldigd. Om een voldoende aanbod vanuit de advocatuur te verzekeren, wordt voorzien in een aantal aanbodversterkende maatregelen. Tijdens het Algemeen Overleg op 8 oktober jl. (29 200 VI, nr. 103) heeft uw Kamer mondeling ingestemd met mijn beleid. Deze instemming is vervolgens bevestigd, via het aannemen van de motie van de leden Griffith en Wolfsen.
Ik heb de Raden voor Rechtsbijstand verzocht de (voorbereiding van de) implementatie van de stelselwijziging ter hand te nemen, op basis van de door hen aangeboden rapporten «Raamwerk vorming Juridisch Loket» en «Plan voor transitie naar advocatuur, Stelselverlaters en sociaal plan». Beide rapporten heb ik u bij brief van 6 oktober jl. doen toekomen.1 Naar aanleiding van mijn verzoek, hebben de Raden een«Centrale Projectorganisatie» (CPO) in het leven geroepen en een implementatieplan opgesteld. Het implementatieplan bestaat uit een gedetailleerde beschrijving en planning van alle (deel)processen. Voorzien wordt in een fasegewijze invoering van de juridische loketten en een daaraan gekoppelde doorstroming van een deel van de bureaujuristen naar het private domein. Uitgangspunten hierbij zijn onder meer een zoveel mogelijk ongestoorde werking van het bestaande stelsel en een volledige uitrol van de juridische loketten in het eerste kwartaal van 2005. Na de volledige uitrol volgt een periode tot uiterlijk 2007 voor een verdere optimalisatie van de organisatie.
Om tijdig inzicht te verkrijgen in het implementatieproces en eventuele effecten op het bestaande en het nieuwe stelsel, wordt maandelijks door de CPO gerapporteerd. Onderwerpen die in de rapportage nadrukkelijk aan de orde komen, zijn onder meer de ongestoorde werking van het bestaande stelsel, de regionale spreiding van de juridische loketten, de bereikbaarheid van de juridische loketten, het aanbod vanuit het private domein, de ontwikkelingen t.a.v. de lichte adviestoevoeging en de kosten. De rapportage wordt beoordeeld door een externe auditor en is onderwerp van een maandelijks overleg met mijn ministerie. Aanvullend op de rapportage, wordt informatie verkregen via bestaande bestaande p&c-instrumentarium en de ervaringen met de eerste juridische loketten. In voorkomend geval zal daardoor tijdig kunnen worden bijgestuurd.
De stelselwijziging kan alleen volledig worden gerealiseerd op basis van een wijziging van de Wet op de rechtsbijstand en van de op deze wet gebaseerde regelingen. Niet alleen moeten nieuwe verantwoordelijkheden en bevoegdheden wettelijk worden vastgelegd – bijvoorbeeld van het juridisch loket – ook moet worden voorzien in een juridische grondslag voor de lichte adviestoevoeging en de voor deze toevoeging verschuldigde eigen bijdragen. De huidige wetgeving biedt deze grondslag niet. Het is de verwachting dat de parlementaire behandeling van de wijzigingsvoorstellen eerst in de tweede helft van 2005 zal plaatsvinden. Om deze reden is nagegaan in hoeverre, vooruitlopend op de wetswijziging, kan worden begonnen met de implementatie van de stelselwijziging op basis van de huidige regelgeving. Uit een inventarisatie van de noodzakelijke wijzigingen en aanvullingen, blijkt dat dit op veel punten mogelijk is. Wel zal een aantal tijdelijke maatregelen moeten worden genomen. Deze betreffen onder meer de invoering van de lichte adviestoevoeging. Teneinde deze toevoeging te kunnen aanbieden, zullen – in afwachting van de wijziging van de Wet op de rechtsbijstand – verwijsarrangementen met de advocatuur worden gesloten, waarin afspraken worden gemaakt over het behandelen van lichte adviestoevoegingen. Deze «tijdelijke» arrangementen bieden echter onvoldoende juridische basis voor invoering van de eigen bijdrage van € 35 of € 65, die voor deze toevoeging verschuldigd zal zijn en waarover ik u in mijn brief van 27 oktober jl. bericht.1 De huidige wetgeving kent dergelijke eigen bijdragen namelijk niet. Om aan dit gemis tegemoet te komen – en dus vanaf de opening van het eerste juridische loket in juni een volledig productenaanbod te realiseren – zie ik geen andere mogelijkheid, dan de eigen bijdrage voor de lichte adviestoevoeging vooralsnog te bepalen op € 13,50. Hiermee heeft de eigen bijdrage een zelfde hoogte als de eigen bijdrage die thans geldt voor het verlengde spreekuur. Zodra de juridische basis voor de lichte adviestoevoeging en de daarbij behorende eigen bijdragen is gelegd, zal de eigen bijdrage voor de lichte adviestoevoeging worden verhoogd naar € 35 of € 65.
Met het oog op de inrichting van de juridische loketten wordt een nieuwe stichting opgericht. De «Stichting het Juridisch Loket» heeft tot doel het realiseren van een effectieve en efficiënte toegang tot een kwalitatief goed stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Vooruitlopend op de oprichting van de stichting is Nederland in vijf regio's ingedeeld en zijn 30 vestigingsplaatsen aangewezen.
Voor de exacte vestigingsplaatsen verwijs ik naar het «Raamwerk vorming Juridisch Loket», dat ik u bij brief van 6 oktober jl. (29 200 VI, nr. 6) heb doen toekomen. Overigens heeft ten aanzien van de vestigingsplaats Deventer nader overleg plaatsgevonden met de betreffende gemeente. In onderlinge overeenstemming is besloten dat het juridisch loket niet in Deventer wordt gevestigd, maar in Almere.
Voorzien is dat de eerste juridische loketten mede fungeren als proefloketten. Op basis van de eerst ervaringen met deze loketten zal de verdere uitrol (gefaseerd) gestalte krijgen. Bij deze uitrol is het noodzakelijk om de opening van een vestiging van het juridisch loket en de beëindiging van de publieke taken van het Bureau Rechtshulp aldaar zo gelijktijdig mogelijk te laten plaatsvinden. Voorkomen moet worden dat er in één vestigingsgebied publieke diensten worden aangeboden door zowel een juridisch loket, als een nog functionerend Bureau. Een dergelijke situatie leidt niet alleen tot onduidelijkheid voor de rechtzoekende, maar ook tot een ondoelmatige besteding van middelen. De Raad blijft dan immers, voor het verrichten van taken in het kader van de Wet op de rechtsbijstand, middelen doorsluizen naar het Bureau, terwijl voor het verrichten van dezelfde taken en in hetzelfde vestigingsgebied eveneens (publieke) middelen ter beschikking worden gesteld aan het juridische loket
Het juridisch loket richt zich op de rechtzoekende die naar inkomen en vermogen in aanmerking komt voor gesubsidieerde rechtsbijstand. Het juridisch loket zal bereikbaar zijn via een landelijke website (24 uur per dag), een landelijk telefoonnummer (tijdens kantooruren) en fysiek (tijdens kantooruren). Tevens is voorzien in een avondopenstelling waarbij aangesloten wordt bij de koopavond in de gemeente van vestiging.
De rechtzoekende kan bij het juridisch loket terecht op het gebied van arbeidsrecht, personen- en familierecht, sociale zekerheidsrecht, huur- en woonrecht, fiscaal recht, vreemdelingenrecht, verbintenissen- en goederenrecht, strafrecht en bestuursrecht. Hiertoe zijn de meest voorkomende rechtsvragen op deze gebieden opgenomen in een productenhandboek, dat tevens geautomatiseerd aan de medewerkers ter beschikking staat. Ook is voorzien in ondersteuning van slachtoffers van strafbare feiten, die zich in het strafproces willen voegen als benadeelde partij om hun schade op de dader te verhalen. Overeenkomstig de huidige situatie, worden zij geholpen bij het invullen van voegingformulieren en kunnen zij in voorkomend geval kosteloos rechtsbijstand krijgen gedurende een beperkt aantal uren, op basis van een lichte adviestoevoeging. Het thans bestaande spreekuur voor gedetineerden, het zogeheten penitentiaire spreekuur, zal eveneens via het juridische loket worden aangeboden. Voor wat betreft de rechtsbijstand in milieuzaken wordt momenteel bezien hoe deze op de beste wijze gepositioneerd kan worden. Deze zaken kenmerken zich doorgaans door een aanzienlijke complexiteit. Ik verwacht hierover in de komende rapportage meer duidelijkheid te kunnen geven.
Aan de balie van het juridische loket wordt desgevraagd informatie verstrekt en vindt vraagverheldering plaats. Daaropvolgend kan een advies worden gegeven in een kosteloos spreekuur. Indien het probleem van de rechtzoekende van zodanige aard of omvang is, dat de oplossing niet binnen het juridisch loket kan worden gevonden, wordt hij doorverwezen. Deze doorverwijzing kan zich richten op bijvoorbeeld de advocatuur, sociaal raadslieden, geschillencommissies en mediators. Over de rol van de mediator heb ik u mijn visie doen toekomen in mijn brief van 19 april jl.1
Om de doorverwijzing naar de advocatuur te faciliteren, zullen verwijsarrangementen worden gesloten met belangstellende advocaten. In deze arrangementen worden nadere afspraken gemaakt over de dienstverlening, bijvoorbeeld in de vorm van de rechtsgebieden waarop de advocaten werkzaam zullen zijn en het aantal uren dat zij beschikbaar zijn. Dit houdt overigens niet in dat de rechtzoekende slechts terecht kan bij een advocaat waarmee een dergelijk arrangement is gesloten. De rechtszoekende is altijd vrij in zijn keuze uit de advocaten die bij de Raden zijn ingeschreven. Ook wordt voorzien in het een (elektronische) ondersteuning van de doorverwijzing. Advocaten kunnen in ieder geval bloktijden c.q. afsprakentijden opgeven, waarmee rekening kan worden gehouden bij de doorverwijzing. Bovendien worden gegevens van de rechtzoekende elektronisch aangeleverd bij de advocaat, indien hij daar prijs op stelt. Hierdoor worden de administratieve handelingen voor de advocaat beperkt en kan hij zich een beeld van de rechtsvraag vormen voordat het eerste contact met de rechtzoekende plaatsvindt. Het streven is erop gericht dat het juridisch loket op den duur afspraken kan vastleggen in de agenda van een advocaat.
5. Versterking aanbod advocatuur
Om verzekerd te zijn van voldoende bereidheid bij de advocatuur om gesubsidieerde rechtsbijstand te verlenen, is voorzien in een aantal maatregelen. Deze maatregelen streven enerzijds naar een vergroting van de aantrekkelijkheid van deelname aan het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand en anderzijds naar een uitbreiding van het aantal advocaten dat zich bezighoudt met gesubsidieerde rechtsbijstand.
Zoals aangekondigd in mijn brief van 10 september jl.1, is het uurtarief voor de gesubsidieerde advocatuur per 1 januari jl. verhoogd met € 3,61. Een tweede verhoging met hetzelfde bedrag (prijspeil 2003) zal op 1 januari 2005 worden doorgevoerd. In mijn brief heb ik tevens gewezen op het project VIValt, waardoor voor de advocatuur een vermindering van de administratieve lasten optreedt door een vereenvoudiging en versnelling van de draagkrachttoets van de rechtzoekende. Naar verwachting wordt het wetsontwerp, dat aan de basis ligt van de vermindering van de administratieve lasten, in de zomer ter behandeling aan uw Kamer gezonden.
De vergroting van het aantal advocaten dat zich bezighoudt met de gesubsidieerde rechtsbijstand zal op relatief korte termijn gerealiseerd kunnen worden, via een doorstroming van Bureaujuristen naar de advocatuur. Na de sluiting van de Bureau's Rechtshulp zal een deel van de Bureaujuristen niet opteren voor een functie binnen de juridische loketten. Gelet op de kennis en ervaring van deze juristen is het wenselijk hen te behouden voor het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand, via doorstroming naar de advocatuur.
Om deze doorstroming te bevorderen, is een set van faciliteiten opgesteld die door de Raden op ressortelijk niveau worden aangeboden. De ruimte die er is voor het bevorderen van de doorstroming wordt niet alleen bepaald door financiële kaders, maar ook door nationale en Europese mededingingsregels. Vandaar dat bij de samenstelling van het pakket – in de vorm van een raamwerk – nadrukkelijk aan deze regels is getoetst. Het raamwerk richt zich vooral op de transitie van de Bureau's naar nieuwe advocatenkantoren. Overigens wordt hiermee aangesloten bij de motie van het lid Joldersma, waarin wordt verzocht te faciliteren dat medewerkers van de Bureau's zich kunnen bezighouden met het verlenen van gesubsidieerde rechtsbijstand in nieuw op te richten not-for-profit organisaties.2
Via zogenaamde «faciliteringsovereenkomsten», die worden gesloten met de nieuwe advocatenkantoren, kunnen verschillende mogelijkheden worden aangeboden. Zo kan deelname aan de beroepsopleiding van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) worden vergoed en worden de Bureaujuristen in de gelegenheid gesteld in werktijd te voldoen aan de opleidingverplichtingen. Ook worden onder bepaalde voorwaarden vergoedingen voor de ICT-structuur verstrekt en voor de opleiding van medewerkers voor het gebruik van de ICT-systemen. Bovendien kunnen er voorzieningen worden getroffen ten aanzien van leningen die de Raden hebben verstrekt aan de Bureau's en ten aanzien van vorderingen die medewerkers van Bureau's hebben in verband met vakantiedagen. Als uitgangspunt voor de overeenkomsten, die per ressort worden afgesloten met de nieuwe advocatenkantoren, dient bovengenoemd raamwerk. Voordat tot ondertekening van een dergelijke overeenkomst wordt overgegaan, wordt deze zekerheidshalve wederom getoetst op eventuele strijdigheid met nationale of Europese mededingingsregels.
Aanvullend op bovengenoemde mogelijkheden, is de NOvA bereid gevonden een extra compacte cursus te organiseren voor de doorstromers, mocht de reguliere verkorte advocatenopleiding te weinig plaats bieden. Ook is de NOvA bereid de inschrijving op het tableau te vergemakkelijken via specifiek overgangsbeleid. Er worden bijvoorbeeld specifiek voor deze situatie minder strenge eisen gesteld ten aanzien van een buitenpatronaat.
Het exacte aantal Bureaujuristen dat uiteindelijk doorstroomt naar de advocatuur kan op dit moment nog niet worden bepaald. Dit is mede afhankelijk van de inhoud van het sociaal plan, waarvan de totstandkoming zich in een vergevorderde stadium bevindt. Wel wordt verwacht, dat de Groep Rechtshulp Nederland met zes voormalige Bureau's Rechtshulp gaat opereren in ongeveer dertien arrondissementen en dat ook het Bureau Rechtshulp Zuid-Holland-Zuid en het Bureau Rechtshulp Amsterdam zich omvormen tot een nieuw advocatenkantoor.
De versterking van het aanbod vanuit de advocatuur zal niet alleen worden gerealiseerd door bovengenoemde doorstroming, maar ook door een doorstroming van medewerkers van de Stichtingen Asiel Rechtsbijstand (SRA's) en de bijscholing van asieladvocaten. Zoals ik in de bijlage bij mijn brief van 8 juli jl. heb aangekondigd, vindt er een reorganisatie en fusie plaats van de drie stichtingen die zich bezighouden met de rechtsbijstand aan asielzoekers.1 Dit proces zal op 1 januari 2005 zijn afgerond. De reden voor deze operatie is gelegen in de lagere instroom van asielzoekers en zij zal ertoe leiden dat het aantal juristen bij de SRA aanzienlijk wordt verkleind. In navolging van de doorstroming van de Bureaujuristen wordt – in samenwerking met de NOvA – getracht de overtollige SRA-juristen te behouden voor het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Verwacht wordt dat uiteindelijk ongeveer eenderde van de overtollige SRA-juristen zal doorstromen. Bovendien faciliteert de Raad Arnhem de opleiding van asieladvocaten, die zich willen bijscholen op rechtsgebieden die van belang zijn voor het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Zij worden eveneens geconfronteerd met de gevolgen van de lagere instroom van asielzoekers. Deze facilitering bestaat uit een bijdrage in de scholingskosten.
Naast het bevorderen van de doorstroming van Bureaujuristen, zijn de inspanningen er op gericht om aankomende en jonge juristen te enthousiasmeren voor de gesubsidieerde rechtsbijstand. In dit verband heeft onder meer op 28 april jl. het drukbezochte lustrumcongres van de Raden «Rechtshulp, een vak apart» plaatsgevonden. Dit congres stond mede in het teken van de gesubsidieerde advocatuur en was nadrukkelijk bedoeld om de gesubsidieerde rechtsbijstand onder de aandacht te brengen van de advocatuur en van rechtenstudenten. Van de 640 aanwezigen waren er dan ook ruim 400 advocaten en 90 studenten.
Daarnaast is er door de Universiteit van Tilburg – in samenwerking met de Raden, de NOvA en de lokale dekens – een tweejarige masteropleiding ontwikkeld, die zich richt op de gesubsidieerde advocatuur. De masteropleiding start in september en biedt studenten de mogelijkheid op parttime basis stage te lopen bij een advocatenkantoor, waarbij zij zich vooral gaan bezighouden met gesubsidieerde rechtsbijstand. Voorts kent de Raad Amsterdam het Project Aanwas, dat sinds oktober jl. voorziet in subsidies aan advocatenkantoren voor het aannemen van advocaat-stagiaires of het aanbieden van stageplaatsen aan studenten. Bij succes kan deze regeling landelijk ingevoerd worden. In het kader van het project worden tevens clinics aangeboden aan rechtenfaculteiten en vindt overleg plaats met de NOvA ten aanzien van samenwerking bij voorlichtingscampagnes.
In mijn brief van 27 oktober jl. (29 200 VI, nr. 67) heb ik aangegeven, dat de stelselwijziging een budgettair neutrale operatie zal zijn ten aanzien van de structurele kosten. Ook voor de kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de stelselwijziging, de zogenaamde «incidentele kosten», zijn bestaande budgettaire kaders het uitgangspunt. Bij deze kosten moet onder meer worden gedacht aan opstartkosten, frictiekosten, kosten van het sociaal plan en eventuele wachtgelden. Met de Raden zijn afspraken gemaakt over de wijze van verantwoording van deze kosten, waarover zij overigens maandelijks rapporteren of zoveel eerder als noodzakelijk is.
De (incidentele) kosten die in de rapportageperiode zijn gemaakt, hebben voornamelijk betrekking op de bouw van het virtuele loket en op andere ICT-voorzieningen, die van belang zijn voor een kwalitatief en doelmatig opererend juridisch loket. Daarnaast zijn er kosten gemaakt ten behoeve van de CPO. De ICT-gerelateerde kosten liggen iets hoger dan is geraamd. Dit leidt echter niet tot dekkingsproblemen. Zoals ik heb aangegeven in mijn brief van 27 oktober jl., heeft de Interdepartementale Stuurgroep Elektronische Snelwegen een bedrag van € 2,15 mln. beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van het ICT-component van het juridisch loket, gelet op het rijksbrede innovatieve karakter.
De incidentele kosten die betrekking hebben op het personeel van de Bureaus – vooral kosten die voortvloeien uit het sociaal plan en de faciliteiten voor doorstroming naar de advocatuur – zijn mede afhankelijk van de uiteindelijke keuzes die door individuele medewerkers van de Bureaus worden gemaakt. Hierbij komt uiteraard een belangrijke stimulerende en sturende rol toe aan de Raden. In de volgende voortgangsrapportage zal ik meer inzicht kunnen geven in de omvang van deze kosten, omdat dan de formele belangstellingsregistratie is afgerond en op basis daarvan de plaatsingsprocedure in gang is gezet. Bovendien bestaat dan ook meer inzicht in de omvang van de uitstroom uit het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand en de doorstroming naar de advocatuur.
7. Vooruitblik volgende rapportageperiode
Zoals uit bovengaande volgt, is er gedurende de afgelopen periode intensief en op een constructieve wijze samengewerkt door verschillende instanties. Dankzij hun inspanningen heeft de eerste fase van de uitrol van het juridisch loket op een verantwoorde wijze kunnen starten. Het begin van deze fase is op 28 mei ingeluid met het operationeel worden van het eerste juridische loket in Breda. Op 18 juni zal ik het eerste juridische loket in Breda openen en de opening van het tweede juridische loket volgt op 21 juni in Rotterdam. Naar verwachting zullen na de zomer de volgende juridische loketten worden geopend. De precieze fasering is mede afhankelijk van de ervaringen met de eerste juridische loketten.
Gelet op de opening van de eerste juridische loketten, zal ik in de volgende rapportage uitgebreid aandacht kunnen besteden aan de werking van deze juridische loketten en de eventuele gevolgen voor het bestaande stelsel, inclusief het aanbod vanuit de advocatuur. Bovendien zal – mede op basis van de ervaringen met de eerste juridische loketten – nadere duidelijkheid kunnen worden gegeven over het tijdpad van de uitrol.
Ook verwacht ik in de volgende rapportage inzicht te kunnen verschaffen in de financiële gevolgen van het sociaal plan, de doorstroming naar de advocatuur en de uitstroom uit het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Naar verwachting is het sociaal plan immers in de komende rapportageperiode vastgesteld, zodat de plaatsingsprocedure van de medewerkers van de voormalige Bureau's van start zal zijn gegaan.
Mocht er aanleiding bestaan om uw Kamer tussentijds te informeren over ontwikkelingen ten aanzien van de implementatie van de stelselwijziging, dan zal dit zo spoedig mogelijk per afzonderlijke brief gebeuren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29200-VI-170.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.