29 042
Implementatie van het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie (Overleveringswet)

nr. 26
MOTIE VAN HET LID VOS

Voorgesteld 27 november 2003

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat de Overleveringswet niet voorziet in de bevoegdheid van de minister van Justitie om de overlevering van opgeëiste personen toe te staan of te weigeren op grond van humanitaire omstandigheden;

overwegende, dat het Kaderbesluit bepaalt dat de feitelijke overlevering tijdelijk kan worden opgeschort om ernstige humanitaire redenen;

overwegende, dat het algemene criterium «ernstige humanitaire redenen» niet integraal wordt overgenomen in het wetsvoorstel en beperkt wordt tot het tijdelijk achterwege blijven van feitelijke overlevering indien de gezondheidstoestand van de opgeëiste persoon reizen onverantwoord maakt;

overwegende, dat daarmee in de Overleveringswet een hardheidsclausule ontbreekt;

verzoekt de regering te voorzien in een hardheidsclausule waarin al dan niet tijdelijk afgezien wordt van feitelijk overlevering indien ernstige humanitaire redenen aan feitelijke overlevering in de weg staan,

en gaat over tot de orde van de dag.

Vos

Naar boven