29 042
Implementatie van het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie (Overleveringswet)

nr. 16
AMENDEMENT VAN HET LID VAN DER LAAN

Ontvangen 24 november 2003

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Na artikel 10 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 10a

Overlevering wordt niet toegestaan indien zij in strijd komt met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Toelichting

Dit amendement expliciteert dat een overlevering dient te worden geweigerd wanneer daardoor een schending zou plaatsvinden van rechtstreeks toepasselijke grondrechten zoals vervat in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Een overlevering zal in bepaalde gevallen moeten worden geweigerd omdat zij vanwege haar voorzienbare gevolgen kan worden aangemerkt als een schending van de in het EVRM bedoelde grondrechten, bijvoorbeeld wanneer een reëel gevaar bestaat dat de over te leveren persoon in het land waarnaar wordt overgeleverd aan foltering of een andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing zal worden blootgesteld, dan wel aan een andere ernstige schending van zijn fundamentele rechten en vrijheden. Het is van belang om toetsing aan het EVRM te expliciteren, nu de overleveringsbeslissing een bijzondere rechterlijke beslissing is, waartegen bijvoorbeeld geen beroep openstaat. Ook de Raad van State stelt dat aan elke bevoegde rechter binnen de «ruimte» moet kunnen worden gevraagd de uitvoering van het kaderbesluit te toetsen aan het EVRM; het voorgestelde artikel expliciteert dat die toetsing niet slechts betrekking dient te hebben op de discriminatoire bepalingen zoals omschreven in artikel 11. Ook andere lidstaten, zoals het Verenigd Koninkrijk, nemen in het voorstel voor hun overleveringswet expliciet de toetsing aan het EVRM op.

Van der Laan

Naar boven