Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2002-200329034 nr. 1;2

29 034
Wijziging van enkele belastingwetten in verband met de implementatie van Richtlijn 2003/49/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende de gemeenschappelijke belastingregeling inzake uitkeringen van interest en royalty's tussen verbonden ondernemingen van verschillende lidstaten

nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet houdende wijziging van enkele belastingwetten in verband met de implementatie van Richtlijn 2003/49/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende de gemeenschappelijke belastingregeling inzake uitkeringen van interest en royalty's tussen verbonden ondernemingen van verschillende lidstaten.

De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

's-Gravenhage

9 september 2003

Beatrix

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de totstandkoming van Richtlijn nr. 2003/49/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende de gemeenschappelijke belastingregeling inzake uitkeringen van interest en royalty's tussen verbonden ondernemingen van verschillende lidstaten (Pb L 157) noodzakelijk is een bepaling in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en een bepaling in de Algemene wet inzake rijksbelastingen te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Artikel 17a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing ingeval de gerechtigde tot de schuldvordering is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie en aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1°. de gerechtigde tot de schuldvordering en de Nederlandse vennootschap hebben één van de in de bijlage bij Richtlijn nr. 2003/49/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende de gemeenschappelijke belastingregeling inzake uitkeringen van interest en royalty's tussen verbonden ondernemingen van verschillende lidstaten (Pb L 157) opgenomen rechtsvormen;

2°. de gerechtigde tot de schuldvordering is voor ten minste 25 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder van de in Nederland gevestigde vennootschap, de in Nederland gevestigde vennootschap is voor ten minste 25 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder van de gerechtigde tot de schuldvordering of een ander is voor ten minste 25 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder van de gerechtigde tot de schuldvordering en van de in Nederland gevestigde vennootschap;

3°. de gerechtigde tot de schuldvordering en de Nederlandse vennootschap zijn in de lidstaat van vestiging onderworpen aan de aldaar geheven belasting naar de winst als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, ten derde, van de eerdergenoemde richtlijn;

4°. de gerechtigde tot de schuldvordering wordt in de lidstaat van vestiging niet geacht volgens een met een derde staat gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting buiten de lidstaten van de Europese Unie te zijn gevestigd;

5°. de schuldvordering behoort bij de gerechtigde tot de schuldvordering niet tot het vermogen van een buiten de lidstaten van de Europese Unie gelegen vaste inrichting.

ARTIKEL II

In artikel 4, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt na «inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende Lid-Staten (PbEG L 225)» een komma geplaatst en vervalt het woord «of». Voorts wordt na «moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende Lid-Staten (PbEG L 225)» een zinsnede ingevoegd, luidende: of Richtlijn nr. 2003/49/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende een gemeenschappelijke belastingregeling inzake uitkeringen van interest en royalty's tussen verbonden ondernemingen van verschillende lidstaten (Pb L 157).

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Financiën,